De man van een half miljoen

Mustafa Karasahin blijft maar brieven sturen aan de gemeente Dordrecht. En die is verplicht hem te antwoorden. Deze week dient een unieke rechtzaak: Dordrecht wil de brievenschrijver laten vastzetten.

Tientallen wipkippen en glijbanen verdwijnen uit Dordrecht, net als het gratis openbaar vervoer tijdens de kerstmarkt. De gemeente bezuinigt vier miljoen dit jaar, op een begroting van 457 miljoen. Er gaan ook minder euro’s naar het leerlingenvervoer en naar openbaar groen. Maar er is één kostenpost die hardnekkig blijft drukken op de jaarbegroting: het half miljoen euro aan mankracht voor het verwerken van de post van de Dordtse pandjesbaas Mustafa Karasahin. Uit onvrede over de beslaglegging op het gros van zijn huurpanden – het gevolg van zijn weigering te voldoen aan strengere huureisen – stuurt Karasahin de gemeente maandelijks nog steeds tientallen en soms honderden WOB-verzoeken en bezwaarschriften. Over van alles en nog wat. Uit belangstelling, zegt hij. Om ons te jennen, zegt Dordrecht.

De gemeente is verplicht de post van Karasahin in behandeling te nemen. WOB-verzoeken – de afkorting staat voor Wet openbaarheid van bestuur – moeten binnen zes weken worden beantwoord, anders volgt een boete van 1.260 euro. Deze krant schreef al eerder over het meerkoppig ambtenarenteam van Dordrecht, 2,5 fte sterk, dat speciaal is opgetuigd voor de post van Karasahin. Voeg daarbij advocatenkosten en de manuren die opgaan aan de inzet van de archivaris voor de ingewikkeldere WOB-vragen, en de kostenpost van een half miljoen per jaar is daar. Dit is nu twee jaar gaande.

1.260 euro per brief

De civiele rechter legde de brievenstroom eerder dit jaar aan banden. Karasahin mag de gemeente nog tien brieven per maand sturen. Voor elke extra brief moet hij een dwangsom van 1.260 euro betalen (exact hetzelfde bedrag als Dordrecht moet betalen bij een laat beantwoord WOB-verzoek. De civiele rechter had gevoel voor detail). Maar Karasahin is blijven schrijven. Soms stuurt hij zeventig poststukken op één dag. Hij moet nu drie ton aan dwangsommen betalen, het maximum dat de rechter hem oplegde.

De juridische pech voor Dordrecht is dat ze nog steeds al die brieven moet beantwoorden: niet alleen die tien toegestane, maar álle. De civielrechtelijke uitspraak ontslaat de gemeente namelijk niet van haar bestuursrechtelijke plichten. En het bestuursrecht eist dat een gemeente WOB-verzoeken en bezwaarschriften en vergunningsaanvragen gewoon behandelt. „De burger heeft nu eenmaal recht op contact met de overheid”, zegt de Groningse universitair docent bestuursrecht Aline Klingenberg. „Stel dat hij tien heel vervelende WOB-verzoeken indient, en zijn elfde poststuk is een terechte aanvraag van een bouwvergunning. Dan moet de gemeente die binnen de wettelijke beslistermijn behandelen. Zo’n aanvraag negeren alleen omdat die man vervelend doet, is buitenwettelijk.”

Zolang Karasahin doorgaat met het schrijven van brieven, duurt de Dordtse geldverspilling dus voort. Het opleggen van een dwangsom werkt niet: „We hebben van die drie ton nog geen cent gezien”, zegt woordvoerder van de gemeente Mark Benjamin.

Dit is het uiterste redmiddel

Daarom wil Dordrecht nu het uiterste redmiddel inzetten: het gijzelen van de heer Karasahin. Lijfsdwang voor een brievenschrijver. „Onze juridische middelen zijn uitgeput”, zegt Benjamin. „We willen een eind aan de brievenstroom. Beter gezegd: we willen een eind aan de verspilling van gemeenschapsgeld. Vandaar dat we de rechter vragen om de inzet van dit verregaande middel.”

Gijzeling is een civielrechtelijke maatregel, maar „het lijkt op strafrecht”, zegt John Wisseborn, voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. „Iemand wordt gevangengezet. Alleen is gijzeling niet bedoeld om te straffen, maar om iets af te dwingen.”

Gijzeling komt weinig voor, meestal roepen aanmaningen of dwangsommen mensen tot de orde. In heel Nederland gebeurt het jaarlijks „misschien enkele tientallen keren”, zegt Wisseborn – maar zover hij weet gaat het altijd om conflicten tussen burgers onderling. Een vrouw die haar buurman het recht op overpad hardnekkig blijft ontzeggen. Een rijke man die steevast weigert de alimentatie te betalen aan zijn ex. Een conflict als in Dordrecht, tussen gemeente en burger, noemt Wisseborn „tamelijk uniek”. Maar hij sluit niet uit dat de rechter de eis tot gijzeling inwilligt nu de dwangsom vergeefs blijkt.

Stel, de rechter besluit tot gijzeling, en stel, Karasahin blijft doorschrijven, dan zal een deurwaarder aan diens deur verschijnen, waarschijnlijk vergezeld door de politie – vanwege vluchtgevaar. De briefschrijver zal worden meegenomen naar een gevangenis en, net als een strafrechtelijk veroordeelde, gevangeniskleding moeten aantrekken. De rechter zal bepalen hoelang hij de cel in gaat: bijvoorbeeld tien dagen voor elk teveel van honderd brieven. Ook gijzeling zal de gemeente overigens geld kosten: 11,30 euro per dag, voor de huur van de cel.

De brievenschrijver is trots

Mustafa Karasahin is „trots dat hij dit heeft bereikt”. „De lokale overheid staat met de rug tegen de muur.” Tegen een eventuele gijzeling ziet hij niet op. „Je hebt je natje en je droogje. Daar hoef je het niet voor te laten.” Nog steeds is hij het oneens met het huurbeleid van Dordrecht. Die stouwt volgens hem zelf antikraakpanden vol met arbeidsmigranten, terwijl ze streng optreedt tegen huurbazen als hij. „Tweematenpolitiek. Klassenjustitie.” Hij zegt door te gaan met het schrijven van brieven. „Hoe, dat weet ik nog niet. Ik ben heel vindingrijk.”

Het kort geding dient donderdag.