Je eerste geweer vergeet je nooit

Tienduizenden Amerikaanse kinderen bezitten vuurwapens. Haley Herman (8) is er zo een. Haar eerste pistool kreeg ze op haar zevende en ze schiet als de beste. Alleen de knallen vindt ze eng.

Foto’s Getty Images

Haley Herman (8) heeft sproeten, een donkere pony tot over haar ogen en ze draagt een roze T-shirt met vlinders. Haley speelt het liefst met haar knuffeldieren, zegt ze, en ze lacht verlegen.

En ze schiet als de beste. Vader Ken Herman, breed lachend, reikt zijn iPhone aan. „Kijk zelf maar.”

Er staan foto’s op van Haley’s eerste schietles, een jaar geleden. Zeven keer schoot ze een geweer, één keer precies in de roos. En dat op 55 meter afstand. „Ze is veel beter dan ik, toen ik haar leeftijd had”, zegt vader Herman trots. „Wat zei ik toen op de baan tegen je, Haley?”

„Dat ik geweldig was?”

„Ik zei dat je nog eens een Olympische schutter wordt. Zo goed ben je.”

Ken Herman is net klaar met zijn werk als ambulancebroeder. Haley komt terug van haar eerste schooldag na de zomervakantie. We eten cheesesticks in hun vaste wegrestaurant, Coney Island. Het restaurant ligt langs de snelweg van Flint, in de noordelijke Amerikaanse staat Michigan.

Als vader en dochter binnenwandelen, kijkt een familie verbaasd op. Aan zijn riem draagt hij, goed zichtbaar, een pistool. „Een CZ 75, Tsjechisch model”, zegt Herman, een lange, slanke dertiger met een snor.

Geladen? Natuurlijk.

„Maar verder niks bijzonders”, zegt hij. „Het is het populairste pistool ter wereld.” Als hij zit, kijkt hij regelmatig achter zich. „Situatiebewustzijn”, zegt hij kortaf. „Ik had liever op jouw plek gezeten. Nu zit ik met de rug naar de deur, ik moet steeds omkijken om te zien of de kust nog veilig is.” De familie verderop staart onafgebroken naar zijn pistool.

Vuurwapens zijn alles voor Ken Herman. Om de week staat hij op de schietbaan van Flint, een stad in verval, die in de vorige eeuw nog bloeide dankzij de autoindustrie van Detroit. Ook zijn vrouw schiet graag. Sinds ze zeven is, mag Haley ook mee.

Haley vindt de herrie van de knallen eng. Daarom houdt hij haar soms een ochtend van school, als het rustig is op de schietbaan. Hij heeft haar een eigen geweer gegeven. Ken is ook haar instructeur. Hij heeft zijn papieren gehaald bij de National Rifle Association (NRA), de machtige Amerikaanse vuurwapenlobby, en traint naast zijn dochter ook drie andere kinderen.

„Ik vertrouw alleen mezelf”, zegt hij. „Ik leer haar langzaam de trekker over te halen, hoe ze moet staan, de basisregels. Haley kent de regels.” Hij kijkt zijn dochter aan, en ze dreunt ze meteen op. „Nummer 1: houd je vinger van de trekker. Nummer 2: behandel elk vuurwapen alsof het geladen is. Nummer 3...”

Kogel door zijn hoofd

Er zijn in Amerika nauwelijks wetten die het gebruik van vuurwapens door kinderen verbieden, of anderszins reguleren. De federale overheid laat het grotendeels over aan de individuele staten. In dertig staten mogen kinderen, ongeacht hun leeftijd, legaal een vuurwapen bezitten. Michigan staat bezit pas vanaf achttien jaar toe – maar kinderen mogen wel onder toezicht schieten.

„Michigan is een paradijs voor vuurwapenliefhebbers”, zei filmmaker Michael Moore al in zijn documentaire Bowling for Columbine (2002). In die film onderzocht hij Amerika’s vuurwapenobsessie vanuit Flint, ook zijn geboortestad. In Michigan, dat aan Canada grenst, wordt veel gejaagd. Politici laten het hier wel uit hun hoofd met strenge vuurwapenwetten te komen, al is de staat in meerderheid Democratisch. Moore’s conclusie komt overeen met die van Herman: bijna alles kan in Michigan.

Zeker tienduizenden Amerikaanse kinderen bezitten én gebruiken een vuurwapen. Honderden schietbanen bieden schietlessen aan kinderen aan.

Vorige week liep zo’n les in de staat Arizona helemaal mis. Een meisje van negen jaar schoot met een uzi, en verloor de controle over haar wapen. Ze schoot haar instructeur dood. Haar ouders filmden het incident, en die beelden zijn openbaar gemaakt. De instructeur staat naast haar, en moedigt haar aan: „All right, volautomatisch.” Hij zet de uzi op volautomatisch, daarna gaat het beeld op zwart. Het hoofd van de instructeur werd doorboord door een kogel.

My First Rifle

De meeste kinderen leren schieten met een vuurwapen dat speciaal aan minderjarigen wordt aangeprezen: My First Rifle, of Crickett. Het bedrijf Keystone verkocht er vorig jaar 60.000. Alles is gedaan om het wapen aantrekkelijk te maken voor kinderen: het is onder meer in het roze verkrijgbaar, een getekende krekel is het handelsmerk. Tv-spotjes zijn op kinderen gericht. ‘Mijn eerste vuurwapen. Een moment dat je nooit vergeet.’

My First Rifle is voor iets meer dan honderd dollar te krijgen. De kogels zijn van het kleinst mogelijke kaliber – maar het zijn wel echte kogels. Ken Herman besloot géén geweer van My First Rifle voor Haley te kopen. Hij kocht een geweer voor volwassenen.

Het is wel extra beveiligd. Zo kun je maar één kogel tegelijk schieten. „Een geweer heb je niet voor een paar jaar”, zegt hij. „Je bouwt tijdens je leven een band met je wapen op.”

Haley: „Ik heb eerst nog even een luchtgeweer geprobeerd.”

„Dat vond je niks.”

„Ik was klaar voor het volgende niveau.”

Hoeveel vuurwapens Herman in huis heeft, wil hij niet zeggen. Wel dat hij voor iedere gelegenheid – sport, jacht, verdediging – „voldoende materiaal” heeft. De vuurwapens liggen in een kluis.

Eén geweer is hem extra dierbaar: een Winchester 190, die hij van zijn vader kreeg. Ook hij leerde op jonge leeftijd schieten. Zijn vader nam hem mee op jacht. „En dit geweer blijft in de familie. Haley’s >> >> kleinkinderen zullen er nog mee schieten.”

Een jaar geleden speelde een toen vijfjarig jongetje uit Kentucky met zijn geweer, dat hij op zijn verjaardag had gekregen. Zijn moeder was in de keuken bezig. Toen ze naar buiten liep, hoorde ze een schot. Het jongetje had zijn zusje in de borst geschoten. Caroline Sparks is twee jaar geworden.

Amerika kende schietpartijen waar kinderen bij betrokken waren, zelfs waarbij kinderen de schutter waren, maar dit incident wees voor het eerst op een nieuwe cultuur: kinderen die een eigen vuurwapen bezitten. Het succes van My First Rifle wees op een sterke toename.

Man in vogelkostuum

De NRA geeft steeds meer geld uit om kinderen vertrouwd te maken met vuurwapens. Het budget voor schietprogramma’s voor kinderen is volgens onderzoek van The New York Times tussen 2008 en 2013 verdubbeld naar 21 miljoen dollar.

Een man in vogelkostuum, Eddie Eagle, gaat scholen langs om kinderen vanaf vier jaar te leren hoe ze veilig met vuurwapens om kunnen gaan. De NRA zegt dat Eddie Eagle het gebruik van vuurwapens niet promoot. Vuurwapens ‘worden eenvoudig als deel van het dagelijks leven behandeld’, net als ‘zwembaden, stopcontacten en huishoudgif’.

Op de bestsellerlijst van kinderboeken prijkte eerder deze maand opeens My Parents Open Carry, een pro-vuurwapenboek van Brian Jeffs en Nathan Nephew. Sinds het boek in augustus op televisie werd neergesabeld door satiricus Stephen Colbert zijn er enkele duizenden van verkocht. De auteurs, actieve vuurwapengebruikers uit Michigan, beschrijven hoe de 13-jarige Brenna Strong met haar ouders gaat winkelen, en tot haar verbazing een pistool krijgt. ‘In de doos zat een gloednieuw pistool, een soort dat Brenna nooit eerder had gezien. Ze raakte opgewonden. Was het voor papa of mama? (...) Brenna’s ouders antwoordden in koor: „Het is van jou! Je verdient het, omdat je zulke goede cijfers hebt gehaald op school.” Brenna kon het niet geloven. Ze dacht: „Mijn eigen pistool.”’

Auteur Brian Jeffs, geoloog, putte uit eigen ervaringen. Zijn dochter, die ook Brenna heet, mocht van hem schieten toen ze vijf was, vertelt hij. „Er is niemand die je beschermt. Als een crimineel het op ons voorzien heeft, kan de politie er nooit op tijd zijn. Mijn dochter wist al jong dat ze verantwoordelijk is voor haar eigen veiligheid.”

Nu zijn dochter negentien is, moet ze zelf beslissen wat ze doet, zegt Jeffs. „Ze staat er nu wat onverschillig tegenover. Ze vindt boogschieten leuker. Misschien verandert dat nog. Ik heb in ieder geval een zaadje geplant.”

Volgens Jeffs is een vuurwapen „extreem veilig” voor kinderen. „Kinderen gaan eerder dood in zwembaden dan met een pistool.” En Arizona? Jeffs: „Ik heb die beelden vaak bekeken. Het is niet haar schuld. De instructeur stond verkeerd, niet achter maar naast haar. Hij corrigeerde slecht. Hij deed echt alles fout. Het is triest, maar zeldzaam. Elk weekend gaan duizenden kinderen schieten, het gaat bijna nooit mis.”

De gerenommeerde hoogleraar Kinderpsychologie Jess Shatkin waarschuwde onlangs dat het lichaam en de geest van een kind nog niet rijp zijn voor vuurwapens. De spieren zijn nog niet sterk genoeg, en het brein overschat zichzelf en kan gevaar nog niet goed inschatten.

Ken Herman zegt dat vrijwel ieder gemotiveerd kind het kan leren. Toen zijn dochter vier was, testte hij of ze er klaar voor was. Hij legde een nep-vuurwapen in haar kamer, en keek hoe ze reageerde. „Ze deed precies wat moest: ze kwam er niet aan, en waarschuwde ons. Toen wist ik dat ze het aan zou kunnen.”

Het is mijn recht

Ken Herman is Afghanistan- en Irakveteraan. Toen hij in 2011 terugkeerde naar de VS, was zijn kijk op de wereld veranderd, zegt hij. „Daar was zo veel kwaad om ons heen, en de Amerikanen om me heen waren dom, echt totaal onwetend. Ze spraken de taal niet, kenden de wereld en haar gevaren niet. Ik ging boeken lezen over de Tweede Wereldoorlog, en nu weet ik zeker: de wereld is slecht, en de maatschappij heeft dat niet door. Toen ik terugkwam, wist ik zeker dat ik Haley al vroeg zou leren schieten.”

Vertrouwen in de overheid heeft Herman, „een strikte libertair”, evenmin. President Obama probeerde na de massale schietpartij op basisschool Sandy Hook, eind 2012, de verkoop van automatische vuurwapens te beperken. Dat mislukte, onder meer dankzij een luide NRA-tegenlobby. Herman zegt dat het Tweede Amendement van de Grondwet op het spel stond. Dat amendement, vaak aangehaald door vuurwapenbezitters, garandeert het recht van „goed gereguleerde milities” om vuurwapens te bezitten.

De gedachte erachter, zegt Herman, is dat burgers zich ook tegen de tirannie van de overheid moeten kunnen verzetten. „Dat recht is de kern van wat ons land vrij maakt. Daarom draag ik mijn pistool altijd zichtbaar: het is mijn recht.”

Bad guys

Haley Herman heeft haar vader vrijwel nooit zonder vuurwapen gezien. Hij mag het alleen niet dragen als hij werkt: ambulancepersoneel mag niet gewapend zijn. Ken Herman heeft een kogelvrij vest gekocht, dat hij draagt onder zijn kleren. Het weegt drie kilo, en zit lekker, zegt hij. „Het is nog nooit gebeurd, maar ik ben me er altijd van bewust dat ik in gevaar kan komen. Flint is een echte moordstad. In veel wijken kom ik niet.”

In 2013 werden er 52 moorden gepleegd in de stad, die circa 100.000 inwoners telt. Minder vuurwapens zijn volgens Herman niet de oplossing. Hij wil zich juist meer bewapenen. Dochter Haley: „Om de bad guys bang te maken.”

Hoe vinden Haley’s vriendjes het dat ze met vuurwapens omgaat? Haley kijkt onzeker naar haar vader. „Ik praat er op school niet echt over”, zegt ze.

Ken: „Het ligt wat gevoelig. We hebben daarom afgesproken dat ze er op school niet over praat.”

Het gebeurde precies een jaar geleden: Ken haalde zijn dochter van school, en liep met zijn geladen vuurwapen het schoolgebouw binnen. Hij had het vaker gedaan, zegt hij. Schoolbestuurder James Tenbusch reageerde woedend, en noemde het een verstoring van de openbare orde.

De politie werd erbij gehaald, en die gaf Herman gelijk: de wet in Michigan verbiedt vuurwapens in sommige plekken, zoals cafés en kerken. Scholen staan niet op die lijst. Tenbusch haalde hierop in een lokale krant herinneringen op aan de vele schietpartijen op scholen, en zei: „Het feit dat je ergens het recht toe hebt, betekent nog niet dat je het moet doen.”

Haley mag binnenkort weer naar de schietbaan. Ze vindt het leuk, zegt ze, dat ze zichzelf kan verbeteren. Misschien schiet ze wel weer beter dan de vorige keer.

Maakt ze weleens fouten?

Haley: „Als ik fouten maak, ben ik toch niet bang. Mijn vader is altijd bij me.”

Ken: „Het is wel echt de bedoeling dat je helemaal niets fout doet.” <<