De strijd om het slimme huis

Fabrikanten willen het graag voor je bouwen, zo’n smart home dat volledig op afstand werkt. Wil je er al in wonen?

Een stand op elektronicabeurs IFA in Berlijn. In smart homes zijn apparaten met een netwerkverbinding te bedienen. FOTO AFP

Stel je een stem uit de computer voor, liefst Scarlett Johansson: „Welkom in het huis van de toekomst. Uw smart home, waarin apparaten, verlichting, verwarming en beveiliging gekoppeld zijn en op afstand te bedienen. Waarmee u vanuit de auto, vanaf het werk of op vakantie uw hele huishouden kunt bestieren.”

Dus in de winkel check je of er nog melk in huis is: even inloggen op de camera in je koelkast. De telefoon meldt dat de vaatwasser klaar is, en de oven begint alvast met voorverwarmen terwijl jij nog in de file staat...

„Nee-nee-nee! Niet de oven!” Twee productmanagers van het Zuid-Koreaanse bedrijf LG schudden hun hoofd bij zoveel domheid in hun slimme huis. „Op afstand een warmtebron activeren zou gevaarlijk kunnen zijn als er niemand thuis is.”

Dat is een van de nadelen van een huis dat via internet verbonden is met de buitenwereld is: mocht iemand je hacken of je wachtwoord lospeuteren, dan breekt ie ook meteen in in je huis. Word je badend in het zweet wakker omdat er een scriptkiddie in Rusland zit te spelen met jouw verwarming. Kijkt de geheime dienst mee via je eigen beveiligingscamera of springen de elektronische deuren en ramen vanzelf van het slot.

Twee linkerhanden

Dit soort horrorscenario’s hoor je niet op elektronicabeurs IFA in Berlijn. Het gaat er vooral over hoe het internet of things – apparaten met een netwerkverbinding – ons leven er aangenamer op moet maken.

In Berlijn pakken fabrikanten als Samsung en LG uit met hun smart home-oplossingen. In Samsungs House of the Future houd je vanuit de luie stoel (natuurlijk achter een enorm tv-scherm) het huis in de gaten en hoef je niet van de bank te komen om te zien hoeveel energie er verbruikt wordt of wie er voor de deur staat. Of dat de vaatwasser klaar is – uitruimen gaat nog niet vanzelf.

In het Smart Home van LG is er behalve die koelkast met ingebouwde camera een robotstofzuiger met een camera die bewegingen detecteert. Zo weet je op je werk wanneer de kinderen uit school zijn. Maar je kunt ook stiekem de schoonmaakster in de gaten houden.

LG probeert het slimme huis voor te stellen als een persoon. Je kletst via de Home Chat-app met een virtuele butler die de airco aanzet, de was controleert en zelfs met een grapje antwoordt.

De traditionele witgoedbranche – denk aan bedrijven als Miele en Siemens – pakt het minder speels aan maar begint ook apparatuur te verbinden. Best handig, als je op je telefoon een seintje krijgt dat de droger op zolder klaar is. Of dat je via een app een ‘recept’ kunt kiezen voor de wasmachine. Zo wordt die magische machine in de bijkeuken er een stuk toegankelijker op. Dat geldt ook voor de jongste generatie combi-ovens en espressoautomaten, die je een gecompliceerd recept voorschotelt met een app: voortaan kan iedereen met twee linkerhanden koken.

Huiselijke Nederlanders

Kan een thermostaat sexy zijn? Het Amerikaanse Nest Labs, prominent aanwezig op IFA, denkt van wel. Nest-oprichters Matt Rogers en Tony werkten vroeger beiden bij Apple aan de eerste ontwerpen van de iPod en de iPhone. Ze begonnen in 2010 voor zichzelf: de Nest-thermostaat die zich aanpast aan je gedrag. Het is een ronde, glimmende knop met lcd-scherm in het midden. Even simpel te bedienen als een iPod. Nest is vanaf deze maand te koop bij Essent – reken op zo’n 200 euro. Het is de bedoeling dat je dat geld terugverdient door minder energie te gebruiken. Nederland is het perfecte land voor Nest, zegt Rogers. „Nederlanders zijn huiselijk en jullie houden van nieuwe gadgets. Bovendien gaat het verwarmingsseizoen nu beginnen.” Op de Nest-servers kan Rogers zien dat relatief veel Nederlanders al een Nest ‘meegesmokkeld’ hebben uit de VS of het Verenigd Koninkrijk. Dat krijg je met apparaten die je op internet aansluit.

Er is nogal wat argwaan over het feit dat Nest Labs in handen van Google kwam. De internetgigant zou via de thermostaat je dagelijkse leefpatroon kunnen volgen. Die theorie kreeg nog meer aanhangers toen Nest Labs onlangs Dropcam kocht, dat beveiligingscamera’s maakt en de opnames op het web bewaart.

Google kijkt niet stiekem mee en zal nooit meekijken, bezweert Rogers. „We zijn een apart bedrijf en hebben een compleet ander verdienmodel dan Google, dat geldt verdient met advertenties.”

De Nest-oprichter erkent dat veel techbedrijven onzorgvuldig zijn omgegaan met de gegevens van hun gebruikers. Hij pleit voor strengere privacyvoorwaarden voor smart home-toepassingen. „Je nodigt ons bij je thuis uit en je moet in staat zijn ons er weer uit te gooien. Onze apparatuur functioneert ook zonder internetverbinding. Wellicht krijg je dan niet de automatische updates of de afstandsbediening via het web, maar de automatische thermostaat werkt wel. Die intelligentie zit al in het apparaat.”

Nest wil een open netwerk creëren waarop ook de toaster, de sproeier in de tuin en het elektrische deurslot aangesloten kunnen worden. Een ‘familie van apparaten’, zo omschrijft het bedrijf deze ambitie. „Onze thermostaat gebruik je niet om het hele huishouden mee te bedienen. Daarvoor zijn de apps op dit apparaat” – Rogers tikt op zijn telefoon. „Het draait om software. Van onze 700 medewerkers zijn er 500 softwareontwikkelaar.”

Formaten

Hoe gaan alle slimme apparaten met elkaar praten? Op dit moment is er een babylonische spraakverwarring in het smart home; de Miele-wasmachine kan niet overweg met een fornuis van Siemens, een LG-airco of een Samsung-koelkast. Laat staan dat je ze al kunt bedienen via één overzichtelijke app.

Er is behoefte aan een open standaard voor alle apparaten in en rondom het huis, maar wie gaat die leveren? Nest hangt de zogeheten Thread-standaard aan, samen met enkele chipfabrikanten. Ook Samsung en LG doen mee. Maar er zijn andere allianties met andere standaarden zoals Zigbee en Z-Wave. Of de BSH-groep (Bosch/Siemens) die op IFA weer een andere ‘open standaard’ aankondigt.

En dan is er nog Apple, dat je huis wil besturen via de HomeKit-app. Apparaten moeten voldoen aan de ‘Made for iPhone’ standaard – maar hoe die werkt is nog onduidelijk. Je moet er niet aan denken dat je als consument weer loopt te rotzooien met updates, bugs en apparaten die elkaar niet of nauwelijks herkennen. Zonder één duidelijke standaard levert dat slimme huis meer ergernis dan gemak op.