Rentebeleid ECB moet met Duits geld worden gesteund

President Mario Draghi van de Europese Centrale Bank, de ECB, is aan het eind van zijn latijn. De ECB verraste gisteren beleggers en burgers met een nieuwe, laatste verlaging van de rente naar 0,05 procent. Niemand die nu het beleid bepaalt bij centrale banken en op ministeries van Financiën en Economische Zaken heeft eerder zulke lage rentestanden gezien.

De onorthodoxe lage rente gaat hand in hand met twee nieuwe concrete beleidsmaatregelen die Draghi eerder in het vooruitzicht had gesteld. De ECB gaat leningen opkopen. Gesproken wordt over 1.000 miljard euro. En de ECB hoopt dat een nieuwe, specifieke regeling die Europese banken moet stimuleren hun kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf uit te breiden, over een aantal kwartalen effect zal sorteren. De ECB wil banken duidelijk maken dat zij de financiële economie van het soepele geldbeleid nu moeten benutten, om hun onmisbare functie te vervullen als financier van de reële economie van bedrijven, banen en groei.

Over de maatregelen van de ECB bestaat in de bestuursraad geen unanimiteit, zei Draghi gisteren. Toch moet het. Het effect was gisteren meteen zichtbaar: beurzen omhoog, euro omlaag. Dat laatste verbetert de Europese exportpositie. Maar hiermee houdt de invloed van de ECB wel op.

Het onorthodoxe beleid maakt duidelijk dat het politieke optimisme dat de crisis achter ons ligt, volstrekt voorbarig is. Na het bijna- bankroet van het geldsysteem eind 2008 en de daaropvolgende economische krimp waarschuwden economische historici dat de gezondmaking na een crisis van deze omvang, vol hoge schulden van huishoudens en opgeblazen vastgoedprijzen, vijf tot tien jaar duurt. Europa is nu halverwege en regeringsleiders moeten beseffen dat het beleid van de ECB een dringende, zo niet dwingende oproep aan hen is om twee dingen te doen die ook onorthodox zijn.

Álle Europese landen zullen hun diensten- en arbeidsmarkten, moeten hervormen en saneren, inclusief hogere pensioenleeftijden. Tegelijkertijd moeten zij beseffen dat Draghi’s maatregelen niet hun doel bereiken als zij in hun nationale begrotingsbeleid tegen elkaar in blijven werken. In de context van gezamenlijk Europees beleid hebben Frankrijk en Italië geen vrijbrief om excessieve begrotingstekorten te handhaven en hun economie te stimuleren zonder prompte hervormingen. Maar Duitsland heeft evenmin een vrijbrief om met een begrotingsoverschot de Europese economie te remmen. Draghi schept de kansen, maar die kansen blijven niet eindeloos bestaan. Een gecoördineerd Europees begrotings- én hervormingsbeleid is het enige antwoord.