Willink de wolkenjager

Carel Willink klom soms in zijn dakgoot om luchten boven het Rijksmuseum vast te leggen. Deze foto’s zijn nu gebundeld.

Boven: De lucht boven het Rijksmuseum door Carel Willink gefotografeerd omstreeks 1944. De wolken zijn terug te vinden op het schilderijonder: Gezicht op een stad uit 1944. De wolk in het midden wordt door de weduwe Willink liefkozend ‘het poedelkopje’ genoemd. (Collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen) Beeld uit besproken boek

Het is ongetwijfeld een van de vreemdste fotoboeken van het jaar: Willinks wolken boven het Rijksmuseum. Deze kleine, tweetalige uitgave bevat 39 foto’s van het firmament boven het grootste museum van Amsterdam. Een hemelgewelf vol woelige luchten, onweersluchten en dag-des-oordeelsluchten. Foto’s vol krassen, vieze klodders en geheimzinnige witte vlekken, alsof in de tuin van het Rijksmuseum een ufo aan het landen is. De foto’s zijn bovendien heel zwaar, donker en contrastrijk afgedrukt. De maker zette de werkelijkheid naar zijn hand en was duidelijk niet uit op gezelligheid.

Het boekje zelf is daarentegen een toonbeeld van zorgvuldigheid: een informatieve inleiding, prachtig papier, verfijnd van druk en elegant vormgegeven. Niet vaak wordt iets onaanzienlijks met zoveel egards behandeld.

Willinks wolken boven het Rijksmuseum is een curieuze appendix bij het oeuvre van een van de grootste kunstschilders van Nederland: Carel Willink (1900-1984). Van 1934 tot aan zijn dood woonde en werkte Willink pal tegenover het Rijksmuseum, op de hoek van de Ruysdaelkade. Vanuit zijn atelier klom hij soms in de dakgoot om dreigende luchten boven het Rijksmuseum vast te leggen. Zoals hij ook foto’s maakte van mensen die hij portretteerde, van standbeelden en monumenten die hem intrigeerden, van de tuinen van Versailles en in Artis van een zebra, een miereneter en een maraboe.

Als fotograaf had Willink geen artistieke ambitie. De foto’s dienden als voorstudie voor zijn magisch-realistische schilderijen. Dat de balg van zijn eerste camera lekte en voor lichtvlekken zorgde deerde de schilder daarom niet, net zo min als de krassen en vlekken op zijn negatieven.

De maker en uitgever van het boekje, Willem van Zoetendaal, zag de foto’s van de wolkenluchten zestien jaar geleden bij een bezoek aan Sylvia Willink-Quiël. Het kostte hem wat tijd om Willinks weduwe te overtuigen, maar nu is zijn geduld beloond, en heeft hij een boek kunnen maken van „een halve eeuw Amsterdamse horizon in alle seizoenen”. Eindelijk, concludeert Van Zoetendaal in zijn inleiding, kunnen we nu „meekijken met Willink de wolkenjager”.