Die bucketwaterpret is over. Gelukkig maar

Zelfs kinderen krijgen nu emmers met ijswater over hun hoofd heen. Ze hebben geen idee wat ALS is, maar de zomer is lang en je moet wat. Gelukkig is de school begonnen, schrijft Yaël Vinckx.

foto thinkstock

De wereld stond in brand, afgelopen zomer – en Nederland snelde toe met een emmer ijswater. Niet echt, maar bovenstaande vat de twee belangrijkste gebeurtenissen van deze zomer wel samen. In Oekraïne, Gaza, Syrië en Irak gingen ze gebukt onder het geweld; in Nederland leden we onder de Ice Bucket Challenge.

Voor degenen die nog niet van de zomerhype van 2014 hebben gehoord: de Ice Bucket Challenge is een pr-stunt om de dodelijke ziekte ALS onder de aandacht te brengen. Je vult een emmer met ijswater, gooit deze over je hoofd, laat dat filmen en zet het op Facebook. Vervolgens daag je drie andere Facebook-vrienden uit hetzelfde te doen. Een 21ste eeuwse variant op de aloude kettingbrief.

Doe je het niet, dan ‘moet’ je 75 euro doneren. Je kunt natuurlijk ook een emmer ijs leegstorten én doneren. Vergeet dit dan niet op Facebook te melden, want het telt pas als iedereen het weet.

Binnen de kortste keren stroomden de tijdlijnen vol met filmpjes van mensen die een emmer ijswater over zich heen gooiden. En zo werd de Ice Bucket Challenge niet alleen de droom van de ALS-stichting, die naar verluidt een miljoen euro ophaalde, maar vooral de natte droom van iedere marketeer.

Maar is dat wel de bedoeling? Net zo min als kanker draait om het samen met je vrienden beklimmen van de Alpe d’Huez, draait ALS om een emmer waterpret. Al zou je bijna anders denken. Want in beide gevallen is de bijzaak, namelijk marketing en zelfverheerlijking (vergeet vooral geen selfie te nemen, boven op die Alpe d’Huez) belangrijker dan de hoofdzaak, de ziektes zelf.

Het is al vaker gezegd: Facebook is er slechts voor de schone schijn, waar mensen hun (al dan niet valse) engagement kunnen tonen met een simpele like.

Wellicht ook daarom werden de filmpjes steeds doller, want als iedereen in de tuin een emmer water over zich heen gooit, val jij niet langer op. En zo kon het gebeuren dat een meisje in bikini de uitdaging aan nam – schrijlings gezeten op een paard. Beest op hol, kind in het gras.

Kennelijk voelden de ijswatergooiers ook dat het de verkeerde kant opging, want halverwege de hype kwam ‘het’ filmpje. „Vind je de Ice Bucket Challenge irritant (hoe raad je het zo!), dan moet je dit eens bekijken.” Achter de webcam stond een 26-jarige Amerikaan, die snikkend vertelde dat zijn oma en moeder ALS hadden en dat ook hij onlangs was gediagnosticeerd.

Ik keek naar die all American boy en voelde … niets. Ergens had iemand een pr-stunt bedacht en nu ging de rest van de wereld ‘m erin beuken. Dat ik me niet alleen ergerde, bleek toen Paul de Leeuw een pudding in zijn gezicht drukte voor de Maag Lever Darmstichting. Toen moet de droom van de marketeer in een nachtmerrie zijn veranderd.

En dat terwijl de ALS-stichting eerder met zo’n geweldige campagne kwam. Die posters met levensgrote portretfoto’s en bijschrift: ‘Ik ben inmiddels overleden.’ De campagne kreeg er, onbedoeld, de beste ambassadeur bij: Pieter Steinz, die in deze krant op een aangrijpende show don’t tell-wijze schrijft over de ziekte die ook bij hem is geconstateerd.

In de laatste weken van de vakantie kwam de Ice Bucket Challenge angstwekkend dichtbij: ik zag vrienden, kennissen, ouders van het schoolplein. Een vader die hikkend van de lach een emmer water over zichzelf gooide (zijn kinderen gooiden er gierend nog een gietertje achteraan); een moeder die een plons ijskoud water over haar kinderen smeet. Niemand had een idee, die kinderen al helemaal niet, maar zo’n vakantie duurt lang en je moet wat.

Daarom ben ik zo blij dat de vakantie voorbij is. De waterpret is over. Terug je kantoortuin in. Waar je, in de baas z’n tijd, gewoon weer kattenfilmpjes op je tijdlijn kunt posten.