Hoe het met de vorm is? Sven heeft geen idee

Met zijn overstap van Gerard Kemkers naar Jac Orie heeft Sven Kramer een risico genomen. Financieel en sportief, zo stelt hij tijdens de voorbereiding in Italië. „Jac kan zeggen dat goed gaat”, maar Sven gelooft het pas als er prijzen zijn gehaald.

Sven Kramer (midden) skeelert in Toscane, met ploeggenoten Wouter Olde Heuvel voor en Douwe de Vries achter zich. FOTO STEPHAN TELLIER

Natuurlijk kijkt Sven Kramer onder zijn rechteroksel door even stiekem achterom. Daar blaast zijn nieuwe ploeggenoot Kjeld Nuis bij elke slag diep uit. Twee schaatsplanken vlak achter elkaar, onder wat bomen bij het wielerbaantje van Cecina. Niemand zit dieper in de schaatshouding dan Nuis. Gestaalde perfectie, wat een kracht en balans!

Ook Kramer zakt nog wat dieper door de knieën. Van twintig slagen per serie terug naar zestien? Nee kom op, gewoon weer twintig. En zelfs tweeëntwintig. Dan ineens klapt de rechterhand tegen het houten randje van de plank. Bloed, pleisters. „Morgen in de Telegraaf”, dolt ploeggenoot Hein Otterspeer. „Sven Kramer gewond bij training in Italië.”

Met zijn nieuwe ploeg BrandLoyalty traint Kramer de eerste twee weken van september aan de zonovergoten kust van Toscane. Negen jaar boegbeeld van de miljoenenploeg TVM, nu onderdeel van een team met vier vrouwen, vijf sprinters en twee collega-allrounders. Niet langer Gerard Kemkers als coach maar Jac Orie, die al sinds jaar en dag Cecina verkiest als uitvalsbasis om zijn ploeg nog één keer meedogenloos aan te pakken voordat in oktober de schaatsen worden ondergebonden.

Zomaar een programma van een doordeweekse dag: ’s ochtends skeeleren, dan lopen aan het elastiek en schaatsplank, ’s middags krachttraining en sprongen. „Ik zag er een paar met spaghettibeentjes”, stelt Orie op de terugweg in de auto tevreden vast. „Het leken wel touwtjes”, beaamt zijn vaste assistent en fysiotherapeut Nico Hofman lachend.

„Mijn lichaam voelt nu anders”, vertelt Kramer (28) terwijl de avond valt in de nagelnieuwe bar tegenover hotel Stella Marina aan de boulevard. In zijn eerste zomer bij Orie, met eerder trainingskampen op het zomerijs van Inzell en in Collalbo, voelt hij zich „onwetend” over zijn eigen lijf. „De afgelopen jaren zat je in een programma en een team waarin je gaande weg de zomer veel referentiepunten had. Als ik zo en zo skeeler, als ik zo hard een berg op fiets, dan rolt er straks op het ijs wel een tijd van 6.10 of 6.12 uit. Dat gevoel heb ik nu helemaal niet. Jac kan zeggen dat goed gaat, maar ik geloof het pas op 31 oktober na twaalf en halve ronde.” Bij de eerste echte wedstrijd, de vijf kilometer bij de NK afstanden in Heerenveen. En tot die tijd? „Hier hangt een risico aan vast, dat weet Jac ook wel.”

Toch koos Kramer bewust en veel eerder dan de buitenwereld wist voor een switch van Kemkers naar Orie. „Dat was voor de WK afstanden in Sotsji 2013”, herinnert hij zich na enig nadenken. „Ik heb Jac gewoon opgebeld. ‘We moeten even zitten’, zei ik.” Na een aantal gesprekken wist hij het zeker. Het olympisch seizoen zou hij afmaken bij Kemkers en TVM, dat in maart stopte met sponsoring. Daarna wilde hij verder met Orie. „Ook al was TVM doorgegaan, dan nog was ik weggegaan. Ik had voor mezelf besloten dat ik bij Jac wilde gaan trainen.”

Ver voor de Spelen van Sotsji – waar hij op grootse wijze goud haalde op de vijf kilometer maar op de tien een keiharde nederlaag leed tegen Jorrit Bergsma – maakte Kramer binnen de TVM-ploeg zijn besluit bekend. „Als je dingen op z’n beloop laat, gaan andere mensen keuzes maken. Dan wordt er uiteindelijk voor je gekozen en daar houd ik niet van.”

Moeilijk om zijn zekerheden bij Kemkers op te geven? „Ik heb negen jaar bij Gerard getraind. Onwijs veel successen gehad, dieptepunten ook. Ik wilde nog vier jaar schaatsen, maar niet op dezelfde manier. Ik had bij Gerard kunnen blijven en veel kunnen veranderen. Maar dan verander je niet de kern.”

Geen ‘trage’ duurschaatser meer zijn maar een snelle middenafstand specialist, daar draait voor de zesvoudig Europees en wereldkampioen allround alles om. Zijn aandacht verschuift van tien kilometer naar 1.500 meter. „Zeker vorig jaar heb ik me nog meer op vijf en tien kilometer gericht. Ik ben meer op uithouding gaan schaatsen dan op snelheid. Al het werk voor de tien kilometer, daar word je gewoon trager van. Ik wil bij Jac iets meer kort werk doen, meer intensiteit. Ik heb in verleden best wel goede 1.500 meters gereden. In eerste instantie wil ik op dat niveau terugkeren. Met daarbij een goede vijf kilometer. En ik wil blijven allrounden.”

In de ploeg van Orie traint hij met de snelste schaatsers ter wereld: olympisch kampioen Stefan Groothuis, Jan Smeekens, Nuis, Otterspeer. Zijn start was moeizaam. Pas op de dag van het eerste trainingskamp werden de contractbesprekingen met BrandLoyalty bezegeld met een handtekening en champagne. „Ook financieel heb ik een risico genomen”, stelt Kramer, die bij zijn nieuwe ploeg beduidend minder verdient dan bij TVM.

En hij was bij zijn entree in de ploeg verre van fit, door complicaties na een operatie aan zijn luchtwegen van eind vorig seizoen. „De operatie zelf ging goed, maar ik kreeg er een zware bacterie bij. Daar ben ik twee maanden knockout van geweest.”

Orie kreeg een kampioen zonder vorm. „Sven heeft een conditioneel tikje gehad hoor, niet zo zuinig. Wat denk je als je een paar penicillinekuren achter de rug hebt? Weer kwam die bacterie terug, en nog een keer, en weer een ontsteking. Hij had wel even een jas uitgedaan.”

Deze ochtend skeelert Kramer ouderwets imponerend over gluiperig omhoog lopende Toscaanse wegen, zes blokken van vier minuten. Met zijn allround-ploeggenoten Wouter Olde Heuvel en Douwe de Vries, die meekwamen van TVM, voegt hij zich daarna bij de sprinters voor wat explosief werk aan het elastiek en op de schaatsplank. Dan op de skeelers terug naar het hotel, even later met een handdoekje de boulevard overstekend voor een koele duik in de Middellandse Zee. Just a day at the office. Opnieuw de atleet van wereldklasse.

„In de eerste acht weken bij ons heeft hij een megastap gemaakt”, vertelt Orie. In getallen? Op zijn omslagpunt trapt Kramer nu 60 watt meer dan bij eerdere tests, bij de Wingate-test (een halve minuut op maximaal vermogen) is dat zelfs 300 watt extra. „Je ziet dat hij hard vooruit gaat, de power is nu ook weer terug. Sven is heel goed trainbaar, hij is natuurlijk niet voor niets zo goed.”

De filosofie van BrandLoyalty is eenvoudig: de sprinters maken de allrounders sneller, de allrounders helpen de sprinters aan meer uithoudingsvermogen. Win-win, zoals Orie in het verleden gecombineerde successen vierde met allrounder Gianni Romme en sprinter Erben Wennemars. „Je ziet dat er een wisselwerking is, dat haal je er aan alle kanten uit. Het blijkt ook uit testen: het niveau wordt aan beide kanten een beetje opgetild. Op het ijs is alles anders, maar de eerste winst is alvast binnen.”

Geen scheve gezichten bij de vaste kern van de ploeg, met een dominante topper als Kramer die veel aandacht opeist? „Ik denk dat die gasten elkaar wel goed aanvoelen”, reageert Orie nonchalant. „Ze komen elkaar al jaren tegen in elke kleedkamer van de wereld. Je kan over alles wel een praatgroep oprichten. Er is altijd wel iemand met een ja maar-tje. Daar wil ik zo veel mogelijk van af. We lachen veel. Elkaar een beetje stangen.”

Kramer zelf moest in het begin „een beetje wennen”. Maar bij de krachttraining vanmiddag houdt hij zich verbaal niet in. „Als je niet tegen de druk kunt dan doe je het toch gewoon als niemand kijkt”, grapt hij als een ploeggenoot de halter niet omhoog krijgt. „Heb jij nog geen last van je rug dan”, countert een van de ‘sprintberen’, die niet terugdeinzen voor gewichten van honderd kilo en meer. De taal van topsporters is overal hetzelfde, competitie nooit ver weg.

„Mooi hoor, als je bijvoorbeeld Nuis vanmorgen gas ziet geven op de schaatsplank”, glundert Orie. „Kjeld is nu al afgrijselijk goed. Dan zie je die anderen kijken. ‘Ik moet potverdomme met hem mee’. Dat zijn mooie processen, daar hoef je als trainer niets aan te doen.”

Het risico dat sporters te diep gaan? „Soms moet je oppassen, maar na een week rust kunnen ze wel wat hebben hoor. Als je het niet doet, lukt het ook niet. In 2011 hebben we heel extreme dingen gedaan. Die meiden lagen bij elkaar te janken, die gasten lagen allemaal om. Even rust genomen en twee weken later gingen ze weer helemaal los.”

De Haagse humor van zijn nieuwe trainer, de eeuwige competitie met nieuwe ploeggenoten, nieuwe testen en trainingsvormen. „Sporttechnisch zijn er veel veranderingen”, zegt Kramer. „Niks biedt mij grip.” De onzekerheid neemt hij voor lief. „Je kunt wel altijd voor de veilige kant gaan, monotoon trainen en keurig netjes alles doen. Maar dan krijg je ook monotone resultaten. Dat wil ik niet.”

En aan zijn drive is niets veranderd. „De manier waarop ik sport bedrijf is altijd een kracht van mij geweest. Ik denk dat ik nog wel dezelfde sporter ben.” Kijk maar naar die pleisters op zijn rechterhand.