Aanraden

Belgen zijn beter gemanierd dan wij. Dat is zo of dat vinden wij zo. Onlangs werd ik mij bewust van een probleem: wat moet je, als je als Belg een chagrijnige zak bent, maar helaas te welgemanierd om daar ten volste uiting aan te geven?

Het is een intern conflict dat ik in actie zag bij een ober in een eetcafé (zie figuur 1), waar het alleen maar druk was omdat alle andere cafés op maandag gesloten waren. Het was voor de ober duidelijk een tegenvaller dat er allemaal mensen zaten die wilden eten, terwijl hij zich nou juist graag had teruggetrokken in het schuurtje om daar kleine dieren te gaan martelen.

Toen ik wilde betalen kon dat niet met een pinpas, en ik was aangewezen op mijn creditcard, waar ik geen pincode bij heb (nee, oké, die heb ik wel, maar die heb ik nooit uit mijn hoofd geleerd). Nu kun je ook je handtekening zetten, maar dat is een extra handeling voor het personeel dus liever doen zij dat niet.

„Ik zou u toch willen áánraden die code op te vragen”, zei hij zuchtend, „dat is veiliger.”

Ach, ‘aanraden’, vooral in combinatie met ‘zouden’ en ‘willen’. Dat is hoe machteloze mensen pogen om bevelen uit te delen.

„Nou, gelukkig kun je meestal betalen met een gewone pinpas”, antwoordde ik, zogenaamd opgeruimd.

„Niet in België”, pingpongde hij terug.

„O, dat is niet míjn ervaring”, zei ik nuffig, hopelijk op een toon waardoor hij de angst zou ontwikkelen dat ik van de Michelingids was. Hij hield zich stil, want tegen iemands ervaring kun je met goed fatsoen niets inbrengen.

Ik zette mijn handtekening, en omdat ik het fatsoenlijke miniruzietje wel zo’n beetje gewonnen had, rondde ik af met een warm: „Dank voor alle extra moeite.”

De man ontplofte bijna, maar dat mocht hij niet van zichzelf. Toch haalde hij diep adem en riep ineens met het volume van een Wagner-opera: „En nog een heel prettige middag verder!!!” Ik werd erdoor naar buiten geblazen.