Laat nazi’s, jihadi’s toch

Nico L. is een martelaar van het vrije woord.‘Ik juich het juist toe (dat ze ruiten ingooien, red ). Als er zo’n Klapperaap komt wel. Komt er een blanke, doe ik helemaal niks. Zodra er een boerka komt met een kameel; gooi in, wegwezen, opruimen.’

Deze woorden van Nico L. uit Duindorp, in april voor Omroep West, waren reden voor het Openbaar Ministerie om deze week actie te ondernemen: tegen Nico is een werkstraf van 80 uur geëist. Saillant is dat het OM het Nico kwalijk neemt dat hij zijn uitspraken op televisie deed en niet ‘slechts in huiselijke kring’. Dat vind ik een redenering voor een totalitair land: vrije meningsuiting is ok, behalve als je mening onwelgevallig is en je die in het openbaar uit.

De vervolging van Nico is een schandalige episode in de lange traditie van gedachtenpolitie in Nederland. De extreemrechtse politicus Hans ‘vol is vol’ Janmaat; de extreemlinkse activiste Joke Kaviaar die de terreurgroep RaRa verheerlijkte; de Tilburgse man die een T-shirt droeg met het politielogo en de opdruk ‘corrupt’ – het is een kleine greep uit de vele mensen die zijn veroordeeld wegens ‘belediging’ of ‘opruiïng’.

In een vrij land moet iedereen kunnen verheerlijken wat hij wil. Dat geldt voor de neo-nazi’s van Pro Patria met hun NSB-vlaggen en voor de islamitische radicalen met hun zwarte shahada-vlaggen. Om Voltaire te parafraseren: „Als we in vrije meningsuiting geloven, staan we juist voor de vrije uiting van meningen die we abject vinden, anders heeft het geen betekenis.”

Dit elementaire Verlichtingsidee is nooit helemaal doorgedrongen in Nederland. In andere beschaafde landen staat de vrijheid van meningsuiting als een huis, de Verenigde Staten voorop. Maar onze volksvertegenwoordigers hebben gisteren, dat is dus in 2014, een ‘jihaddebat’ gehouden met christenleider Sybrand Buma (CDA) als hopman. Hij vond de eerder aangekondigde kabinetsmaatregelen (zoals permanente toegang van veiligheidsdiensten tot de reisgegevens van Nederlanders en het afpakken van paspoorten zonder tussenkomst van de rechter) niet ver genoeg gaan en pleitte voor het strafbaar stellen van het „verheerlijken van terreurgeweld”.

De bittere ironie van deze verregaande anti-democratische en anti-liberale maatregelen om de vermeende overname van onze democratie door ‘het kalifaat’ te stoppen, is markant.

In Nederland hebben mensen offers gebracht voor het vrije woord. Zoals Pim Fortuyn. Hij begreep, in tegenstelling tot sommige figuren die nu met zijn erfenis dwepen, dat het vrije woord en het publieke debat rechten van iedereen zijn. Fortuyn stond erop dat een imam hem van repliek diende in zijn islamofobe boekje De islamisering van onze cultuur.

Niettemin zwaaien dominees en regenten nog altijd de scepter in Nederland. Zij denken dat meningen verbieden anti-discriminatie- en ook anti-terreurbeleid is – zie de wereldvreemde oproep van Buma. Zij houden ook de rare Nederlandse wetten tegen ‘belediging’ in stand.

Ik constateer ook een sterke geur van klassenjustitie bij de gedachtenpolitie van onze dominees en regenten. Nico de Duindorper heeft niet dezelfde privileges als PvdA-kopstuk Diederik Samsom, die de etniciteit van Marokkaanse Nederlanders koppelde aan overlast en opriep tot geweld door te pleiten voor een „fysieke draai om de oren”. Joke Kaviaar is geen VVD-statenfractielid zoals Marian Propstra die zich afvraagt of je Nederlandse wijken met veel moslims „moet afbreken en verdelen over de stad (met gevaar voor verspreiding) of dat er een hek omheen moet”.

Het OM stelt niet dezelfde ijver tentoon bij discriminerende daden. We weten bijvoorbeeld uit wetenschappelijk onderzoek dat politierechters in Nederland verdachten met een ‘niet-Nederlands uiterlijk’ – wanneer gaan we trouwens eens snappen dat mijn uiterlijk ook Nederlands is? – strenger straffen.

Vooralsnog weigert het OM politierechters, die in tegenstelling tot Nico geen racistische mening uiten maar een racistische daad plegen, aan te pakken. We moeten kiezen of delen.

Of we gaan de gedachtenpolitie consequent toepassen, zodat het niet langer slechts een elitaire muilkorf is voor hen die hun racistische of anti-democratische meningen minder subtiel uiten dan de gemiddelde politicus. Of, en deze optie prefereer ik, we maken werk van de Verlichting. En eisen dat het juridische kader omtrent de vrijheid van meningsuiting verder wordt uitgerekt.

Voor het geval het OM meeleest: dat eisen moet vreedzaam gebeuren. We kunnen in een petitie onze volksvertegenwoordigers aansporen die rare beledigingswetten te schrappen. Intussen blijven arme mensen als Nico L. martelaren van het vrije woord.