De waarheid was te gruwelijk

Opzichters Katja Schot (links) enSuze Arts waren betrokken bij het‘bunkerdrama’ in kamp Vught, waarbij 74 vrouwen werden opgesloten in een te kleine cel. Foto Beeldbank WO2 – Nationaal Monument Kamp Vught

De bunker, heette de gevangenis van kamp Vught, het concentratiekamp bij Den Bosch dat zeventig jaar geleden werd ontruimd bij nadering van de Geallieerden. Op zaterdag 15 januari 1944 waren op last van kampcommandant Adam Grünewald zo veel mogelijk vrouwen in één cel van de bunker gepropt, als straf voor de mishandeling van een verklikster. Er was een lijst gemaakt met 91 namen van vrouwen uit het Frauenlager van kamp Vught, schrijft Marieke Meeuwenoord in Het hele leven is hier een wereld op zichzelf. De geschiedenis van kamp Vught. Maar die pasten niet allemaal in één cel. ‘Met veel duwwerk lukte het 74 vrouwen in de ruimte van nog geen negen vierkante meter te krijgen; de andere 17 werden in de cel ernaast opgesloten.’

Toen de Aufseherinnen de volgende ochtend de deur van de cel weer openden, lagen in het midden twee stapels van in totaal 34 vrouwen. Hiervan waren er 10 dood, de rest was bewusteloos.

Het ‘bunkerdrama’ was het ernstigste incident in de geschiedenis van het kamp Vught, waar de eerste 250 gevangenen in januari 1943 arriveerden. Het kamp was in 1942 gebouwd in opdracht van de Höhere SS-und Polizeiführer Hanns Albin Rauter. De bouw werd gefinancierd door Liro, de Duitse roofbank waarin de tegoeden van gedeporteerde Nederlandse Joden waren ondergebracht.

Aanvankelijk wilde Rauter van kamp Vught, naast Westerbork in Drenthe, een tweede Durchgangslager voor Joden maken. Maar de deportatie van de Nederlandse Joden was in 1942 zo voortvarend verlopen dat kamp Vught niet alleen Joodse gevangenen kreeg, maar ook Schutzhäftlinge (politieke gevangenen), ‘asocialen’, criminelen en gijzelaars. Ze kregen allemaal hun eigen barakken. In mei 1943 kwam in Vught ook nog een Frauenlager.

De uiterst gemengde samenstelling van de bevolking maakte Vught tot een uniek concentratiekamp. Tot nu toe is de geschiedenis van het kamp vooral beschreven vanuit het oogpunt van de Joodse gevangenen of dat van de politieke gevangenen, merkt Meeuwenoord op in haar inleiding. Het hele leven is hier een wereld op zichzelf – de titel is een citaat uit een brief van de gevangene Marius Flothuis aan zijn vrouw – vertelt voor het eerst de complete geschiedenis van het kamp Vught. Meeuwenoord beschrijft bijvoorbeeld ook uitgebreid de wederwaardigheden en achtergronden van de Nederlandse bewaaksters van het vrouwenkamp. Ook onderwerpen als de ‘onderlinge spanningen in het Joodse kamp’ en ‘lichamelijke kwetsbaarheid van mannen en vrouwen’ behandelt ze. Nergens wordt haar drang tot volledigheid storend: het leven in een gemengd concentratiekamp heeft zoveel aspecten dat het boek geen bladzijde te lang is.

Van de Nederlandse concentratiekampen was Vught het enige dat door de SS werd beheerd. Gezien de slechte reputatie van de SS doet dit vermoeden dat Vught een buitengewoon streng en hard regime had. Maar dit blijkt juist niet het geval. Natuurlijk mepten en treiterden de Duitse en Nederlandse SS-bewakers er flink op los en werden er honderden gevangenen geëxecuteerd. Maar de omstandigheden waren toch beter dan in concentratiekamp Amersfoort en zeker dan in Duitse kampen als Mauthausen, stelt Meeuwenoord vast. Van de ongeveer 32.000 gevangenen die in Vught hebben verbleven, stierven er 759. Een ‘modelkamp’ zoals Rauter wilde, is Vught niet geworden, maar kampcommandant Grünewald werd na het bunkerdrama wel uit zijn functie ontheven en uiteindelijk naar het oostfront gestuurd, waar hij sneuvelde.

Massavernietiging

Meeuwenoord gaat ook in op het debat dat twee jaar geleden volgde op Wij weten niets van hun lot, de studie van Bart van der Boom over de vraag wat Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog nu precies wisten van het lot dat de Joden stond te wachten in Duitse vernietigingskampen als Auschwitz. Van der Booms conclusie dat de meeste Nederlanders, ook de Joodse, niet wisten dat het overgrote deel van de gedeporteerde Joden direct na aankomst in Auschwitz werden vergast, werd bestreden door onder anderen Ies Vuijsje. Volgens Vuijsje konden alle Nederlanders dankzij onder meer berichten van de Engelse radio kennis hebben van de massavernietiging van de Joden in Oost-Europa, maar ‘keken’ ze liever ‘weg’.

In kamp Vught vertelden sommige SS’ers openlijk wat er in Auschwitz gebeurde, zo blijkt in Het hele leven. De Joodse arts Ies van der Hal wist er daardoor van, maar nadat hij van Vught naar Westerbork was overgeplaatst en daar vertelde hoe het er in Auschwitz aan toeging, kreeg hij de indruk dat hij niet werd geloofd. ‘Het blijkt dat Ies Vuijsje met zijn stelling dat iedereen die het wilde weten het ook kon weten, een wezenlijk punt buiten beschouwing heeft gelaten’, schrijft Meeuwenoord. ‘Het punt is dat velen dat niet wilden weten omdat de waarheid zo onvoorstelbaar en gruwelijk was dat het toelaten daarvan ondraaglijk zou zijn.’

Misleiding

Ook Eva Moraal gaat in Als ik morgen op transport ga, een geschiedenis van Westerbork aan de hand van brieven, dagboeken, interviews en memoirs, in op het debat over Wij weten niets van hun lot. In haar boek, dat door de gedetailleerdheid en onderwerpkeuze lijkt op Het hele leven..., schrijft ze dat ‘niemand precies wist wat er gebeurde met al die duizenden mensen die op Arbeitseinsatz naar Polen gingen’. Dit kwam doordat de informatie die de gevangenen in Westerbork hadden ‘over het lot van de gedeporteerden schaars, inconsistent en weinig concreet was’. Bovendien deden de Duitsers er alles aan om hen te misleiden over hun lot in Polen.

In Westerbork was de algemene gedachte dat de Joden in de kampen in Polen ‘door het harde werk, door uitputting, verhongering en ziekte uiteindelijk zouden bezwijken’. Maar de verwachting dat de oorlog niet lang meer zou duren, voedde de hoop op overleving. ‘Er was in Westerbork niemand die ook maar een idee had wat ons te wachten stond’, laat Moraal ex-Westerborkgevangene Rob Cohen zeggen. ‘Anders was ik er zeker tussenuit gepiept.’