Joh, die vrouwtjes, je hebt er niks aan

Het wil maar niet lukken met die vrouwen aan de top. Slechts 6 procent van de raden van bestuur van de 87 in Amsterdam aan de beurs genoteerde bedrijven is vrouw. Onderzoekster en hoogleraar Mijntje Lückerath wist donderdag in deze krant precies hoe dat komt: bestuurders benoemen mensen die op hen lijken. „Mannen dus.”

In eerste instantie dacht ik: goh, wat een beledigende uitspraak voor mannen. Die worden even neergezet als domme Neanderthalers. Maar in tweede instantie dacht ik: ik word hier ook beledigd! Want volgens die redenering benoem ik ook alleen mensen die op mij lijken. Vrouwen dus.

Wat een simplistisch wereldbeeld. Ik heb al heel wat sollicitaties afgenomen maar ik wil graag even opmerken dat ik een stuk professioneler ben dan dat. Ik ben bovendien zonder uitzondering op leidinggevende functies benoemd door mannen. Wat betekent dat? Dat ik op een man lijk?

Ja, u heeft gelijk, ik zit Lückeraths uitspraak met opzet belachelijk te maken. Dat doe ik omdat ik me erger aan de gemakzuchtige redeneringen die blijven klinken in het debat over topvrouwen. Niks over de voorliefde voor korte werkweken van Nederlandse vrouwen, ook de hoogopgeleide. Niks over het veel hogere percentage topvrouwen elders in de maatschappij. Nee, mannen benoemen mannen, punt.

Nog zo’n al te gemakkelijke redenering: het diversiteitsargument. Het is goed om meer vrouwen in de top te hebben want diversiteit is goed. Daarmee voorkom je groepsdenken, zo is de redenering. Dat is helemaal waar maar diversiteit heeft met zoveel meer dan sekse te maken. Ik gebruik altijd dit voorbeeld: stel, je hebt een raad van bestuur, helft man, helft vrouw. Ze hebben echter allemaal rechten in Leiden gestudeerd, bij het corps gezeten en wonen nu in Wassenaar. In een andere raad van bestuur is eenvijfde vrouw maar er zitten leden bij die uit het buitenland komen, de één heeft economie gestudeerd, de ander biologie of filosofie, de woonplaatsen liggen verspreid over het hele land, etcetera. Waar is de kans op groepsdenken het grootst?

Sekse is een maatstaf voor diversiteit, maar als je die maatstaf te absoluut maakt, breng je iemand terug tot zijn sekse. En dan zijn we terug bij af.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen. Maar de verschillen binnen een sekse zijn vele malen groter dan het kleine gemiddelde verschil tussen de sekses. Vrouwen zijn gemiddeld gemeten een tikje empathischer dan mannen, maar er zijn ontzettend veel mannen ontzettend veel empathischer dan ontzettend veel vrouwen. Het ligt er dus maar aan welke man of vrouw u voor u heeft.

En dat is nou precies mijn punt in deze discussie. Ik wil zo graag gezien worden als een individu en niet als een vrouw (die zogenaamd lief is voor personeel en oog heeft voor de menselijke maat en geen groepsdenker is etc etc).

Ik heb een lange tijd alle onderzoeken en statistieken over dit onderwerp tot me genomen en ik ben ervan overtuigd dat een complex aan factoren dat lage percentage topvrouwen in het bedrijfsleven veroorzaakt: de unieke Nederlandse mogelijkheid om interessant en goedbetaald werk te doen in deeltijd bijvoorbeeld. Maar ook de relatief late emancipatie van vrouwen. Pas in de jaren negentig zijn Nederlandse vrouwen massaal gaan werken. Pas sinds de jaren nul maken ouders massaal gebruik van kinderopvang. En pas sinds een jaar of vijf zeggen mannen tegen hun baas: ik heb kinderen en mijn vrouw werkt ook, dus ik kan niet alles. Ja, er is misschien ook nog discriminatie. Maar er verandert zo veel zo snel, laten we niet nu al grote conclusies over mannen of vrouwen trekken.