Column

De twee imago’s van Timmermans

Frans Timmermans staat in het buitenland bekend als iemand die Europa een warm hart toedraagt. Hij heeft veel ervaring in de Europese politiek, spreekt zijn talen en kent iedereen die ertoe doet. Dit maakte hem zeer geschikt om Catherine Ashton op te volgen als Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid. Helaas ging een jongere Italiaanse er met de buit vandoor. Dat moet moeilijk zijn geweest voor Timmermans, die de baan zielsgraag wilde en hard campagne heeft gevoerd. Maar wat nog moeilijker moet zijn, is de troostprijs die hij – althans volgens uitgelekte documenten deze week – aangeboden kreeg: eurocommissaris voor Better Regulation (‘beter bestuur’).

Toch is dit enigszins een koekje van eigen deeg. Afgelopen jaar liet Timmermans geen gelegenheid voorbijgaan om in diverse hoofdsteden over voortgaande Europese integratie te spreken, en bij bevriende regeringen zijn eigen kandidatuur te promoten. Dat ging hem goed af, al kan hetzelfde van zijn rivaal Jeroen Dijsselbloem worden gezegd – die soms een week eerder of later in hetzelfde land zíjn kandidatuur (voorzitter blijven van de eurogroep) kwam bepleiten.

Maar in Nederland meed Timmermans zulke gelegenheden: meermalen werd hij in dit Europese verkiezingsjaar uitgenodigd om over Europa te spreken, op conferenties en debatten, maar sloeg die af. Niet alleen omdat hij het als minister druk had en veel reisde, maar ook weleens omdat de organisatoren niet konden (of wilden) garanderen dat ándere sprekers geen woorden in de mond zouden nemen als ‘eurobonds’; het samenvoegen van schuld van eurolanden.

In Brussel of Londen is dit een gangbaar woord, maar in Nederland met zijn verziekte euroklimaat is het politiek dynamiet om er zelfs maar over te discussiëren. Zelfs met een buitenlandse professor die voor eigen rekening zou spreken wilde de minister niet worden geassocieerd uit angst dat hij als ‘te eurofiel’ werd gecast. Dit kon zijn kansen om Ashton op te volgen in gevaar brengen.

Zo kweekte Timmermans in Nederland een iets ander imago dan in het buitenland, althans als het over Europa gaat. In Nederland legde hij minder accent op het historische belang van de Europese eenwording en meer op hoge Europese ambtenarensalarissen en het ‘repatriëren’ van bevoegdheden uit Brussel. Hij begon zelfs de nota Staat van de Europese Unie 2013 met opmerkingen over ‘eurocraten’ (tot voor kort een scheldwoord) die staken als hun salarissen niet worden verhoogd, terwijl „in vele lidstaten de salarissen voor overheidsdienaren onder druk van de crisis moeten worden verlaagd”.

Nederlandse ambtenaren in Brussel waren geïrriteerd. Ze verdienen veel, maar hun koopkracht gaat harder achteruit dan die van nationale ambtenaren. En is dit nou hét issue in Europa? Met zijn voortreffelijke H.J. Schoo-lezing bewees Timmermans deze week zelf van niet.

Jean-Claude Juncker, de nieuwe Commissievoorzitter, leest Nederlandse kranten. Als hij Timmermans inderdaad de post Better Regulation geeft en niet Neighboorhood (‘relaties met buurlanden’), waar ook sprake van was, komt dat mede doordat weinig commissarissen in spe er zo uitgesproken over zijn geweest als Timmermans. Juncker wil ook de Britten binnenboord houden. Die schreeuwen om hervormingen, en zijn er geruster op als een Nederlander het dossier doet. Het probleem is wel dat lidstaten ze graag willen, tot het op uitvoering aankomt. Andere zwaargewichten hebben hun tanden erop stukgebeten, zoals de Brit Neil Kinnock, die zijn oren bepaald niet naar de hoofdsteden liet hangen.

Als het zo loopt, wacht Timmermans een vreselijke klus. Sommigen voorspellen dat hij in zijn eigen zwaard gaat vallen. Maar klagen kan hij niet. Hij is er zelf over begonnen.