Ook voor de kosten van militair materieel geldt de Big Mac-index

Rijke landen spenderen meer aan defensie dan opkomende economieën. Toch krijgen ze minder waar voor hun geld.

De ene soldaat is de andere niet. Dat geldt niet alleen voor de kwaliteit van de verschillende strijdkrachten op de wereld, maar ook voor de kosten ervan. Als de VS een miljard dollar uitgeven, koopt het daarmee veel minder defensie dan als China dat doet.

Voorbeeld: een Amerikaanse militair ‘kost’ waarschijnlijk veel meer dan een Chinese. Diens salaris is waarschijnlijk, vier, vijf maal hoger. Of nog meer zelfs. Met hetzelfde budget kan het Amerikaanse leger dus veel minder soldaten betalen dan het Chinese.

In de statistieken worden defensie-uitgaven bijgehouden in miljarden dollars per land, als percentage van het bruto binnenlands product of als deel van de overheidsuitgaven. De koopkracht van die miljarden dollars wordt echter nooit meegenomen.

Economen hebben daar een correctie voor. Om welvaart goed in te schatten bijvoorbeeld, of armoede. Een Chinees verdient dan wel veel minder dan een Amerikaan, maar hij gaat veel goedkoper naar de kapper en doet veel goedkoper boodschappen. Om dit te laten zien, wordt wel de Big Mac-index gebruikt. Die meet hoeveel McDonald’s lokaal rekent voor zijn bekendste hamburger en maakt zo verschillen in koopkracht zichtbaar.

Voor militaire uitgaven bestaat het International Comparison Program van de VN. Dat vergelijkt de collectieve uitgaven van een staat, zoals defensie. Zo zijn militaire bestedingen te corrigeren voor koopkracht. En blijkt dat de effectieve militaire uitgaven van opkomende landen in de praktijk hoger zijn dan de statistieken suggereren.

Hun prijspeil is lager, en zij kopen effectief meer van de goederen en diensten dan het lijkt.

Sommige Europese landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, hebben een hoger prijspeil dan de Verenigde Staten en zijn dus juist duurder uit. Gecorrigeerd voor koopkracht zijn hun effectieve uitgaven juist wat lager dan de statistieken suggereren.

Het resultaat: China, India en Rusland geven aan defensie officieel samen de helft minder uit dan de VS, maar in werkelijkheid zijn ze de Amerikanen al voorbij. Rusland geeft nog niet de helft uit van wat de Europese grootmachten samen aan defensie spenderen, maar overtroeft ze in de praktijk ruim. In de nieuwe multipolaire wereld liggen de defensiebestedingen dichter bij elkaar dan het lijkt.