Wie is de beste?

Dit weekend worden de prijzen voor de beste cabaretvoorstelling en het grootste cabarettalent uitgereikt. Wat zeggen de nominaties over de staat van het Nederlandse cabaret?

Foto Thinkstock

Wat was de beste grap van het afgelopen cabaretseizoen? Het is een onmogelijke vraag, maar laat me een nominatie doen. In zijn oudejaarsconference ging Theo Maassen in op de discussie over Zwarte Piet. Maassen: „Mensen zeiden: er zijn veel meer mensen die er plezier van hebben dan die er last van hebben... Ja, dat is ook mijn argument voor groepsverkrachting.”

Het is een brutale, ongemakkelijke vergelijking die de lach opwekt. En goed gevonden, want het legt de denkwijze van de tegenstander bloot: dat je de Pieten-discussie zou kunnen beschouwen als een democratisch proces waarbij de meerderheid het voor het zeggen heeft. Met deze grap wordt ook daadwerkelijk een argument onderuitgehaald.

Voor de beste grap van het seizoen zijn geen nominaties en wordt geen prijs uitgereikt. Maassen is met zijn Einde oefening wel een van de genomineerden voor de Poelifinario, voor het „meest indrukwekkende programma” van het jaar, samen met Ali B, Paulien Cornelisse en Erik van Muiswinkel. De prijs wordt zondag uitgereikt tijdens de eerste editie van de Cabaretdagen in Den Bosch. Net als de Neerlands Hoop, die gaat naar „de meest belovende theatermaker(s) met het grootste toekomstperspectief”. Daarvoor zijn genomineerd: Martijn Koning, Katinka Polderman en Emilio Guzman.

Veilig en vertrouwd

Definiëren deze nominaties hoe het gaat met het Nederlands cabaret? En wat ‘goed cabaret’ is? Door maar vier voorstellingen te nomineren lijkt de jury van de Poelifinario het signaal af te geven dat seizoen 2013/2014 een mager jaar was.

Vorig jaar nomineerde de jury zes voorstellingen, met de mededeling dat er nog wel zes bij hadden gekund. En inderdaad, een voorstelling met de sluipende gekte van Wim Helsen of het grappenspervuur van Ronald Goedemondt ontbrak dit jaar node. Maar de top is breder en sterker dan de jury doet voorkomen: zie Claudia de Breij, Sara Kroos en Jeroen van Merwijk.

Maar de brede top verdoezelt het gebrek aan ontwikkeling. Pogingen om grenzen te verleggen zijn te schaars. De Nederlandse cabaretvoorstelling beweegt zich langs een vast patroon: een verhaal met een kop en een staart, dat de worsteling van de authentieke cabaretier met de conformistische wereld bevestigt. Cabaret met een beetje risico, cabaret dat eens iets nieuws probeert of wil ontregelen: daar ontbrak het afgelopen jaar toch aan. Veel is goed gemaakt, maar blijft aan de veilige, vertrouwde kant.

Jan Jaap van der Wal signaleerde vorige week in Het Parool iets soortgelijks toen hij zei: „Het is de taak van een kunstenaar zich steeds opnieuw uit te vinden. In Nederland is cabaret in een mal gedrukt, de grenzen zijn zo ongeveer bepaald. En dat is precies wat ik niet wil.”

Er waren wel uitzonderingen, twee cabaretiers die voorzichtig iets nieuws probeerden. Katinka Polderman bouwde een minitheatertje op het podium waarin ze met vingercamera en poppetjes scènes speelde. Hoogst origineel, maar haar mikpunt van spot, tv-programma De rijdende rechter, prikkelde minder. En Peter van Rooijen van Team Peter voerde gesprekken met een voice-over. Een opwindende aanpak, waarvan hij de theatrale mogelijkheden niet wist uit te buiten. Maar beiden verdienen een luid bravo! voor hun lef.

Jong talent

Als het gaat om de toekomst van het genre, dan was 2013/2014 niettemin een hoopgevend seizoen. Er wordt door de sector wel gesomberd over te weinig speelplekken voor jong talent, maar de realiteit is dat een hele lichting nieuwe cabaretiers zich aandiende. De drie zuinige nominaties voor de Neerlands Hoop weerspiegelen dat maar deels. Dat Katinka Polderman is genomineerd voor deze talentenprijs met nota bene al haar vierde voorstelling is een beetje sneu, want in 2009 kreeg ze ook al een nominatie. Zo’n herhaling maakt de prijs ook nodeloos diffuus. Hoe lang blijf je talent?

Als iemand zo’n duwtje in de rug verdiende dan was het wel debutante Eva Crutzen. Een machtig talent, maar over het hoofd gezien. Martijn Koning, a star to be born, werd gelukkig wel opgemerkt en gaat ongetwijfeld gelauwerd worden. Hij is een rauwe en gewiekste grappenmaker, die zijn teksten met schijnbaar gemak en veel bravoure opvoert – serieuze concurrentie voor Theo Maassen. Zijn Maand van Martijn bevatte talloze oneliners die in je hoofd blijven zitten.

Een voorbeeld van zijn vindingrijkheid is hoe hij zelfs van een uitgekauwd onderwerp als de NS nog iets weet te maken. Koning: „En dan wordt er omgeroepen: ‘Namens de NS wensen we u een go-fuck-yourself. De NS zet middelvingers in. Onze medewerker helpt u naar de dichtstbijzijnde middelvinger.’”