Afschrikking is weer een hoofdtaak voor de NAVO

Voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog moet het Westen de mogelijkheid van een militaire confrontatie met Rusland weer serieus onder ogen zien. Dat is een onaangename werkelijkheid, veroorzaakt door de Russische schending van de afspraken over vrede en veiligheid in Europa.

Zonder enig respect voor de soevereiniteit van buurland Oekraïne heeft Rusland eerst de Krim geannexeerd en vervolgens pro-Russische separatisten in andere delen van Oekraïne gesteund in hun strijd tegen het Oekraïense leger. Niet alleen wordt Oekraïne daardoor in zijn bestaan bedreigd. Ook andere landen maken zich steeds grotere zorgen over dit optreden van het Rusland van president Poetin. Bijvoorbeeld omdat zij, net als Oekraïne, aanzienlijke Russische of Russisch sprekende minderheden hebben. Zal Poetin straks ook díé minderheden gewapenderhand ‘bescherming’ komen bieden tegen hun regering?

Sommige van de landen die zich bedreigd voelen zijn (anders dan Oekraïne) lid van de NAVO. Zij verwachten dat het bondgenootschap klaarstaat om hen zo nodig te verdedigen, zoals artikel 5 van het NAVO-Handvest voorschrijft. De afspraak dat een aanval op één lidstaat beschouwd wordt als een aanval op álle lidstaten, is immers de kern van de NAVO. Maar kan de alliantie, als het erop aankomt, die veiligheidsgarantie nakomen?

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 leek die vraag niet erg urgent meer – al zijn landen als Polen en de Baltische landen er nooit gerust op geweest. Maar nu, na de Russische interventies in Oekraïne, moet de NAVO er een overtuigend antwoord op geven om haar geloofwaardigheid te behouden en de lidstaten gerust te stellen.

Tegen die achtergrond hield de NAVO donderdag en vrijdag een top in Wales. De veiligheidssituatie in Europa is fundamenteel veranderd, zei secretaris-generaal Rasmussen dit voorjaar al. Dat vraagt van het bondgenootschap een nieuwe strategie en een nieuwe opstelling ten opzichte van Rusland.

Een terugkeer naar de strategie van de Koude Oorlog moet dat niet zijn. Terecht zegt het bondgenootschap de afspraak niet op die het in 1997 met Rusland maakte over samenwerking en de wederzijdse betrekkingen. Het afbreken van alle relaties, en het trekken van een nieuwe scheidslijn op het Europese continent, moet niet het doel zijn. Met Rusland moet weer een verstandhouding gevonden worden.

Duidelijk is wel dat van partnerschap voorlopig geen sprake meer kan zijn. Vier jaar geleden sloot de NAVO nog een top af met de verklaring samen met Rusland te zullen werken aan een duurzame vrede in het Euro-Atlantische gebied. Nu is het al heel wat als de oorlog in het oosten van Oekraïne bezworen kan worden. Het staakt-het-vuren dat Kiev en de pro-Russische rebellen vrijdag in Minsk overeengekomen zijn, kan daar een bijdrage toe leveren.

Van cruciaal belang voor de stabiliteit in Europa is dat Rusland afgehouden wordt van verdere avonturen. Daarom is het voor de NAVO belangrijk een geloofwaardige afschrikkingsmacht te zijn. Niet omdat het waarschijnlijk, laat staan wenselijk, is dat het tot een directe oorlog met Moskou komt. Maar juist om de kans daarop kleiner te maken en Rusland ervan te doordringen dat de veiligheidsgarantie van de NAVO aan de lidstaten geen dode letter is. Zoals de Amerikaanse president Obama woensdag in Tallinn zei: Estland zal nooit alleen staan. En dat geldt voor alle lidstaten. Wie hun grenzen overschrijdt, vindt de NAVO tegenover zich.

In Wales heeft de NAVO een nieuwe snelle interventiemacht in het leven geroepen, die binnen 48 uur in de Oost-Europese lidstaten in actie kan komen. Ook hebben de staatshoofden en regeringsleiders afgesproken dat ze de trend van bezuinigen op defensie zullen keren. Dat is een begin, maar nog niet genoeg om er gerust op te zijn dat de NAVO haar rol in de nieuwe omstandigheden ook effectief kan spelen. Daarvoor moeten de Europese landen weer strategisch leren denken. Ze moeten meer samenwerken, bij operaties en ook bij de aanschaf van materieel. En ze moeten een wezenlijke bijdrage aan de gemeenschappelijke defensie leveren, en niet op een koopje meeliften met de grote Amerikaanse bondgenoot. Want het gaat om de vrede en veiligheid op ons continent.