Voor een tientje het land door

Bas van Putten probeert in de Polo BlueMotion 1 op 30 te rijden. Het valt hem niet mee om zuinig te schakelen.

Foto Peter de Krom

Volkswagen heeft een superzuinige Polo-diesel met het BlueMotion-ecolabel voor VW’s die niet van drinken houden. Nou, die is vernieuwd. Nieuw driecilindertje, meer trekkracht, nog meer multimediadingetjes.

Afgezien van de motor, sterker en stiller, merk ik weinig verschil met de vorige Polo. Vier uitstekende zitplaatsen, een bagageruim voor een tweepersoonshuishouden, de gepantserde degelijkheid van een Golf. De Polo blijft de beste auto in zijn klasse, hoewel hij de laatste jaren vanuit Frankrijk concurrentie kreeg van soortgenoten die voor minder geld meer joie de vivre bieden dan de saaie piet uit Wolfsburg.

Gelukkig heeft de Polo TDI BlueMotion een unique sellingpoint waarop de Fransen nog geen weerwoord hebben. Hij zou de zuinigste dieselauto überhaupt moeten zijn. Met het door VW opgegeven verbruik van 1 op 32,3 wordt de Polo een zogenaamde drieliterauto, die 100 kilometer ver komt op drie liter brandstof. Deze bijna-geheelonthouder lijkt een voorlopig hoogtepunt in de grote drooglegging van de ooit onverzadigbare brandstofmotor. Voor een tientje haal je Groningen vanaf Maastricht.

Alleen bouwde het VW-concern zulke auto’s al veel eerder. In 1999 was de VW Lupo 3L de eerste, twee jaar later gevolgd door de Audi A2 TDI met dezelfde motor. Ze consumeerden even weinig diesel als een cactus water. Daarvoor hadden Audi en VW op het vlak van gewichtsbesparing en luchtweerstandverlagende ingrepen wel alles uit de kast moeten halen. Met hun smalle bandjes, magnesium en aluminium componenten, lichtere stoelen, flinterdun glas en pietepeuterige koffiemolendieseltjes waren het fragiele en voor de doorsnee consument iets te spartaanse broeders. Met één vernietigende blik kon je de voorruit laten barsten. En succesvol waren ze door hun hoge prijzen geen van beide.

Die traditie houdt VW in ere. Al beweert de fabrikant dat de Polo licht goedkoper is geworden, nog altijd is er een hoge drempel. Geen probleem voor wie hem met 14 procent bijtelling als auto van de zaak krijgt, maar de particulier zal bezorgd constateren dat hij voor mijn test-Polo met donker glas achter, ‘multifunctioneel lederen stuurwiel’, parkeersensoren en airco met elektronische temperatuurregeling 21.176 euro mag afrekenen. Daar heb je, als je goed zoekt, drie gebruikte Polo’s voor die heel aanvaardbaar 1 op 15 halen en nog jaren houden. Maar die kunnen niet wat deze kan, althans theoretisch; mij is het nooit gelukt een diesel 1 op 30 te laten rijden. De eerbied voor het wonder gebiedt me deze TDI zijn onvoorstelbare belofte waar te laten maken.

Energiek driecilindertje

Het is niet meegevallen. Zuinig rijden is een worsteling met je ongeduld en de omstandigheden. Een file en een stad vol stoplichten kunnen alles verpesten. Ik mag niet zwichten voor de verleiding om de fors toegenomen trekkracht in te zetten voor de levendige rijstijl die het stille, energieke driecilindertje best in zich heeft. Ik moet me strikt houden aan de schakelindicaties op het boordcomputerdisplay, wat het rijden er niet plezieriger op maakt. Bij de zuinig lage toerentallen van de aanbevolen opschakelmomenten trekt de arme Polo voor geen meter.

Collega Cornelis Kit heeft in het blad Autoweek ooit beschreven hoe merken hun officiële verbruikscijfers berekenen. Voor de testprocedure gelden Europese regels. Het verbruik wordt binnenshuis gemeten op een rollenbank, beschermd tegen de negatieve invloeden van weer en wind. Testrijders accelereren uiteraard zo voorzichtig mogelijk en de airco blijft uit. De ‘reële’ lucht- en rolweerstand worden vastgesteld door de auto buiten op een licht aflopende testbaan – toegestaan! – in z’n vrij uit te laten rollen van 130 naar 40 kilometer per uur; hoe langer dat duurt, des te lager luchtweerstand en verbruik. De legale maar flatteuze uitkomsten worden in de rollenbankcomputer met de dito verbruiksdata versleuteld tot de droomcijfers die in de praktijk vrijwel onhaalbaar zijn. Wish me luck.

Dat heb ik. Goed weer met weinig wind, een lange route zonder noemenswaardig oponthoud. De airco laat ik uit. Ik rijd niet harder dan 100. Het resultaat: 3,6 l/ 100 kilometer. Dat is 1 op 27,7. Indrukwekkend, maar niet de 1 op 30 die de Lupo vijftien jaar geleden wél haalde. Ook dat is trouwens niets bijzonders meer. Inmiddels heeft VW een tweezits éénliterauto, de XL1, met een verbruik van 1 op 100. Die kost helaas 111.000 euro. Daarbij vergeleken is zo’n Polo haast liefdadigheid, dus toe maar.