Leuk streven, maar mannen wíllen het niet. Niet echt

Foto iStock

Tomtom, het technologiebedrijf, benoemde op zijn laatste aandeelhoudersvergadering twee vrouwen in de raad van commissarissen. Mediabedrijf TMG deed hetzelfde, verwijzend naar de wetgeving dat grote ondernemingen moeten streven naar tenminste 30 procent vrouwen in hun raad van commissarissen.

Tomtom voldoet ondanks de benoemingen nét niet aan de norm (29 procent), blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vrouwen in topposities bij beursgenoteerde bedrijven, de Female Board Index, die hoogleraar Mijntje Lückeraadt (Tias) samenstelt. TMG voldoet wel: twee vrouwen in een gekrompen raad van commissarissen.

Uit die index blijkt ook dat hoewel er in raden van commissarissen wél steeds meer vrouwen worden benoemd, er in de bestuurskamers nauwelijks vrouwen bijkomen.

Is dit typisch Nederlands? Is er een verklaring?

Vijver voor commissarissen is groter dan voor bestuurders

Allereerst is de talent- en expertisevijver voor commissarissen veel groter dan voor bestuurders. Een commissaris moet toezicht kunnen houden, specifieke kennis of algemene ervaring hebben en een relatienetwerk.

Zeker zo belangrijk voor de ranglijst is dat raden van commissarissen zeker vijf tot zeven leden hebben, terwijl de raad van bestuur bij steeds meer bedrijven wordt ingekrompen tot twee: de baas, ook wel bekend als de chief executive officer, en een financieel directeur.

Steeds vaker is er dan ook een directiecomité, met de twee bestuurders en een stuk of wat ‘gewone’ directeuren. Het gevolg van deze tendens is: een bedrijf voldoet in één keer aan de nieuwe norm met één benoeming (50 procent), of voldoet niet. Met twee vrouwen en drie mannen in een vijfhoofdig directiecomité val je buiten de boot als twee van die drie mannen de raad van bestuur vormen. Maar het gunstige effect is wel aanzienlijk: meer diversiteit in de top.

Stijl van leiderschap

De werkelijke reden voor de ondervertegenwoordiging in de échte top ligt, uiteraard, dieper. Twee totaal verschillende onderzoeken onderstrepen dat. De eerste is een recent artikel in de McKinsey Quarterly, een kwartaaluitgave van het gelijknamige adviesbureau. McKinsey peilde de opvattingen van 1.421 internationale managers.

En wat blijkt?

Ja, vrouwen worden gehinderd door de stijl van leiderschap die van topmanagers wordt verwacht en door de prestatienormen. Maar mannen betwijfelen ook of het werkelijk zo is dat vrouwen meer moeite moeten doen om de top bereiken. Gevolg: programma’s om meer vrouwen te benoemen in hogere functies bekijken mannen met enig wantrouwen en met scepsis.

Maar er is meer. Mannen denken eerder dat juist die diversiteits-aanmoedigingen voor vrouwen oneerlijk zijn tegenover mannen. “Tenslotte”, schrijven de McKinsey-adviseurs in hun artikel, blijkt

“Dat vrijwel alle ondervraagde mannelijke en vrouwelijke managers in meer of mindere mate beamen dat vrouwen net zulke effectieve leiders zijn als mannen, maar mannen zijn daarvan lang niet zo sterk overtuigd als vrouwen.”

Vrouwen hebben toch al gelijke kansen?

Niet alleen internationale managers blijken dus hun twijfels te hebben. Kijk naar de uitkomsten van onderzoek onder een compleet andere groep, namelijk de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder. Deze cijfers komen uit de Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2012. Duidelijk meer mannen dan vrouwen vinden dat vrouwen gelijke kansen hebben op topfuncties, duidelijk meer vrouwen dan mannen vinden het goede zaak als de volgende minister-president een vrouw is, enzovoort.

De uitkomsten van de onderzoeken van McKinsey en het SCP onder totaal verschillende groepen wijzen in dezelfde richting. Het zal best zo zijn dat het gemakkelijker is om geschikte vrouwen als commissaris te rekruteren. En zeker dat het meer tijd en inspanning kost om vrouwen in topfuncties te benoemen. Maar de uitkomsten suggereren ook dat mannen geen carrièrekansen en macht willen afstaan en dat daar vanuit de samenleving ook geen intense steun voor is.