Draghi bereikt resultaat, zonder het zwaarste wapen in te zetten

Voor centrale bankiers in een kwakkelende economie is het aantrekkelijk hun munt te verzwakken. Dit gebeurde deze week zowel in Japan als in de eurozone.

Ook de euro verliest steeds meer waarde, dankzij Draghi

Terwijl de monetaire vergelijkingen tussen de eurozone en Japan de afgelopen weken niet van de lucht waren, was er donderdag juist een opvallend verschil tussen de twee blokken waarneembaar. Dat zat hem in het gedrag van hun centrale bankiers.

Haruhiko Kuroda, gouverneur van de Bank van Japan, pleitte in een persconferentie onomwonden voor een verdere verzwakking van de yen. Prompt zakte de munt weg tot de laagste waarde ten opzichte van de dollar sinds 2008. Later die dag, nadat Draghi nieuwe stimuleringsmaatregelen had aangekondigd, daalde de euro 1 cent. Alleen paste Draghi wel op om te zeggen dat dat ook zijn doel was.

Een zwakkere munt kan gunstig zijn voor een economie, omdat het de export naar landen met een andere valuta goedkoper maakt. Het is dus heel verleidelijk voor een centrale bankier met een kwakkelende economie – een situatie waarin zowel Kuroda als Draghi zich bevindt – om met ingrepen de waarde van de munt te laten dalen. Maar het is taboe om dit toe te geven, laat staan om er zelf over te beginnen. Voor je het weet is het valutaoorlog.

Kuroda zei donderdag dat het hem niet zou verbazen als de dollar sterker wordt ten opzichte van de yen. „Ik denk niet dat dat bijzonder slecht zou zijn voor de Japanse economie”, voegde hij toe. Verder zei Kuroda dat de Bank van Japan zal doorgaan met het kwantitatieve-verruimingsprogramma dat hij bij zijn aantreden anderhalf jaar geleden begon. Voorlopig blijft de bank voor 60 tot 70 biljoen yen (440 tot ruim 500 miljard euro) op jaarbasis aan staatsobligaties en ander waardepapier opkopen.

Dit verruimen van de geldhoeveelheid is bedoeld om de inflatie in Japan omhoog te krijgen. De afgelopen twee decennia bedroeg die ongeveer nul, en groeide de economie nauwelijks. Dit is momenteel het schrikbeeld van de eurozone, die volgens velen de crisis achter zich had gelaten, maar in het tweede kwartaal weer op nulgroei uitkwam, met een krimpend Duitsland. De ECB heeft de verwachting voor de inflatie, die in augustus nog maar 0,3 procent bedroeg, de afgelopen maanden steeds naar beneden moeten bijstellen.

Het lijkt erop dat het beleid in Japan begint te werken, al zijn de meest recente cijfers te grillig om een overtuigend beeld te geven. In het tweede kwartaal kromp de economie met 6,8 procent op jaarbasis, maar dit was een tijdelijk effect, als gevolg van een btw-verhoging in april. De inflatie schoot omhoog naar 3,4 procent in juli, maar ook dit kwam door de btw-maatregel. Met de hogere btw probeert premier Shinzo Abe de staatsschuld af te bouwen. Die is met ruim 240 procent van het bbp veruit de hoogste van de ontwikkelde wereld.

De slechte groei- en inflatiecijfers in de eurozone deden de verwachtingen stijgen dat ECB-president Draghi tijdens zijn maandelijkse persconferentie donderdag eveneens een verruimingsprogramma zou aankondigen. Zijn toespraak op de jaarlijkse conferentie in Jackson Hole twee weken eerder, waarin hij zei dat de ECB geen enkele maatregel uitsloot om de lage inflatie te bestrijden, droeg daar aan bij.

Voor beleggers is kwantitatieve verruiming een groot feest. Al dat goedkope geld stuwt de aandelenkoersen omhoog. Dat werkte zo in de Verenigde Staten, waar de Fed haar verruimingsprogramma juist aan het afbouwen is, en zo werkt het in Japan, waar de Nikkei-index sinds het aantreden van Abe met ruim de helft gegroeid is.

Daarmee is nog niet gezegd dat het een economie ook weer echt aan het groeien krijgt. In Japan geven bedrijven hun gestegen winsten maar mondjesmaat door aan werknemers, die door de hogere btw en de inflatie achteruit gaan in koopkracht. De regering maakte vrijdag bekend te werken aan extra stimulering door zelf meer uit te geven. Een ingreep waartoe Draghi de Europese leiders ook heeft opgeroepen.

Het verruimingsprogramma kwam er donderdag niet, maar Draghi presenteerde meer dan genoeg maatregelen om de markten in beweging te krijgen. De verlaging van het belangrijkste rentetarief naar 0,05 procent en de depositorente naar -0,2 procent kwam voor velen als een verrassing. Ook de mededeling dat de ECB vanaf oktober gebundelde mkb- en hypotheekleningen (asset backed securities) van banken zal opkopen, en dit verder zal aanvullen met gedekte obligaties, werd enthousiast ontvangen.

Het is kwantitatieve verruiming, maar niet in de zin waar iedereen op doelde: het grootschalig opkopen van staatsobligaties. Wel stuurde de ingreep de euro voor het eerst in lange tijd weer onder de 1,30 dollar, het laagste niveau in ruim een jaar, waar hij gisteren bleef. En zo bereikte Draghi resultaat terwijl hij zijn zwaarste wapen achter de hand kon houden.