Festival eert nieuwe filmvisionairen

Het filmfestival van Toronto vertoont dit jaar opvallend veel Nederlandse films. Vier daarvan zijn wereldpremières.

Dat er op het het Toronto International Film Festival (TIFF) geen prijzen te winnen zijn, kan ze niet schelen. Regisseurs Mijke de Jong, Shariff Korver, Jan-Willem van Ewijk en regisseursduo Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan zijn om andere redenen blij dat hun films voor Toronto zijn geselecteerd. Dat er vier Nederlandse films op een groot internationaal festival hun wereldpremière beleven, is tamelijk uniek. Dat ze stuk voor stuk zo sterk en onverschrokken zijn is een aangename verrassing.

Het aandeel van Nederland is in Toronto sowieso groot. In totaal draaien er 19 korte, lange en mede door Nederland gefinancierde films. Geen slechte score als je het met populaire leveranciers van festivalfilms vergelijkt als Argentinië (15) of Japan (18).

Mijke de Jong is benieuwd hoe het publiek reageert op haar film Brozer, waarin de dood van actrice Leonoor Pauw onvermijdelijk een rol kreeg. De film is aangrijpend, verwarrend en ontroerend. En bij vlagen erg grappig: mensen die heel dicht bij de dood staan, kunnen de zwartste grappen maken.

Regisseur Shariff Korver van De infiltrant) prijst de cinefiele sfeer die het festival en de programmeurs uitstralen. Jan-Willem van Ewijk hoopt dat zijn aanwezigheid hier ertoe zal bijdragen dat hij zijn volgende project in de Verenigde Staten van de grond kan tillen.

De zee speelt de hoofdrol in Episode of the Sea, het portret van Urker vissers dat Van Brummelen en De Haan maakten en waarvoor ze zich een tijdje in Urk vestigden. Ze duiden hem aan als ‘ethnofiction’, omdat hij zowel uit observaties als geënsceneerde scènes bestaat. Daarin leveren de vissers droogkomisch commentaar op het tanende aanzien van de visserij.

Episode of the Sea draait in Wavelenghts, een programmaonderdeel dat de blik richt op nieuwe filmvisionairen. Programmeur Andréa Picard vergelijkt Episode of the Sea onder andere met werk van niemand minder dan oer-documentairemaker Robert Flaherty. De TIFF-programmeurs zijn niet bang voor grote woorden. Michèle Mahon, verantwoordelijk voor de selectie van een aantal Nederlandse films, herkent in Van Ewijks Atlantic een echo van de Amerikaanse cultfilmer Terrence Malick (The Tree of Life).

Atlantic schildert het verhaal van een Marokkaanse surfer die over zee Europa wil bereiken. Jan-Willem van Ewijk, zelf surfer, maakte de film in nauwe samenwerking met de bewoners van het Marokkaanse dorp Moulay Bourektoune, vlakbij het populaire windsurfoord Essaouira, waar hoofdrolspeler Fettah Lamara vandaan komt. Het is niet zomaar een vluchtelingenverhaal. Het is een film over ontheemde dromen en existentiële vragen. Het tekent wat Mahon aanspreekt in de Nederlandse selectie: „Het zijn allemaal auteursfilms. Elk van deze filmers is op zijn eigen manier heel persoonlijk, maar ook geïnteresseerd in de condition humaine en grotere kwesties.”

Shariff Korver vertelt in De infiltrant een verhaal over een undercoveragent die verstrikt raakt tussen twee culturen. De Venezolaanse Korver weet uit persoonlijke ervaring wat dat betekent. De hoofdrol wordt gespeeld door Nasrdin Dchar, in Nederland bekend van de film Rabat en eerder deze maand ook present op het filmfestival van Venetië met Tussen 10 en 12.

De Nederlandse filmmakers die hun werk in Toronto vertonen, hebben gemeen dat ze zich sterk met hun onderwerp vereenzelvigen, een werkwijze die de laatste jaren usance is in de internationale artfilmwereld. Regisseur Mijke de Jong gaat het verst. Zij had zelfs geen scenario. Dat ze ooit een vervolg zou maken op haar film Broos (1997), een portret van vier zussen, wist ze wel. Maar ze wist niet dat het een nu-of-nooit-project zou worden omdat actrice Leonoor Pauw ziek werd en niet lang meer te leven had.

De Jong werkt vaak vanuit improvisatie en in Brozer worden de scheidslijnen tussen feit en fictie en tussen personage en acteur dunner en dunner, tot de werkelijkheid de regie overneemt. Het is een confronterende film geworden. Eerder deze week werd hij, na een preview voor het Nederlands Filmfestival waar hij later deze maand te zien zal zijn, al getipt als een van de grote kanshebbers voor de Gouden Kalveren.