Kanker door vet eten ligt aan darmbacteriën

Foto Thinkstock

Veranderingen in de samenstelling van de darmflora verklaren mogelijk hoe het komt dat mensen die vaak vetrijk eten een verhoogde kans op kanker hebben.

Dat zij daarvan dik worden speelt geen rol. Maar darmbacteriën die bij een gezond voedingspatroon horen, verlagen de kans op darmkanker aanzienlijk. Dat concludeert een groep Duitse onderzoekers, na onderzoek bij muizen die genetisch extra vatbaar waren gemaakt voor darmkanker (Nature, 31 augustus online).

Dat ongezonde voeding met overmatig veel vet de kans op kanker vergroot, is al jarenlang bekend. Dat verband is voor vele vormen van kanker aangetoond. Het onderliggende mechanisme was echter onbekend. Overgewicht en de daarmee samenhangende lichte, maar chronische ontstekingen in het vetweefsel kunnen een rol spelen bij het ontstaan van kanker.

Dat geldt ook voor de samenstelling van darmflora. Deze bestaat uit honderden miljoenen bacteriën van diverse soorten. Die helpen bij de vertering, produceren vitamines en kunnen schadelijke bacteriën onschadelijk maken. De soortensamenstelling varieert sterk, onder meer onder invloed van de voeding.

De onderzoekers voedden muizen een aantal weken met vette brokjes. Na verloop van tijd kreeg ongeveer 60 procent darmkanker, bijna twee keer zo veel als de muizen die gewone brokjes kregen. Tegelijkertijd verzamelden de onderzoekers de poep van de dieren, om een indruk te krijgen van de bacteriële darmflora. Deze veranderde geleidelijk vanaf het moment dat het vetgehalte van de brokken werd verhoogd. Die verandering bleek gepaard te gaan met een vermindering van de activiteit van cellen van het immuunsysteem van de darm. Beginnende kankercellen kregen daardoor vrij baan.

Deze observatie kreeg nog meer gewicht toen de onderzoekers bij voor kanker vatbare muizen de darmbacteriën volledig uitroeiden. Ondanks hun vette voeding kregen de dieren minder vaak kanker. En als zij de darmflora van muizen die nog geen kanker hadden besmetten met die van muizen die het wel hadden, kwamen bij de eerste vaker tumoren tot ontwikkeling.