Amerikaans-Brits plan om IS te vernietigen

Een coalitie ander aanvoering van de de Amerikanen en de Britten moet aangaan met de Islamistische Staat. Hoe precies is nog onduidelijk.

Iraakse shi’itische militie viert bij Amerli een overwinning op Islamitische Staat Foto AFP

In de marge van de NAVO-top in Wales zijn de Verenigde Staten en Groot-Brittannië er vrijdag in geslaagd een internationale coalitie te vormen om de „brute en giftige” Islamitische Staat (IS) te vernietigen. Frankrijk, Australië, Canada, Duitsland, Turkije, Italië, Polen en Denemarken zijn bereid politieke en militaire steun te geven aan de strijd tegen de jihadistische vrijstaat in Irak en Syrië.

De Amerikaanse minister John Kerry maakte op een geïmproviseerde bijeenkomst duidelijk dat het doel niet de indamming, maar de vernietiging van IS is. Hij omschreef de beweging als „een ambitieuze, openlijk genocidale, gebied veroverende quasistaat, die graag een kalifaat wil zijn, met een ongeregeld leger. Als we een deel van hun capaciteit intact laten, houden we een kanker op zijn plek die zal terugkomen om ons te kwellen.”

De gevechten op de grond worden overgelaten aan het Iraakse leger, Koerdische strijders en gematigde rebellen in Syrië. De coalitie zal hen ondersteunen met luchtaanvallen, inlichtingen, geld en wapens. „Er is duidelijk een rode lijn voor iedereen hier: geen troepen op de grond”, zei Kerry.

Doelgerichte luchtaanvallen

De Amerikaanse regering wil IS verzwakken met doelgerichte luchtaanvallen. Daarnaast zou het Iraakse leger moeten worden versterkt, evenals de Koerdische peshmerga’s en de gematigde rebellen in Syrië. Waarna er uiteindelijk een politiek verzoeningsproces op gang moet komen. Dit is een hachelijke onderneming die maanden, zo niet jaren kan duren.

Het is nog onduidelijk wat elk land zal bijdragen aan de strijd; vele zullen niet bereid zijn om luchtaanvallen uit te voeren. De Britten en Australiërs zouden speciale operaties kunnen ondersteunen. Voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over twee weken in New York moet er een gedetailleerd plan zijn.

President Obama heeft herhaaldelijk gezegd dat de strijd tegen IS alleen dan succesvol kan zijn als zoveel mogelijk landen in het Midden-Oosten deelnemen aan de coalitie. Jordanië, met sterke tribale banden in het zuiden van Syrië, zou kunnen helpen met het verzamelen van inlichtingen. De Jordaanse koning Abdullah was aanwezig op de NAVO-top in Wales. Turkije kan helpen met scherpe grenscontroles. En Saoedi-Arabië en de Golfstaten kunnen financiële steun geven.

Vooral Syrië vormt een complex probleem in de plannen. De Amerikaanse stafchef Martin Dempsey gaf vorige maand toe dat IS niet verslagen kan worden zonder de beweging ook in Syrië aan te pakken. Maar de Amerikaanse regering heeft nog niet besloten of ze de luchtaanvallen uitbreidt van Irak naar Syrië. Dat is een dilemma, want luchtaanvallen op de jihadisten zullen in het voordeel zijn van de Syrische president Assad, van wie Obama heeft gezegd dat hij het veld moet ruimen.

Wie moet de strijd op de grond in Syrië voeren? Van het gematigde Vrije Syrische Leger is weinig over. Veel brigades zijn overgelopen naar radicalere en effectievere rebellengroepen. Obama heeft in juni het Congres om 500 miljoen dollar gevraagd om de gematigde rebellen in Syrië te trainen en te bewapenen. Dit wordt mogelijk volgende maand goedgekeurd.

De VS hebben al een commandocentrum opgezet in de Jordaanse hoofdstad Amman, van waaruit wapenleveranties, training en logistieke steun voor een selecte groep Syrische rebellen wordt gecoördineerd. Dat stelt vooralsnog niet veel voor. Een rebel die daar is getraind zei in mei tegen het PBS-programma Frontline: „De indruk die ik krijg van de [Amerikaanse] steun is dat ze niet willen dat we het regime daadwerkelijk verslaan, maar ook niet dat het regime ons verslaat.”