Column

Diemen, misschien de lelijkste plek op aarde

De boodschappen deden we sinds de verhuizing in Diemen, de XL-supermarkt daar was het dichtste bij. Vrolijk werd ik niet van die tochtjes. Misschien was dit wel de lelijkste plek op aarde, dacht ik meerdere malen als ik tussen die verzameling liefdeloos beton reed. Een aan Amsterdam vastgekoekt nieuwbouwgezwel, de architecten hadden niet eens geprobeerd om een zekere samenhang aan te brengen. Dit was een functioneel gebied dat je na gedane zaken graag weer verliet.

Zelfs de kermis op de stoep voor het winkelcentrum wilde maar geen feestje worden. Vier attracties achter dranghekken, bij de ingang controleerden mannen in oranje hesjes fanatiek op meegesmokkelde flesjes en blikjes.

„Ik heb het nog niet op”, protesteerde een donker jongetje.

„Jaja, en straks zeker zand erin stoppen en ermee gooien”, antwoordde de controleur.

Diemen was geen stad, maar ook geen dorp. Bij de vishandelaar in het enorme winkelcentrum zei een mevrouw dat ze in een ‘storp’ woonde, hetgeen ik niet alleen een mooi woord maar ook een adequate omschrijving van Diemen vond. De inwoners van het ‘storp’ waren niet onaardig tegen elkaar, maar wekten de indruk dat ze liever ergens anders waren.

Eergisteren ontplofte er een flat, de rookpluimen waren vanaf het balkon goed te zien. Ik moest toch al de deur uit en besloot om te fietsen. Ik was niet de enige, het halve storp leek op pad te gaan. Mannen met rode hesjes hielden de aanzwellende meute buurtbewoners op scooters en fietsen tegen.

„Wilt u omdraaien. Er is hier niets te zien”, zei er een die met de armen gespreid op het fietspad stond.

Op de parallelweg zagen we intussen een sliert ambulances, politieauto’s en brandweerauto’s met loeiende sirenes passeren.

„Volgens mij is hier van alles te zien”, zei een man in een wit hemd, die wijdbeens op een scooter zat. Je kon hem veel wijsmaken, maar niet dat er bij een ontplofte flat niets te zien was.

Ik draaide om en fietste weg, richting een feestje in Amsterdam. De volgende ochtend hoorde ik pas dat het ging om een gaslek, dat er twee doden waren, en dat een van de bewoners nadat ze gas had geroken tevergeefs had gebeld naar de woningbouwvereniging waar ze haar in de wacht hadden gezet.

In het winkelcentrum kocht ik een brood, er was daar niemand die het had over de ramp. Ik vond dat typisch Diemen.

Vanochtend was ik er weer.