Daniel von Piekartz is kameleontisch zanger

Ruim acht jaar nu, houdt saxofonist Benjamin Herman een tweewekelijkse jamsessie bij de Amsterdamse sociëteit De Kring. Jazzaerobics noemt hij dat. Albums als Campert, Hypochristmastreefuzz en Café Solo kwamen eruit voort, de cd Live is er gedeeltelijk opgenomen. Bij die Kring-sessies was de jonge musicus Daniel von Piekartz uit Oldenzaal, conservatoriumstudent nog, onvermoeibaar. Túk was hij op het spelen met het trio van Herman (met bassist Ernst Glerum en drummer Joost Patocka) – niet weg te slaan van die piano.

Maar dat Von Piekartz ook een uitzonderlijk zanger bleek, hoorde Herman pas eens op tournee in Milaan. „Het gerucht ging dat zijn stem zo speciaal was”, schrijft de saxofonist in het boekje van de cd Trouble, „het leek ons een goede gelegenheid om hem eens zijn gang te laten gaan in een paar nummers. Hij blies ons vervolgens bijna van het podium. Ik wist meteen dat we iets moesten opnemen.”

Eerder werkte hij met de zanger/pianisten Ruben Hein en Wouter Hamel. En ook nu had Herman gelijk. Het was al formidabel hoe North Sea Jazz recentelijk als een blok viel voor het Benjamin Herman Trio met Von Piekartz’ relaxte vocalen in zacht smeltende, sentimentele stukken. En wat een kennismaking is Trouble, waarop Von Piekartz acht van de tien stukken vocaal voor zijn rekening neemt .

Het wonderlijke en daardoor des te meer aantrekkelijke aan de wat androgyne stem van Von Piekartz is dat hij steeds weer anders klinkt. Kameleontisch schakelt hij per stijl; een nieuwe klank, een ander timbre. In jazz heeft hij een sober delicaat swingende aanpak, zonder overtollige tierelantijntjes, die bij vlagen Chet Baker in herinnering brengt. In popliedjes heeft hij een geknepen John Mayer-geluid. In funk is het steviger. In soulliedjes als Wishful Thinkin van Sly Stone wordt zijn stem uitdagend en rauw.

Von Piekartz heeft een perfect gevoel voor timing, essentieel voor tamelijk veel jazzklassiekers. A Slow Hot Wind is weelderig en luchtig; lui in de tel, met lucht in de saxofoonnoten. Fats Wallers Smoke Dreams of You krijgt juist een wat amechtige, gedoseerde aanpak. Maar vooral in Blue Velvet is de balans tussen stem en saxofoon haast volmaakt. Na het mooie bedachtzaam geblazen intro van Herman valt de zang zachtjes in het fluweel. En dan You Got Me So Bad, origineel van J.J. Cale: wat getergd, maar o zo wulps.