Globalisering loopt nu op zijn einde

Zonder de VS als voorvechter raakt de globalisering in verval, merkt Philip Stephens.

Er heerst een stemming in de wereld om de sancties tegen Rusland te zien als het begin van een historische terugtrekking uit de globalisering. Deze gedachte hoorde ik onlangs opperen door een hoge Duitse functionaris tijdens het Stockholm China Forum van het German Marshall Fund.

Interessant punt, maar het ging voorbij aan een grotere kwestie. De sancties zijn meer symptoom dan oorzaak. De achteruitgang is al begonnen lang voordat president Poetin zijn oorlog tegen Oekraïne begon.

Het pleidooi om niet op de oude voet met Moskou door te gaan, spreekt voor iedereen vanzelf die vindt dat de internationale veiligheid vereist dat landen niet hun buurlanden binnenvallen. Het Westen verdient hoogstens kritiek omdat het te langzaam heeft gereageerd. Bij elke stap heeft de Russische president de Amerikaanse aarzeling en Europese verdeeldheid meedogenloos uitgebuit.

Hij zal doorgaan tot de Navo de afschrikking weer tot de kern van de Europese veiligheid verheft. Het irredentisme van Poetin eist diplomatie, gesterkt door harde macht. Hij zal ophouden als hij inziet dat agressie onaanvaardbare vergelding uitlokt. Om dat geloofwaardig te maken, moet het bondgenootschap aan zijn oostflank troepen legeren – boots on the ground.

Vooral in de opkomende wereld, maar niet alleen daar, worden de sancties door sommigen in een ander licht bezien. Door Rusland economisch te straffen ondermijnen de VS en Europa het open internationale systeem. Volgens deze opvatting moet de economie gescheiden worden gehouden van politieke ruzies. Waarom zouden nieuwe mogendheden een gelijk internationaal speelveld onderschrijven als de VS en Europa dit met hindernissen bezaaien om hun beperkte belangen na te streven?

Deze critici stellen terecht dat een geïntegreerde wereldeconomie een coöperatieve politieke architectuur nodig heeft. Maar de sancties tegen Oekraïne passen in een groter geheel van afkalvende mondialisering sinds de financiële crash van 2008. Ze getuigen van een ingrijpende ommekeer in de Amerikaanse opstelling.

De gestage vermindering door Washington van zijn mondiale betrokkenheid gaat verder dan het decreet van Obama dat de VS ‘geen stommiteiten’ meer moeten uithalen. De architect van het globaliseringstijdperk is niet meer bereid ervoor garant te staan. De VS zien geen wezenlijk nationaal belang in de handhaving van een orde die macht onder rivalen herverdeelt. En hoeveel kritiek ze hierop ook mogen hebben, China, India en de overigen zijn niet bereid zich als hoeders van het multilateralisme op te werpen. Zonder een voorvechter kan de globalisering alleen maar in verval raken.

Nog niet zo lang geleden waren de financiële wereld en het internet de krachtigste kanalen en tegelijkertijd de zichtbaarste symbolen van de verbonden wereld. Vrij kapitaal en digitale communicatie hadden geen respect voor nationale grenzen. Door financiële innovatie (en regelrecht bedrog) werden de enorme overschotten uit de opkomende wereld gerecycled tot arme huizenkopers in Midden-Amerika en onbetrouwbare speculanten aan de Costa del Sol. De meesters van het bancaire universum draaiden hun roulettewielen in naam van iets wat de Washington consensus heette. Toen kwam de crash. De financiële wereld werd genationaliseerd. De banken trokken zich terug, toen ze werden geconfronteerd met nieuwe regelgeving. De Europese financiële integratie is teruggedraaid. De mondiale kapitaalstromen omvatten nog maar ongeveer de helft van hun top van voor de crisis.

Wat de digitale wereld betreft, is de gedachte dat iedereen overal toegang tot dezelfde informatie moeten hebben, in aanvaring gekomen met autoritaire politiek en zorgen over privacy. China, Rusland, Turkije en andere landen hebben versperringen op de digitale snelweg geplaatst. De Europeanen willen zich beschermen tegen Amerikaanse inlichtingendiensten en het monopoliekapitalisme van de digitale reuzen. Het internet is op weg naar een Balkanisering. Het open handelssysteem valt uiteen. De mislukking van de Doha-ronde getuigde van de ondergang van de mondiale vrijhandelsakkoorden. In plaats daarvan gaan de ontwikkelde economieën op zoek naar regionale coalities en afspraken – het Trans-Pacific Partnership en het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag. De opkomende economieën knopen Zuid-Zuid-betrekkingen aan. Teleurgesteld over het uitblijven van een nieuw evenwicht in het Internationaal Monetair Fonds, richten de Brics-landen hun eigen financiële instellingen op.

Westerse leiders mogen een zekere argwaan tegen de globalisering hebben ontwikkeld, veel van hun kiezers staan er inmiddels uitgesproken vijandig tegenover. De globalisering werd verkocht als een oefening in het welbegrepen eigenbelang – in een wereld die de nationale grenzen slechtte, zou iedereen winnaar zijn. Daar lijkt het niet echt op voor de uitgeknepen middenklasse, want de winsten van de economische integratie gaan naar bovenste 1 procent. Hoeveel baat het zuiden ook bij de oude regels heeft gehad – de grootste geopolitieke gebeurtenis van deze eeuw tot nu toe is de toelating van China tot de Wereldhandelsorganisatie – maar de nieuwe mogendheden tonen maar weinig enthousiasme voor het multilateralisme. De oude orde wordt algemeen gezien als een werktuig van de Amerikaanse hegemonie. De laatste poging om de Wereldhandelsorganisatie nieuw leven in te blazen werd getorpedeerd door India.

De mondialisering heeft een handhaver nodig – een oppermacht, een samenstel van mogendheden of mondiale bestuursafspraken dat voldoende is om een eerlijke toepassing van de regels te waarborgen. Zonder een politieke architectuur die nationale belangen een plaats geeft in gezamenlijke inspanningen, is het economische kader voorbestemd om te verbrokkelen en versplinteren. Eng nationalisme dat hand in hand gaat met mondiale betrokkenheid. De sancties zijn onderdeel van dit verhaal, maar de Russische minachting voor de internationale orde telt zwaarder. Helaas hebben we in 1914 geleerd dat onderlinge economische afhankelijkheid een zwak bolwerk vormt tegen de wedijver van grootmachten.