Maleisië wil voor invallen van de winter zoekteam in gebied MH17

Een man staat op een van de plekken waar wrakstukken van MH17 liggen, in Hrabove, 80 km ten oosten van Donetsk. AFP / Bulent Kilic

Maleisië wil nog voor het begin van de winter een zoekteam sturen naar het gebied waar de MH17 is neergestort. Dat team moet tastbaar bewijs verzamelen om aan te tonen dat de Boeing 777 is neergeschoten, zegt de Maleisische premier Najib Razak. Als het eenmaal winter is, wordt het doen van onderzoek vrijwel onmogelijk.

Uit de gegevens die tot nu toe zijn verzameld valt volgens de premier al behoorlijk goed op te maken wat er met het passagiersvliegtuig met 298 inzittenden is gebeurd. Toch wil hij meer bewijsmateriaal verzamelen zodat iedere twijfel kan worden weggenomen voor het geval de zaak voor de rechter komt.

“Daarom zijn we er zeer op gebrand terug te keren naar de rampplek. We zullen minstens enkele weken nodig hebben om niet alleen naar lichamen te zoeken, maar ook tastbaar bewijs te verzamelen. Zodra dat proces volbracht is, richten we ons op de strafrechterlijke kant van de zaak: wie is verantwoordelijk voor deze afschuwelijke misdaad?”

Najib Razak sprak op een gezamenlijke persconferentie met de bezoekende Australische premier Tony Abott, meldt AP.

Dinsdag eerste rapport onderzoeksraad

De Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceert aanstaande dinsdag een rapport over het neerstorten van vlucht MH17 in Oekrane. Het gaat om de eerste bevindingen, werd deze week bekendgemaakt.

Het vliegtuig stortte 17 juli in Oekraïne neer toen het op weg was van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Alle inzittenden, onder wie 196 Nederlanders, kwamen om.

Niet gezocht naar oorzaak

Een Nederlands bergingsteam ging zodra het veilig genoeg was aan de slag om slachtoffers en persoonlijke bezittingen te verzamelen. Naar de oorzaak van de crash werd aanvankelijk nadrukkelijk niet gezocht. Dat zou mensen ertoe kunnen brengen de onderzoekers tegen te werken. Dat zou dan ook ten koste gaan van het zoeken naar slachtoffers.

De missie werd 6 augustus afgebroken omdat het toen te gevaarlijk werd door oplaaiende gevechten tussen separatisten en het Oekraïense leger. De lichamen waren toen al geborgen. Politiecommissaris Joop de Schepper, de leider van de zoekploegen, heeft eerder aangegeven nog twee of drie weken nodig te hebben om het gebied goed te doorzoeken. Er liggen nog altijd onder meer persoonlijke bezittingen.