Mijn lichaam voelt nu anders

Voor Sven Kramer is dit seizoen alles anders: zijn coach (Jac Orie), zijn ploeg (BrandLoyalty) en zijn afstand (1.500 m). Hij neemt daarmee een risico. „Niks biedt mij grip.”

Trainingskamp in Cecina, Italië. In oktober begint het schaatsseizoen. Foto Stephan Tellier

Natuurlijk kijkt Sven Kramer onder zijn rechteroksel door even stiekem achterom. Daar blaast zijn nieuwe ploeggenoot Kjeld Nuis bij elke slag diep uit. Twee schaatsplanken vlak achter elkaar, op het wielerbaantje van Cecina. Niemand zit dieper in de schaatshouding dan Nuis.

Ook Kramer zakt nog wat dieper door de knieën. Van twintig slagen per serie terug naar zestien? Nee, kom op, gewoon weer twintig. En zelfs tweeëntwintig. Dan ineens klapt de rechterhand tegen het houten randje van de plank. Bloed, pleisters. „Morgen in de Telegraaf”, dolt ploeggenoot Hein Otterspeer. „Sven Kramer gewond bij training in Italië.”

Met zijn nieuwe ploeg BrandLoyalty traint Kramer de eerste twee weken van september aan de zonnige kust van Toscane. Negen jaar boegbeeld van de miljoenenploeg TVM, nu onderdeel van een team met vier vrouwen, vijf sprinters en twee collega-allrounders. Niet langer Gerard Kemkers als coach maar Jac Orie, die al sinds jaar en dag Cecina verkiest als uitvalsbasis om zijn ploeg nog één keer meedogenloos aan te pakken voordat in oktober de schaatsen worden ondergebonden.

Onwetend over zijn lijf

„Mijn lichaam voelt nu anders”, vertelt Kramer (28). In zijn eerste zomer bij Orie, met eerder trainingskampen op het zomerijs van Inzell en in Collalbo, voelt hij zich „onwetend” over zijn eigen lijf. „De afgelopen jaren zat ik in een programma en een team waarin ik gaandeweg de zomer veel referentiepunten had. Als ik zo en zo skeeler, als ik zo hard een berg op fiets, dan rolt er straks op het ijs wel een tijd van 6.10 of 6.12 uit. Dat gevoel heb ik nu helemaal niet. Jac kan zeggen dat het goed gaat, maar ik geloof het pas op 31 oktober na twaalf en een halve ronde.” Bij de eerste echte wedstrijd, de vijf kilometer bij de NK afstanden in Heerenveen. En tot die tijd? „Hier hangt een risico aan vast, dat weet Jac ook wel.”

Toch koos Kramer bewust en veel eerder dan de buitenwereld het wist voor een switch van Kemkers naar Orie. „Dat was voor de WK Afstanden in Sotsji 2013”, herinnert hij zich na enig nadenken. „Ik heb Jac gewoon opgebeld. ‘We moeten even zitten’, zei ik.” Na een aantal gesprekken wist hij het zeker. Het olympisch seizoen zou hij afmaken bij Kemkers en TVM, dat in maart stopte met sponsoring. Daarna wilde hij verder met Orie.

Ver voor de Spelen van Sotsji – waar hij op grootse wijze goud haalde op de vijf kilometer maar op de tien een keiharde nederlaag leed tegen Jorrit Bergsma – maakte Kramer binnen de TVM-ploeg zijn besluit bekend. „Als je dingen op z’n beloop laat, gaan andere mensen keuzes maken. Dan wordt er uiteindelijk voor je gekozen en daar houd ik niet van.”

Van 10 kilometer naar 1.500 meter

Moeilijk om zijn zekerheden bij Kemkers op te geven? „Ik heb negen jaar bij Gerard getraind. Onwijs veel successen gehad, dieptepunten ook. Ik wilde nog vier jaar schaatsen, maar niet op dezelfde manier. Ik had bij Gerard kunnen blijven en veel kunnen veranderen. Maar dan verander je niet de kern.”

Geen ‘trage’ duurschaatser meer zijn maar een snelle middenafstand-specialist, daar draait voor de zesvoudig Europees en wereldkampioen allround alles om. Zijn aandacht verschuift van tien kilometer naar 1.500 meter. „Al het werk voor de tien kilometer, daar word je gewoon trager van. Ik wil bij Jac iets meer kort werk doen, meer intensiteit.”

In de ploeg van Orie traint hij met de snelste schaatsers ter wereld: olympisch kampioen Stefan Groothuis, Jan Smeekens, Kjeld Nuis, Hein Otterspeer. Zijn start was moeizaam. Pas op de dag van het eerste trainingskamp werden de contractbesprekingen met BrandLoyalty bezegeld met handtekening en champagne. „Ook financieel heb ik een risico genomen”, stelt Kramer, die bij zijn nieuwe ploeg beduidend minder verdient dan bij TVM.

En hij was bij zijn entree in de ploeg verre van fit, door complicaties na een operatie aan zijn luchtwegen van eind vorig seizoen. „De operatie zelf ging goed, maar ik kreeg er een zware bacterie bij. Daar ben ik twee maanden knock-out van geweest.”

Orie kreeg een kampioen zonder vorm. „Sven heeft een conditioneel tikje gehad hoor, niet zo zuinig. Wat denk je als je een paar penicillinekuren achter de rug hebt? Weer kwam die bacterie terug, en nog een keer, en weer een ontsteking.”

Deze ochtend skeelert Kramer ouderwets imponerend over gluiperig omhoog lopende Toscaanse wegen, zes blokken van vier minuten. Met zijn allround-ploeggenoten Wouter Olde Heuvel en Douwe de Vries, die meekwamen van TVM, voegt hij zich daarna bij de sprinters voor wat explosief werk aan het elastiek en op de schaatsplank. Dan op de skeelers terug naar het hotel, even later met een handdoekje de boulevard overstekend voor een koele duik in de Middellandse Zee.

„In de eerste acht weken bij ons heeft hij een megastap gemaakt”, vertelt Orie. In getallen? Op zijn omslagpunt trapt Kramer nu 60 watt meer dan bij eerdere tests, bij de Wingate-test (een halve minuut op maximaal vermogen) is dat zelfs 300 watt extra. „Je ziet dat hij hard vooruit gaat, de power is nu ook weer terug. Sven is heel goed trainbaar, hij is natuurlijk niet voor niets zo goed.”

De filosofie van BrandLoyalty is eenvoudig: de sprinters maken de allrounders sneller, de allrounders helpen de sprinters aan meer uithoudingsvermogen. Win-win, zoals Orie in het verleden gecombineerde successen vierde met allrounder Gianni Romme en sprinter Erben Wennemars.

Geen scheve gezichten bij de vaste kern van de ploeg, met een dominante topper als Kramer die veel aandacht opeist? „Ik denk dat die gasten elkaar wel goed aanvoelen”, reageert Orie nonchalant. „Ze komen elkaar al jaren tegen in elke kleedkamer van de wereld. Je kan over alles wel een praatgroep oprichten. Daar wil ik zoveel mogelijk van af. We lachen veel. Elkaar een beetje stangen.”

Kramer moest wennen in het begin

Kramer zelf moest in het begin „een beetje wennen”. Maar bij de krachttraining vanmiddag houdt hij zich verbaal niet in. „Als je niet tegen de druk kunt, dan doe je het toch gewoon als niemand kijkt”, grapt hij als een ploeggenoot de halter niet omhoog krijgt. „Heb jij nog geen last van je rug dan”, countert een van de ‘sprintberen’, die niet terugdeinzen voor gewichten van honderd kilo en meer. De competitie is nooit ver weg.

„Mooi hoor, als je bijvoorbeeld Nuis vanmorgen gas ziet geven op de schaatsplank”, glundert Orie. „Kjeld is nu al afgrijselijk goed. Dan zie je die anderen kijken. ‘Ik moet potverdomme met hem mee’. Daar hoef je als trainer niets aan te doen.”

De Haagse humor van zijn nieuwe trainer, de eeuwige competitie met nieuwe ploeggenoten, nieuwe testen en trainingsvormen. „Sporttechnisch zijn er veel veranderingen”, zegt Kramer. „Niks biedt mij grip.” De onzekerheid neemt hij voor lief. „Je kunt wel altijd voor de veilige kant gaan, monotoon trainen en keurig netjes alles doen. Maar dan krijg je ook monotone resultaten. Dat wil ik niet.”