Hoezo hoeven leraren niet meer bevoegd te zijn

Een arts die opereert, moet een diploma hebben. Een leraar die voor de klas staat, niet. Leerlingen en ouders weten vaak niet eens dat hij geen diploma heeft. Schoolbesturen moeten daarom worden verplicht het aantal onbevoegde leraren openbaar te maken, zegt Walter Dresscher.

Lang geleden bleek dat een chirurg in een Vlaams ziekenhuis jarenlang operaties uitvoerde, zonder diploma. Hoewel zijn leidinggevenden zeer tevreden waren, werd het toch een schandaal en moest hij zijn werkzaamheden staken.

Terecht? Jazeker. Dat het lange tijd goed ging, is de uitzondering die de regel bevestigt. Een opleiding geneeskunde had deze chirurg in staat gesteld nog beter te worden. En ook: de diplomavoorwaarde beschermt ons, patiënten, tegen ongeschoolde artsen.

In het onderwijs gaat dezelfde stelling op – al zijn de mogelijke gevolgen van een ongediplomeerd leraar voor de klas minder fataal dan die van een ongediplomeerde chirurg aan het ziekenhuisbed. Op de lerarenopleiding krijgen leraren de basisvaardigheden onder de knie en bouwen zij voldoende vakkennis op. En de samenleving heeft de garantie dat er iemand voor de klas staat die zijn vak verstaat.

Helaas kampt het voortgezet onderwijs met een tekort aan leraren voor bepaalde vakken. Daarom staan er soms noodgedwongen onbevoegden voor de klas. Daar is de Algemene Onderwijsbond geen voorstander van, maar bij hoge uitzondering kan het. Voorwaarde is wel dat een onbevoegde leraar zorgt dat hij binnen twee jaar de juiste papieren heeft, dat de school waar hij werkt hem daartoe de gelegenheid geeft en dat hij daarna een vast contract krijgt.

Helaas ken ik genoeg leden die hun bevoegdheid haalden - en als blijk van waardering werden ingeruild voor een nieuwe, onbevoegde collega met een oproepcontract. Mensen die niet aan de juiste voorwaarden voldoen en geen aanspraak kunnen maken op een vast contract, zijn immers minder mondig. Dat vinden werkgevers makkelijk.

Te cynisch? Ik hoor deze verhalen al jaren. Net als de verhalen over bestuurders die zelf weten wie capabel genoeg is om voor de klas te staan. En de praatjes van politici die het tekort aan leraren verbloemen en spreken van ‘onderbevoegdheid’. Dat bestaat niet. Je bent bevoegd of niet.

Politici gebruiken dit soort termen alleen om te verhullen dat we niet genoeg gediplomeerde leraren hebben. De bestuurders op hun beurt vinden het niet eens meer nodig om te vermelden hoeveel lessen worden verzorgd door onbevoegde leraren. Terwijl ouders, scholieren en collega’s dat graag willen weten.

Schoolbesturen maken het nog bonter. Begin juni toonde de redactie van het Onderwijsblad aan dat slechts drie van de tien instellingen voor voortgezet onderwijs in de regio Utrecht inzichtelijk maken hoeveel onbevoegde leraren ze in dienst hebben. Vanuit Den Haag bleef het stil. Evenmin werd bij de VO-raad, de sectororganisatie voor voortgezet onderwijs, opgemerkt dat inzicht verschaffen in de mate waarin het personeel bevoegd is toch wel het minste is.

De redactie van het Onderwijsblad ging intussen aan het werk met de openbare cijfers uit het voortgezet onderwijs. Deze week presenteerden ze de resultaten: slechts een derde van de Nederlandse instellingen voor voortgezet onderwijs geeft aan of ze onbevoegde docenten voor de klas hebben staan – en meldt er een aantal bij. De rest vindt het blijkbaar niet belangrijk.

Hoewel die houding mij niet verrast, vind ik het wel schokkend. En dat geldt ook voor de schoolbesturen die het domweg zijn vergeten: dit is geen informatie om onverschillig mee om te springen.

De oplossing is simpel. Schoolbesturen moeten worden gedwongen het aantal onbevoegde leraren te melden in hun jaarcijfers. Daarnaast moeten ze het aantal onbevoegd verzorgde lessen registreren. Het komt immers te vaak voor dat de leraar scheikunde ook wiskunde doceert, terwijl hij daar niet de papieren voor heeft. Niet erg? Een briljante longarts is ook niet automatisch een uitstekende hartchirurg.

We leven in een tijd waarin steeds meer wordt gevraagd van de leraar: maatwerk voor iedere scholier, werken aan het zorgplan van de leerling die dat nodig heeft, excellentie stimuleren. Het Nederlandse onderwijs moet excellenter, zeggen bewindslieden, „van good naar great”. Om het vervolgens minder nauw te nemen met de positie van de leraar: die mag zonder diploma voor de klas, die mag met steeds grotere klassen werken, die mag toezien hoe de minister met het schoolbestuur afspraken maakt over hoe de middelen worden ingezet, zonder dat er een beroep wordt gedaan op zijn kennis.

Van de liberale staatssecretaris voor Onderwijs Sander Dekker verwacht ik dat hij het publiek gelegenheid geeft keuzes te maken. Zelfs als hij het probleem van de onbevoegdheid zelf niet ziet, kan hij er onmogelijk bezwaar tegen hebben dat scholieren en ouders wel willen kiezen op basis van zulke informatie. Daarom moeten scholen worden verplicht het aantal onbevoegde leraren en het aantal onbevoegd gegeven lessen openbaar te maken. Ik ben ervan overtuigd dat scholen met een wat serieuzer personeelsbeleid daar profijt van zullen hebben.