Als ebola naar Nederland komt, staan ze paraat

Nederlandse Huisartsen, GGD’s en ziekenhuizen bereiden zich voor op patiënten die uit Afrika terugkomen met ebola. Europa is niet af te sluiten voor het virus.

De kans dat een Nederlands ziekenhuis te maken krijgt met een ebolapatiënt is reëel. Dat zegt Ab Osterhaus, viroloog van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Hij gaat ervan uit dat de ziekenhuizen voldoende voorzorgsmaatregelen hebben getroffen. „Maar pas als het zover is, kunnen we zien hoe goed we zijn voorbereid.”

Recente ebolagevallen in de ons omringende landen, tonen dat Europa niet is af te sluiten voor de infectieziekte uit West-Afrika. Ebolapatiënten worden uit vliegtuigen geweerd, maar iemand die ongemerkt besmet is, kan tijdens zijn incubatietijd reizen en daarna pas ziek worden. Osterhaus: „De symptomen treden snel op, het zal niet pas na weken te merken zijn.”

Belangrijk bij het voorkomen van verspreiding is snelle herkenning van de ziekte. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft zijn protocol aangescherpt en vraagt huisartsen en GGD’s alert te zijn. Osterhaus: „De kans dat bij de huisarts het recente bezoek aan West-Afrika van iemand met koorts niet naar voren komt, is niet zo groot.”

Volgens de viroloog kan binnen 24 uur een 100 procent zekere diagnose worden gesteld. Het Erasmus MC en het RIVM bepalen vervolgens wat er gebeurt. Iedereen die in contact is geweest met een ebolapatiënt zou weken worden gevolgd. Hem wordt in ieder geval gevraagd twee keer per dag de temperatuur op te nemen.

Vleermuis in een grot

Osterhaus herinnert zich de vrouw die in juli 2008 overleed aan het marburgvirus, een aan ebola verwante ziekte die ze vermoedelijk had opgelopen in Oeganda. Daar zou in een grot een vleermuis tegen haar aan zijn gevlogen. „Iedereen die met haar in contact was geweest, moest in quarantaine: medisch personeel, schoonmakers en bezoek. Een speciaal samengesteld team had dagelijks contact. Daardoor is het toen bij één slachtoffer gebleven.”

Een telefonische ronde langs de Nederlandse universitaire medische centra (UMC’s) leert dat de acht ziekenhuizen vaste trainingen hebben voor bijzondere aandoeningen, zoals de longziekte SARS.

Vijf van de acht hebben onlangs speciaal voor ebola een simulatieoefening gedaan of gepland – het Erasmus MC deed die afgelopen vrijdag. Alle UMC’s zeggen ervoor te hebben gezorgd dat protocollen zijn verscherpt en dat isolatiekamers en medewerkers in multidisciplinaire teams beschikbaar zijn.

Het UMC Groningen sloot vorige maand tijdelijk de afdeling infectieziekten voor een uitgebreide training. De nadruk lag op de hygiënische maatregelen en het voorkomen van verspreiding. De uitrusting van medici en verpleging bestond uit een ‘maanpak’, laarzen, een schort, een extra paar handschoenen, een gezichtsmasker en een mondkapje.

Laarzen en afvaltonnen

Het ziekenhuis controleerde na de handelingen met de neppatiënt en na het uittrekken van de kleding – als het ‘echt’ was geweest zou die worden vernietigd – met fluorescerende spray en blacklight op ‘besmetting’. „Ongeoefende studenten raken bijna allemaal ‘besmet’, onze artsen en verpleegkundigen deden het gelukkig perfect”, zegt Tjip van der Werf, hoogleraar infectieziekten. „De training en presentaties hebben geleid tot verbetering van het bestaande protocol.”

De oefening zorgt ervoor dat elk detail is doorgenomen, zegt ook internist-infectioloog Chantal Bleeker van het Nijmeegse Radboudumc, dat een vergelijkbare training hield. Zoals? „Dat meer afvaltonnen nodig zijn dan gedacht, dat de beoogde kamer onhandig is ingericht, dat het, zonder stoel, in de sluis lastig is om laarzen aan trekken en dat de intercom moet worden gerepareerd. We willen niet worden verrast en intussen is alles aangepast.”

En dat terwijl de overdracht van ebola „nog niet eens zo gemakkelijk” is, zegt Bleeker. „Griep en mazelen hebben meer besmettingsgevaar. Bij ebola verloopt het alleen via lichaamsstoffen als bloed, urine en ontlasting.” Zij bedoelt: alleen door intensief contact met een patiënt.

Hulpverleners kiezen er soms zelf voor of ze ebolapatiënten willen helpen, in Groningen bijvoorbeeld. „Je moet goed in je vel zitten om goed te kunnen meedoen”, zegt hoogleraar Van der Werf. „Wie bang is, hoeft niet – mensen die net zwanger zijn of jonge kinderen hebben. Overigens is bijna niemand afgehaakt.”

Deelname zou bij het Maastricht UMC „waar mogelijk” vrijwillig zijn, UMC Utrecht „oefent geen druk uit op medewerkers” en bij het Leiden UMC „hoort het bij de functie”, zeggen woordvoerders.

De enkele keren dat iemand de afgelopen jaren verschijnselen had die ook op ebola kunnen duiden, bleek het malaria te zijn, weet internist-infectioloog Bleeker. „Dat heeft veel dezelfde symptomen. Het is in beide gevallen zaak snel de goede diagnose te stellen. In Afrika was de kans dat iemand aan ebola overlijdt in eerdere uitbraken wel eens 90 procent. Dat zou in de Nederlandse gezondheidszorg ook nog altijd 50 procent kunnen zijn.”