Het nieuwe leven van Samir A.

Na zes jaar op de terroristenafdeling in Vught kwam Samir A., verdacht van het beramen van aanslagen, een jaar geleden vrij. Volgens justitie was hij nog even radicaal als eerst. Hoe pakte hij zijn leven weer op?

Samir A. (rechts), lid van de van terreur verdachte Hofstadgroep, in Rotterdam tijdens een pauze van de rechtszaak tegen de Hofstadgroep, 2005. Foto’s ANP

Zijn zwarte haar reikt tot aan zijn nek. Hij draagt een wit shirtje met een V-hals, een spijkerbroek en sportschoenen. Hij leunt glimlachend tegen een Volkswagen Golf met een blauwe letter L op het dak.

Samir A., Nederlands bekendste ex-terrorist, heeft zojuist zijn rijbewijs gehaald. ‘Alhamdulillah’ (dank aan God), staat bij de foto die op 31 maart dit jaar is geplaatst op Facebook.

Samir A. (28) loopt nu een jaar vrij rond. Het voormalige lid van de Hofstadgroep is veroordeeld voor het beramen van aanslagen op Nederlandse politici. De politie vond onder andere een afscheidsvideo waarin hij aangaf voor de jihad te zijn gestorven. Een decennium later zijn zo’n veertien Nederlanders daadwerkelijk gestorven voor de jihad in Syrië en Irak. Samir kreeg negen jaar cel; op 6 september 2013 had hij tweederde uitgezeten en kwam hij onder voorwaarden vrij. Zo moet hij een enkelband dragen.

Een jaar later is Samir A. nog steeds een raadsel voor mensen die hem kennen. Heeft de veroordeelde terrorist zijn radicale ideeën afgezworen, of houdt hij zich op de vlakte omdat hij weet dat hij scherp in de gaten wordt gehouden? Deze krant sprak met diverse mensen uit zijn omgeving. Uit privacyoverwegingen wordt zijn woonplaats niet onthuld, noch de namen van zijn kennissen en vrienden.

Moskee

Begin 2014 ziet een moskeevoorzitter bij het vrijdagmiddaggebed een bekend gezicht. Hij kent de man met de lange zwarte haren van televisie. Samir A. is op bezoek. Hij zoekt een nieuwe moskee en heeft daarvoor dit gebedscentrum uitgekozen. Er komen wekelijks een paar honderd bezoekers van verschillende nationaliteiten en stromingen – van heel orthodox tot gematigd.

De voorzitter spreekt hem aan. „Samir”, zegt hij, „voel je welkom hier. Je hebt je straf uitgezeten”. De voorzitter ziet dat Samir opgelucht is door die opmerking. Later vertelt Samir hem dat hij bang was voor afkeurende reacties.

Op moskeegangers maakt hij een sombere indruk. „Hij komt een beetje depri over”, zegt een bezoeker. Als je hem aanspreekt, is Samir open en praat hij mee. Verder is hij op zichzelf. „Hij komt en gaat weer weg.” De voorzitter trekt een zorgelijk gezicht. „Samir”, zegt hij, „heeft een zwaar leven.”

Na zijn gevangenschap op de zwaar beveiligde Terroristen Afdeling in Vught, krijgt Samir A. een driekamerappartement toegewezen in een gemengde volkswijk. Hier woont hij met zijn zoon, dochter en vrouw Abida. Het gezin dat Samir voor zijn gevangenschap stichtte, is bij elkaar gebleven. Maar er is veel veranderd.

Volgens zijn geloof hoort Samir aan het hoofd te staan van zijn gezin. Maar Abida, zes jaar ouder dan hij, heeft al die jaren het gezin in haar eentje gerund. Ze deed alles tegelijk: werken, de kinderen van school halen, hen meenemen naar de gevangenis, weer terug naar school, en door naar de keuken voor het avondeten. Ze had een duidelijk levensdoel voor ogen: Samir steunen. Nu haar man vrij is, leidt dat tot aanpassingsproblemen. Zij is de sterke vrouw, Samir is de nieuwkomer in het gezin. Wie van de twee gaat werken? Wat moeten ze doen met hun leven?

Van Samirs oude sociale netwerk is na zijn gevangenschap niets over. Zijn ouders hebben nog wel contact met hem, maar in de Marokkaanse gemeenschap wordt over hen geroddeld: ze zullen hun zoon vast niet goed hebben opgevoed, anders zou hij nooit zo geradicaliseerd zijn.

Oude vrienden willen niet meer met hem omgaan. Hij is te bekend. Wie wil er nu gezien worden met een ex-terrorist? De meesten ontwijken hem. Of vinden het te gevaarlijk om met hem om te gaan. Ze hebben geen zin om in de warme belangstelling van de AIVD te staan.

Nieuwe generatie jihadisten

Samir brengt dagen thuis door. Alleen. Hij is werkloos. Solliciteren heeft geen zin, denkt hij. Daar is hij te bekend voor. Wie gaat hem nou aannemen, vraagt Samir aan een bekende. Om toch iets te doen te hebben overdag, deed hij tot een paar maanden geleden vrijwilligerswerk bij een islamitische stichting. Licht administratief werk, zoals brieven openen. Maar hij moest ermee stoppen. Het werd te zwaar. Samir heeft een chronische darmziekte, waardoor zijn maag-darmkanaal is ontstoken. Iedere dag begint voor hem met overgeven. Het duurt wel tot twee uur ’s middags voor hij weer iets kan doen.

Ondanks zijn ziekte houdt hij zich aan de vijf dagelijkse gebeden die bij de islam horen. Het vrijdaggebed verricht hij in de moskee. Hij komt dan aanlopen in een spijkerbroek en een poloshirt. Zodra hij binnen is, werpt hij een lang gewaad over zich heen. Soms laat hij een baard staan, soms scheert hij hem af. Zijn gewicht is net zo variabel. Door zijn ziekte ziet hij er soms heel mager uit, soms zit er opeens weer tien kilo bij.

De sociale contacten die hij in het dagelijks leven mist, heeft hij in de moskee wel. Wanneer Samir na een operatie een aantal weken in het ziekenhuis ligt, komen moskeegangers hem bezoeken. Samir waardeert hun komst, al vindt hij zichzelf niet de meest aangename gastheer. ‘De pijn was zo erg, dat ik het zelfs niet kon opbrengen om te vragen of de broeders weg wilden gaan’, zegt hij volgens een kennis.

Er zijn ook bezoekers die ervan schrikken dat Samir in hun moskee komt. „Dan komt een man naar me toe en vraagt: klopt het nou dat ik net naast Samir A. heb staan bidden”, vertelt de voorzitter. „En dan zeg ik: ja, dat klopt, hij is welkom hier. De moskee is geen plek waar we mensen veroordelen.”

Tijdens Samirs gevangenschap – volgens zijn advocaat heeft hij geen ‘deradicaliseringsprogramma’ gevolgd, justitie zegt er niets over – is de wereld ingrijpend veranderd. Zeven jaar geleden maakte hij deel uit van een handjevol Nederlandse jihadisten. Nu zijn er volgens de AIVD honderden aanhangers van de gewelddadige jihad en duizenden sympathisanten. Zeker 130 van hen zijn afgereisd naar Syrië om te vechten voor een islamitische staat.

Samir volgt de nieuwe generatie jihadisten met interesse. Hij zou in het afgelopen jaar enkele keren hebben gesproken met Azeddine C. alias Abou Moussa, een vermeende jihadronselaar die onlangs is opgepakt. Ook bezocht hij in november 2013 samen met zijn vrouw een debat over Syriëgangers. Eén van de sprekers was de omstreden imam Fawaz Jneid, die bekend staat als een fundamentalist. Op de bijeenkomst zei Fawaz echter dat het verboden is voor jongeren om op jihad te gaan, zolang ouders en overheid hiervoor geen toestemming geven. Samir zweeg tijdens de bijeenkomst. Bij zijn vrijlating vorig jaar werd Samir A. een ‘tikkende tijdbom’ genoemd. „Uit niets blijkt dat hij op dit moment wezenlijk anders tegen het plegen van terroristische aanslagen aankijkt dan ten tijde van zijn veroordelingen”, zei de officier van justitie.

Maar die tijdbom zal niet afgaan, zegt de voorzitter van zijn moskee. „Men was bang dat Samir weer een leidersrol zou gaan innemen, dat hij een radicale inspirator zou worden voor jongeren. Maar die ambitie heeft hij helemaal niet. Hij heeft letterlijk tegen me gezegd: Ik heb mijn tijd op de voorgrond wel gehad.” Onlangs zei Samir tegen een vriend dat hij niets liever wil dan een rustig en kalm leven. Ik wil alles achter me laten, zei Samir, en nooit meer ergens mee te maken hebben.

Facebook

Tegen mensen die vragen of zijn opvattingen zijn veranderd, zegt Samir dat hij nu anders naar de wereld kijkt. Vroeger vond hij dat iedere inwoner verantwoordelijk is voor de daden van zijn land. Als Nederland deelnam aan een oorlog in het Midden-Oosten, was in zijn ogen iedere Nederlander in oorlog met de moslims. Zo ziet hij het niet meer. Niet alle burgers steunen het regeringsbeleid, vindt Samir nu.

Maar op Facebook, waar hij een afgeschermd account heeft, geeft Samir blijk van extremere opvattingen. Zo roept hij drie maanden na zijn vrijlating moslims op een brief te schrijven aan Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. „Hij zou het waarderen als jullie een brief of kaartje sturen met morele steun”, aldus Samir, die het adres van Mohammed B.’s gevangenis bij het bericht plaatst. Ook schrijft hij op Facebook over een 26-jarige jihadstrijder uit Den Haag die enige tijd geleden omkwam in Syrië. Samir zat samen met deze strijder gevangen op de Terroristen Afdeling en roemt hem omdat hij veel met de islam bezig was. In andere berichten schrijft Samir dat Turkije ‘de waterkraan’ naar Israël moet dichtdraaien. Ook schrijft hij dat moslims hun geld niet op een bank moeten zetten omdat alle banken investeren in „bommen die boven Gaza en andere islamitische landen worden gedropt”.

Daarnaast geeft Samir radicale Facebook-profielen een ‘like’. Ene ‘Saïd’ plaatste op 12 juli een videoboodschap op Facebook waarin hij een Amerikaans shirt in brand steekt en zegt: „Israël, Amerika, Nederland: jullie zijn allemaal kankerhonden. Dat moeten jullie goed onthouden. (..) Moge jullie branden in de kankerhel één voor één.” Enkele uren later liket Samir zijn profiel. Hetzelfde geldt voor een account waarop foto’s van islamitische strijders worden getoond. Uit een vertaling van de Arabische teksten op dit account blijkt dat het gaat om een pagina van terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). De Reclassering zou Samir erop hebben aangesproken dat hij IS een like heeft gegeven. Samir zou hebben toegezegd dit niet meer te doen. Maar vorige week liket hij weer een artikel waarin iemand het opneemt voor IS.

Mogelijk heeft hij sympathie voor de islamitische staat die IS aan het vestigen is, zegt een vriend van Samir. Maar aan de andere kant ziet hij zijn vriend ook veranderen. Nu geeft Samir bijvoorbeeld zijn vrouwelijke advocaat een hand – iets wat hij voor zijn veroordeling nooit zou hebben gedaan. Nu zit Samir op het terras terwijl er mensen om hem heen alcohol drinken of roken – dat was voorheen ook ondenkbaar. Samir is zijn radicale opvattingen langzaam aan het herzien, zegt de vriend. „Ik weet duizend procent zeker dat hij niet op jihad zal gaan naar Syrië. Samir wil een nieuw leven opzetten, hij wil er zijn voor zijn kinderen.”

De ex-terrorist probeert zijn verloren tijd als vader in te halen. Dat doet hij door strandwandelingen te maken met zijn gezin. Met een kampeervakantie. Door zijn kinderen mee te nemen naar de speeltuin. Ook bezocht hij een voorstelling van de Marokkaanse cabaretier Salaheddine, blijkt uit een bericht op Facebook. ’s Avonds is het meestal Samir die kookt.

Duur zijn die uitstapjes niet, want Samir heeft geen geld. Zijn banktegoeden zijn bevroren. Een maatregel die justitie nam bij zijn vrijlating. Volgens zijn advocaat, Tamara Buruma, bemoeilijkt deze sanctie de reïntegratie van Samir. „Iedere reclasseringsambtenaar zal beamen dat het voor zijn terugkeer belangrijk is om een stabiel leven te hebben met werk of een dagbesteding. En dat is lastig als je geen geld mag hebben.”

Spookmeldingen

De maatregel heeft ook gevolgen voor Samirs gezondheid. Na zijn vrijlating kreeg hij een acute ontsteking waarvoor zijn dikke darm moest worden verwijderd. Toen hij bij het ziekenhuis aankwam, werd hij weggestuurd. De aanvullende verzekering kon niet worden geregeld omdat hij geen banktegoeden mag hebben. Na een hoop gesteggel heeft de operatie uiteindelijk toch plaatsgevonden.

Advocaat Buruma sluit niet uit dat zij de sanctie gaat aanvechten, maar heeft daartoe nog geen verzoek ingediend. „Mijn cliënt wil vooral kunnen leven zonder gedoe. Het laatste waar hij behoefte aan heeft, is eindeloos procederen.”

Media hebben Buruma het afgelopen jaar zeker tien keer benaderd over ‘spookmeldingen’ van Samir. Hij zou gesignaleerd zijn op plekken waar hij niet mag komen volgens de voorwaarden die justitie aan zijn vrijlating heeft gesteld, zoals Den Haag of zelfs Syrië. Later kon met behulp van elektronisch toezicht worden vastgesteld dat Samir gewoon thuis was. „Op deze manier blijft zijn verleden hem achtervolgen”, zegt Buruma.

De voorwaarde dat hij niet met journalisten mag praten, maakt hem achterdochtig. Hij let goed op met wie hij praat, zijn grootste angst is dat hij terug moet naar de gevangenis. Tegen een kennis zei hij dat hij overal spoken zit. Als iemand hem vraagt hoe laat het is, is hij al bang dat hij met een Telegraaf-journalist aan het praten is. Ik leef als een vluchteling, zei Samir tegen de kennis.

Ook schrijver Arjan Erkel, die in 2007 een boek publiceerde over Samir A., merkte dat toen hij hem onlangs tegenkwam op straat. Ze hadden een leuk gesprek, tot Samir hem onderbrak om te vragen of hij een journalist is. Nee, zei Erkel, hij was niet van de media. Ik mag niet met journalisten praten, antwoordde Samir, en je mag dit gesprek niet gebruiken voor een artikel. Hij nam afscheid en liep weg.