Van tramremise tot bioscoopcomplex

Amsterdam heeft er een nieuwe bioscoop bij. Gisteren opende complex de Filmhallen in West. Negen zalen – en eind dit jaar nog meer cultureel aanbod.

Een van de filmzalen in complex de Filmhallen, dat gisteren opende in West. Foto Rien Zilvold

Sinds gisteren kunnen inwoners van West eindelijk ook in hun eigen buurt naar de film. Met 800 stoelen verdeeld over negen zalen is de Filmhallen, het gloednieuwe filmtheater in de Hannie Dankbaarpassage (te bereiken via Ten Katemarkt en Tollenstraat), een bioscoop van formaat. Onder het gebouw is plaats voor 165 auto’s en 600 fietsen. Een bioscoop ook waar de beenruimte even ruim is als je stoel breed, waar je zowel terecht kunt voor kinder- als arthousefilms, maar waar ook de nieuwste James Bond zal draaien. Maandag beleeft de Nederlandse speelfilm NENA van regisseur Saskia Diesing hier zijn wereldpremière. Alex Rutten, eigenaar van de Filmhallen, die ook al jaren The Movies exploiteert: „Dat zijn precies de dingen waar wij ons mee willen onderscheiden: de identiteit van het gebouw, comfort, kleine en grote zalen en de brede programmering.”

Een nogal ambitieus project: een groot filmtheater, en dan ook nog een stuk buiten het centrum. Maar Rutten zag juist kansen. „West is enorm in trek en had nog geen bioscoop. Er wonen mensen uit alle lagen van de samenleving: van studenten tot gezinnen met kinderen. Door ons brede film- en documentaireaanbod spreken we dit diverse publiek aan.”

De bioscoop maakt deel uit van een groter project: De Hallen, wat het nieuwe sociale en culturele centrum van West moet worden. In het gebouw, de vroegere tramremise, zit straks ook een bibliotheek, een foodcourt en restaurant. De Hallen verbindt het Bellamyplein met de Ten Katemarkt en de Kinkerstraat. Het hele project moet eind november af zijn.

Rutten heeft de historie van het pand meegenomen in de bouw en aankleding van de Filmhallen. Het complex heeft een industriële uitstraling; er staan stationsbanken en er hangt een stationsklok.

Van de negen zalen gingen er gisteravond acht open voor het publiek. Aan de resterende zaal, de Parisienzaal, moet nog het nodige gebeuren. Op dit moment prijkt in deze zaal nog maagdelijk wit stucwerk, maar vanaf 23 oktober moeten bezoekers kunnen genieten van het interieur van Cinema Parisien – het filmtheater dat sinds 1910 op de Nieuwendijk huisde, tot het in 1987 zijn deuren sloot. Het art-deco-interieur werd er destijds uitgehaald en herplaatst in het Filmmuseum in het Vondelpark; toen het Filmmuseum twee jaar terug opging in EYE werden de spullen opgeslagen. Het interieur, dat sinds 2011 op de Werelderfgoedlijst staat, komt nu in de Filmhallen terecht. Het publiek is volgens Rutten erg geïnteresseerd. „Tijdens de verbouwing liep iedereen naar binnen voor de Parisienzaal.”

Het wordt nog een hele klus om de deadline te halen, beaamt hij: het interieur is in slechte conditie. „Misschien gaan ze het nog restaureren, maar ik ga ervan uit dat het goed komt.”

De Parisienzaal zal in meer opzichten afwijken van de rest. „De programmering is in handen van EYE. Zij hebben een prachtig archief en kunnen een onderscheidend programma neerzetten.” Een welkome toevoeging ook, vertelt Rutten, want nu is er voor hemzelf weer een zaal minder om te programmeren. „Ik had liever zes zalen gehad, maar het bestemmingsplan lag al vast en ik kon niks meer veranderen.” Hij besloot van de nood een deugd te maken. „Negen zalen heb je zo gevuld met een filmfestival, daar zijn we druk mee bezig. We praten al met meerdere partijen en misschien beginnen we ook een eigen festival.”