‘Over vijf jaar zullen drones normaal zijn’

Bart Remes

(33) ontwikkelt aan de TU Delft drones die in een binnenzak passen.

Foto Maurice Boyer

Passie

„‘Gebeten zijn door de microbe’, noemen we het in België. Begeesterd zijn, maar je weet niet precies waarom. Ik voel de microbe al van jongs af aan bij alles wat vliegt. Mijn eerste modelvliegtuig kreeg ik van mijn vader. De verwezenlijking dat je iets zo goed kon bouwen dat het vloog, was de trigger denk ik. Zelfs nu ik het kan berekenen, blijft het me verbazen dat dingen vliegen. Ik kijk met jaloezie naar de natuur. Ik ben ook gevraagd voor projecten met waterrobots. De uitdagingen zijn hetzelfde, maar ja, het vliegt niet.”

Ruimte

„Er is niet echt een moment dat ik en mijn twee collega’s het Micro Aerial Vehicle laboratorium (MAVlab) hebben opgericht. Als student hielp ik met het bouwen van de Delfly, een onbemand vliegtuigje van 20 gram dat als een libelle met zijn vleugels klapt. Toen ging de bal rollen. Er kwamen projecten bij, onderzoek naar andere onbemande microvliegtuigjes, naar helikopters, later naar autopiloten. In het begin vond men ons bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek maar rare modelbouwers. We zijn zelfs een periode „verbannen” naar een andere gebouw. Achteraf was dat een zegen, we konden daar vrijuit experimenteren.”

Apotheose

„De deadline voor een project of een wedstrijd is vaak het moment van euforie. Tijdens de International Micro Air Vehicle conferentie 2013 lieten we twaalf drones in een zwerm vliegen, aangestuurd door één operator. Als dertiende vloog een autopilot mee van nog geen twee gram. Daar hadden we twee jaar aan gewerkt. Zo klein, met al die computerkracht. Als je dan programmeert: vlieg daarheen, en hij gaat. Je wilt dat hij terugkomt en hij komt terug, dat is prachtig.”

Openheid

„We hebben er bewust voor gekozen om open source te werken. Door al onze informatie via een wikipagina te delen met andere dronebouwers wereldwijd kunnen we veel grotere stappen maken. Zo kregen we van een modelbouwer een ontwerp van een hybride, met eigenschappen van een vliegtuig en een helikopter. Wij ontwikkelden vervolgens de software om hem autonoom te laten vliegen. Als ik nieuwe software op Wiki zet, krijg ik direct te horen waar de fouten zitten. In Nederland mogen we alleen testvliegen op toegewezen locaties, in Australië is altijd iemand met zijn drone in de tuin.”

Streven

„Over vijf jaar zullen drones een normaal verschijnsel zijn. Google en Amazon experimenteren al met het bezorgen van pakketten. Boeren zullen er hun land mee inspecteren, ze zullen worden ingezet bij rampen. Mensen gaan een pocketdrone bij zich dragen zoals nu hun smartphone. Om zichzelf te filmen, als navigator. En meer. Ik weet niet wat de Facebook wordt van de pocketdrone. Wij maken de technologie, toepassingen laat ik over aan de creatieven. Ik ben niet bang voor misbruik. Wie kwaad wil kan allang terecht op de markt voor militaire drones. Wij proberen ze juist beschikbaar te maken voor nuttig en positief gebruik.”

Balans

„Programmeren doe ik meestal ’s nachts, ongestoord. Overdag ben ik op het lab of onderweg. Ik woon in Antwerpen en werk in Delft, ook de testvlieglocaties zijn op twee uur rijden. Voor projecten en wedstrijden moet ik regelmatig reizen. Ik probeer tijd te maken voor mijn gezin, maar de kinderen uit school halen zit er niet in. Dat is een offer, zeker, maar daar ben ik toe bereid en mijn vriendin steunt me. Zij en de kinderen hebben trouwens niets met vliegtuigjes. Alleen de Delfly, de libelle, vinden ze schattig.”

Kick

„Over twee weken gaan we naar Australië voor een Outback Challenge. De vliegtuigen van de deelnemende teams moeten autonoom op zoek naar Joe, een vermiste hiker. Zo’n wedstrijd is geweldig, maar het is geen spel. We testen wat we afgelopen jaar hebben bereikt. Deze wedstrijd wordt mede geïnitieerd door de Australische luchtverkeersleiding, brandweer en politie. In Brussel ontmoette ik ooit Burt Rutan, ontwerper van het ruimtevliegtuigje Space-ShipOne. „Fun is defendable”, zei hij. Als je iets leuk vindt, doe je het tien keer beter. Dat is ook mijn strategie.”