Moderne oma springt graag bij

Vier op de tien ouders vinden de crèche te duur, zo bleek deze week uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De oplossing? Opa en oma.

Door Anouk Eigenraam en Marije Willems, foto’s Maarten Hartman

Op het schoolplein, bij de huisarts, op het voetbalveld. Steeds vaker zie je dat opa of oma hun kleinkind opvangen. Ouders maken sinds 2012 minder gebruik van de kinderopvang dan ze zouden willen, zo bleek eerder deze week uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar kinderopvang. Tussen 2011 en 2013 zijn bijna 30.000 plaatsen op crèches verdwenen. Vier op de tien ouders vinden de crèche te duur. De oplossing? Precies. Opa, oma of andere familieleden of bekenden.

„Opa’s en oma’s spelen een steeds grotere rol in het leven van hun kinderen”, zegt Theo van Tilburg, hoogleraar sociologie aan de VU in Amsterdam.

De helft van de schoolgaande kinderen wordt een of meer dagen per week door opa en oma opgevangen. Nog vaker – bij 6 op de 10 kinderen – passen grootouders op jonge, nog niet schoolgaande kinderen.

Moderne opa’s en oma’s zijn fit en gezond genoeg om op hun kleinkinderen te passen, zegt Van Tilburg. „Sommigen gaan naar Spanje om in de zon te zitten en anderen passen op. Het is een van de nuttige dingen die je kan doen in deze participatiemaatschappij.” Ouders kloppen volgens hem niet alleen om financiële redenen bij grootouders aan. „Opa en oma zijn ook als ‘noodopvang’ een uitkomst. Als je kind ziek is bijvoorbeeld. Of als je een oppas nodig hebt in het weekend of in de avonduren.”

Het aantal kinderen dat naar de formele kinderopvang gaat, is tot aan 2012 jarenlang gestegen. Sinds dat jaar nam het aantal kinderen in de opvang af. De instroom daalde van 211.000 kinderen in 2011 naar 170.000 kinderen in 2013. Terwijl de uitstroom toenam van bijna 200.000 in 2011 tot 231.000 het jaar erna – de cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.

Het is volgens Van Tilburg ook een investering voor later. Hij baseert zich daarbij op eigen onderzoek. „Intensief contact met kleinkinderen betaalt zich terug. Kleinkinderen bezoeken hun opa en oma later vaker. Ook leidt het oppassen vaak tot een sterkere band met de eigen kinderen.”

Met de opa en oma die oppassen is niets mis, reageert Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar kinderopvang waarin een kind zich dan begeeft verrijken elkaar.” Toch is er een probleem, zegt hij. „We hebben een mamadag, soms een papadag, een opa- en een omadag en dan hebben we nog een dagje over en brengen we de kinderen naar de crèche. Daarmee creëer je een lappendeken. Ik noem het ‘het duiventileffect’. Kinderen vliegen voor één dagje binnen op de crèche. De kinderen en de leidsters daar zien elkaar dan relatief weinig, waardoor ze minder goede relaties met elkaar opbouwen.”

Volgens Fukkink komt het voor dat een leidster in de kinderopvang zomaar dertig verschillende gezichten in de week ziet. „De stabiliteit van de groepen holt achteruit. Dat is zorgelijk.” De kinderopvang moet er volgens hem voor waken geen „Ikea-ballenbak” te worden.