Dag, dag, buitenboordbeugel

Minischroefjes in de kaak blijken een uitstekend alternatief te zijn voor de buitenboordbeugel.

Kinderen met buitenboordbeugels zijn binnen een paar jaar waarschijnlijk een zeldzaamheid. De externe beugels, aangepast door een orthodontist, zijn nodig om bij het langzaam draaien en verplaatsen van tanden en kiezen een vast ankerpunt te hebben. Maar steeds meer orthodontisten schroeven daarvoor tegenwoordig minischroefjes rond een tand of kies in het kaakbot.

Britse tandheelkundigen hebben aangetoond dat de grote, driewortelige voorste kies in de bovenkaak, een veelgebruikt verankeringspunt voor beugels, bij toepassing van die minischroefjes vrijwel niet van zijn plaats komt. Een buitenboordbeugel kan daar niet tegenop, al is het maar omdat die niet altijd wordt gedragen.

De conclusie van de tandheelkundigen is belangrijk, want een groot probleem bij beugels is de ongewenste verplaatsing van tanden en kiezen die al op hun plaats staan. De beugel zit met metaaldraadjes en elastiekjes vast aan tanden en kiezen die eigenlijk al goed staan. Maar iedere kracht wekt een reactiekracht op. Tanden en kiezen verplaatsen zich doordat er aan de kant waar ze naartoe worden getrokken wat kaakbot verdwijnt, dat aan de ‘lijzijde’ weer wordt gevormd. Schroefjes of botankertjes, een soort titanium plaatjes, hebben daar minder last van.

De schroefjes en plaatjes zijn ook op andere plaatsen dan rond die voorste kies goed toepasbaar. Daarnaast is het inschroeven onder plaatselijke verdoving volgens orthodontisten vrijwel pijnloos. De implantaten zijn doorgaans 1,5 tot 1,8 mm dik en 5 tot 10 mm lang. Ze kunnen direct na het inschroeven worden belast. Ook de verwijdering, als de tanden en kiezen recht staan, is vrijwel pijnloos en kan zonder verdoving.