Terechte angst

Schrale troost van Barack Obama deze week: het lijkt wel, sprak hij, of de halve wereld in brand staat – Oekraïne, IS, Gaza, de implosie van met Midden-Oosten – maar tijdens de Koude Oorlog was het heus erger. Een hele geruststelling, net als de bemoedigende schouderklopjes in zoveel weldenkende analyses: echt, alles waar wij nu van schrikken, is al eens eerder gebeurd.

Je kunt het broodnodige relativering noemen. Ik noem het bange bezwering. Afstand nemen kan gemakkelijk wegkijken worden. Dan wordt relativering lui relativisme.

Daarom stellen de woorden van Barack Obama niet gerust – hij probeert de angst weg te redeneren, in plaats van iets ertegenover te stellen. Niemand komt er graag voor uit, maar veel mensen zijn bang. Die angst lijkt me reëel, geen hersenspinsel.

De irrationele krachten die het afgelopen decennium nog geriefelijk genegeerd of gemarginaliseerd konden worden, gingen deze zomer ineens frontaal in de aanval – virulent nationalisme, religieus messianisme, krijgersretoriek en geweldverheerlijking, overgoten met een misselijkmakende Orwelliaanse saus – oorlog is vrede, aanval is verdediging, dader is slachtoffer. En alle onaangename waarheden worden natuurlijk afgedaan als jammerlijke leugens, slinkse propaganda van de tegenstander. Alles wat onwelgevallig is, is onderdeel van een complot. Iedereen slacht uit zelfverdediging, dus is niemand meer schuldig.

In 1967 hadden we the summer of love. 2014 heeft die van de haat. Toen eind jaren tachtig de Muur viel, wisten verstandige mensen ook wel dat de geschiedenis niet ten einde was. Maar weinigen voorzagen dat ze op hol zou slaan.

Zowel de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley als het neerschieten van de MH17 zullen in het licht van de wereldgeschiedenis incidenten zijn. Maar nu even zijn het ook symbolen van de radicale verwerping van alles wat we beschaafd en humaan achten. Dat klinkt fraai, en ook wel een beetje hol – maar het kat- en muisspel dat zowel Poetin als IS met het Westen speelt, bestaat juist uit het doelbewust tarten van onze noties van wat verstandig en beschaafd is. Steeds een beetje verder, steeds een beetje brutaler, steeds een beetje harder. Er wordt een spel gespeeld dat geen regels lijkt te hebben.

Het zijn provocaties. Hoe kunnen we ons niet laten provoceren? Twee historische schrikbeelden bepalen, vooral voor wat de Russische agressie betreft, het debat. Het eerste is het slaapwandelaarsscenario, à la 1914: als je retoriek met retoriek beantwoordt, je laat opnaaien door grote woorden, help je mee een wereldbrand te veroorzaken. Het tweede scenario komt uit 1938 – het appeasement-scenario, juist het angstig goedpraten en toegeven aan nietsontziendheid, politiek en radicalisme veroorzaakt de grootse rampen. Je mag zelf kiezen.

Het nieuwe toverwoord is deëscalatie. We zullen zien. Maar wie gelooft dat de bedwelmende ideologische krachten van deze zomer zich laten temmen aan de conferentietafel, of door een antiradicaliseringsprotocol, is niet nuchter, maar naïef. Er is reden genoeg voor angst.