Met een octopus valt niet te praten

Mensen zien zichzelf als de top. Nog altijd. En logisch toch? Want zijn wij mensen niet het intelligentst van alles en iedereen? Kijk eens wat wij allemaal kunnen! Ons brein van tweeënhalf pond is het meest complexe object uit het universum.

Misschien.

Maar wat is die intelligentie dan? Het eindgetal uit de IQ-test, die populair werd omdat je er zo snel rekruten mee kon testen in de Eerste Wereldoorlog? Of toch liever een balans van de zeven à acht multipele intelligenties van Howard Gardner? Bewegingsintelligentie, sociale intelligentie, muzikale, natuurgerichte, intrapersoonlijke... Of waren het er nu negen?

En hoe gaan we dat dan afmeten bij niet-mensen? Hoe goed scoort een bonobo op een Citotoets? Niet best natuurlijk, als het dier al lang genoeg blijft zitten om het potlood op te pakken. Maar hoe goed zouden wij scoren op een bonobo-test, die misschien wel dagen duurt in een donker bos? En die bonobo is dan nog ons neefje, evolutionair gezien.

Wij mensen staan alleen in onze arrogantie, we hebben geen ander voorbeeld van een krachtige intelligentie als de onze, die sterk visueel en talig is. Dat is onze meetlat.

Dus meten we hoe symbolisch dieren kunnen denken en communiceren. We juichen als we denken dat we een Neanderthalertekening in een grot hebben gevonden, zoals eerder deze week gebeurde. Ook de apen en de kraaien blijken ieder jaar weer slimmer en handiger dan gedacht. Dat nieuws haalt vaak de krant niet eens meer.

Het wordt daarom nu tijd voor beter begrip van andere intelligenties. Primatoloog Frans de Waal onderzoekt inmiddels ook olifanten, die meer op reuk dan op zicht afgaan. Alle standaardtesten moeten opnieuw uitgedacht worden voor die slurfdieren.

Daarom maakt de wetenschapsredactie deze week ruim baan voor de octopus. In zijn essay met de beroemde titel ‘Hoe is het om een vleermuis te zijn?’ (1974) concludeerde de filosoof Thomas Nagel al dat we de vraag uit die titel nooit kunnen beantwoorden. ‘We kunnen ons hooguit voorstellen hoe het is om als mens een vleermuis te zijn’ was zijn nuchtere argument. En dat ging dan nog om een collega-zoogdier.

Hoe is het dan om een octopus te zijn? Een weekdier met een radicaal ander lichaam en een totaal andere levenswijze, dat met zijn karige aantal zenuwcellen toch schrander overkomt: waakzaam, planmatig en nieuwsgierig. Lucas Brouwers probeert het verderop in deze bijlage uit, na uitvoerige gesprekken met onderzoekers. Het resultaat? ‘Wij zijn octopus.’