MH17: het geheugen crasht ook

Het Openbaar Ministerie doet momenteel onderzoek naar wie er verantwoordelijk is voor de ramp met de MH17. Tien officieren van justitie en tweehonderd politiemensen vergaren bewijsmateriaal. Doel is om verdachten in Nederland voor de rechter te brengen. Zodra de situatie het toelaat, zullen rechercheurs de onheilsplek bezoeken. Op de televisie legde een politiefunctionaris uit dat ook het horen van getuigen dan prioriteit krijgt. Nou, dacht ik, daar moet je toch mee uitkijken. Want als het om de toedracht van rampen gaat, kunnen ooggetuigen opperste verwarring stichten.

Neem de Boeing van Trans-World Airlines (TWA), die op 17 juli 1996 vanuit New York opsteeg en kort daarna in de oceaan stortte: 230 doden. De autoriteiten konden snel achterhalen wat er was gebeurd. Een kortsluiting in de buurt van de brandstoftank had een explosie veroorzaakt. De neus van het toestel brak af, de rest vloog nog enkele seconden brandend opwaarts, om daarna in de zee te verdwijnen. Maar nog voordat deze reconstructie openbaar werd, hadden veel journalisten al hun kaarten gezet op de theorie dat het TWA-toestel uit de lucht was geschoten. Aanvankelijk was de toonzetting speculatief (Was TWA Jet Shot Down?), maar gaandeweg presenteerden de kranten de mogelijkheid van een terroristische aanslag steeds nadrukkelijker. Ze konden immers bogen op allerlei ooggetuigen. Hun verhalen over hoe ze met eigen ogen een omhoogschietende raket hadden gezien, werden breed over de krantenkolommen uitgesmeerd. Het publiek begon daarom te twijfelen aan de officiële lezing van de ontplofte brandstoftank. Zo komt het dat nog steeds op diverse internetfora paranoïde discussies worden gevoerd over hoe de CIA de aanslag op het TWA-toestel verdoezelde. Dat moet pijnlijk zijn voor de nabestaanden.

De zogenaamde ooggetuigen van de ramp met het TWA-toestel waren niet de lokale dorpsgekken. Ze waren te goeder trouw toen ze hun ambigue waarneming – een stuk romp dat als een fakkel omhoogschiet – voor een raket aanzagen. Waarom ze het achteraf van deze interpretatie voorzagen? Door wat ze erover in de krant lazen. Een van de ooggetuigen was een piloot, die vanuit zijn helikopter het drama vanaf een paar kilometer afstand had gadegeslagen. Vlak na de ramp beschreef hij in nogal neutrale termen wat hij had gezien: „net een vallende ster, maar dan met een bijna horizontaal traject”. Toen hij weken later andermaal werd geïnterviewd (en inmiddels de kranten had gelezen), paste hij zijn relaas aan. Nu sprak hij over „explosies die leken op afweergeschut”. Dat kwam prominent in het nieuws en vervolgens meldden zich nog eens honderd andere ooggetuigen. Allemaal zouden ze hebben gezien dat er vanaf de grond iets was afgevuurd in de richting van het toestel. Het illustreert de folie à deux die ontstaat als journalisten en ooggetuigen elkaar voeden met speculatie.

Rampen lenen zich daar bij uitstek voor. Mensen praten er met elkaar over, ze lezen er over en er verschijnen op de televisie animatiefilmpjes over hoe het allemaal gegaan zou kunnen zijn. Ondertussen vergeten ze sneller de bron van een boodschap – heb ik het met eigen ogen gezien, is het mijn fantasie, of heb ik het ergens gelezen? – dan haar inhoud. Precies daarom kunnen ooggetuigen met de grootst mogelijke stelligheid de meest groteske nonsens opdissen. Mijn collega’s Hans Crombag, Willem Albert Wagenaar en Peter van Koppen demonstreerden dat ooit met een simpel, maar elegant onderzoek. Zo’n tien maanden na de Bijlmerramp (1992) vroegen ze aan verstandige, hoogopgeleide mensen of ze ook de filmbeelden van de neerstortende El Al-Boeing kenden. Ofschoon die niet bestaan, beweerde de helft van de proefpersonen dat ze de beelden wis en waarachtig hadden gezien. Deze proefpersonen deinsden er evenmin voor terug om allerlei bijzonderheden te melden over bijvoorbeeld de hoek waaronder het vliegtuig het flatgebouw had geraakt, de brand die was uitgebroken en wanneer het vliegtuig was geëxplodeerd. Het zou allemaal te zien zijn geweest.

Het artikel dat Crombag en collega’s over dit onderzoek schreven, geldt inmiddels als een klassieker in de rechtspsychologie. De titel die ze aan hun artikel gaven – Crashing Memories – verwijst natuurlijk naar de Bijlmerramp, maar ook naar hoe kinderlijk eenvoudig het is om getuigen uit de rails te laten lopen.

Een paar weken geleden zag ik een Duitse reportage over de MH17. Ooggetuigen vertelden voor de camera op een toon die geen tegenspraak duldde dat er toch echt twee vliegtuigen in de lucht waren geweest. Achter het toestel van Malaysia Airlines had een jachtvliegtuig gevlogen. Vervolgens was het toestel van Malaysia Airlines geëxplodeerd. Crashing memories, want het verhaal herkauwt het overspannen giswerk van een gepensioneerde Russische kolonel, die in de dagen na de ramp niet van de regionale buis was af te slaan. Daarom: de eerste vraag van Nederlandse rechercheurs aan ooggetuigen zou niet moeten zijn: wat heeft u gezien? Maar: welke krant heeft u gelezen en welk nieuws heeft u bekeken?