Werkloze en zieke Samir A. reïntegreert moeizaam

Still uit het videotestament van Samir A., dat in 2006 gevonden werd bij zijn aanhouding. NOVA zond er op in september van dat jaar delen van uit. Foto ANP / Marcel Antonisse

De reïntegratie van Samir A. verloopt uiterst moeizaam. De voor terrorisme veroordeelde A. is vandaag een jaar vrij, maar leidt een teruggetrokken bestaan. Hij is werkloos, ziek en constant bang dat hij wordt herkend. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad (€). Zelf vindt A. dat hij als “een vluchteling” leeft.

De krant sprak met kennissen en vrienden van Samir A. en bronnen die betrokken zijn bij zijn reïntegratie.

Veroordeeld voor beramen aanslagen op politici

Samir A. werd in 2008 in hoger beroep veroordeeld tot negen jaar cel voor het beramen van aanslagen op (onder anderen) Nederlandse politici. Toen hij vorig jaar tweederde van zijn straf had uitgezeten, kwam hij onder voorwaarden vrij. Hij zou inmiddels weinig sociale contacten over hebben. Zijn vrouw en twee kinderen zijn nog wel bij hem.

Door een chronische darmziekte is hij niet in staat te werken. Hij heeft nauwelijks geld omdat zijn banktegoeden zijn bevroren door de overheid. Volgens zijn advocaat, Tamara Buruma, bemoeilijkt deze sanctie zijn terugkeer in de samenleving.

“Iedere reclasseringsambtenaar zal beamen dat het voor zijn terugkeer belangrijk is om een stabiel leven te hebben, en dat is lastig als je geen geld mag hebben.”

Ook is de veroordeelde terrorist bang dat hij op straat wordt aangesproken door journalisten, met wie hij volgens zijn voorwaarden geen contact mag hebben.

‘Hij kijkt nu anders naar de wereld’

Uit zijn profiel op Facebook, dat NRC opspoorde, blijkt dat A. na zijn vrijlating moslims heeft opgeroepen een brief te schrijven aan Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. “Hij zou het waarderen als jullie een brief of kaartje sturen met morele steun”, schreef Samir. Ook gaf hij een ‘like’ aan het profiel van terreurorganisatie IS en ‘likete’ hij een bericht waarin IS wordt verdedigd.

Volgens een vriend van A. heeft hij mogelijk “sympathie” voor de islamitische staat die IS aan het vestigen is in Irak en Syrië, maar tegelijk zou hij zijn radicale opvattingen langzaam aan het herzien zijn. Ook in de moskee waar A. komt, zou hij geen blijk geven van extremistische ideeën. A. zou anders naar de wereld kijken dan vroeger en houdt niet langer alle Nederlanders verantwoordelijk voor het Nederlandse regeringsbeleid in het Midden-Oosten.