Je kan ook te ver gaan in de aanpak van jihadgangers

Het kabinet wil jihadgangers kunnen dwarszitten. Maar de Tweede Kamer vond gisteren niet alle maatregelen gepast.

Wat kan een kabinet eigenlijk doen tegen radicaliserende jongeren? Hoe moeten bestuurders omgaan met juichende jongeren die zwaaien met IS-vlaggen, met Nederlanders die filmpjes van onthoofdingen liken op Facebook? En met Nederlandse jihadstrijders die naar Irak of Syrië afreizen?

Gisteren sprak de Tweede Kamer de hele dag over de aanpak van jihadisme in Nederland, met minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en minister Lodewijk Asscher (Integratie, PvdA). Zij presenteerden vorige week een lijst van 38 maatregelen. Die moeten de aanwas van de jihadistische beweging in Nederland tegengaan en de voedingsbodem voor radicalisme verminderen.

De vijf meest besproken plannen:

1 Verlies van Nederlanderschap

Minister Opstelten wil dat jihadgangers met een dubbele nationaliteit die zich bij een terroristische organisatie hebben aangesloten, hun Nederlandse staatsburgerschap kwijtraken. De minister wil dat zelf en zonder tussenkomst van de rechter kunnen bepalen, zodat jihadreizigers hun Nederlandse nationaliteit kwijt zijn vóórdat ze naar Nederland kunnen terugkeren. Kritiek van vooral SP, D66 en GroenLinks viel Opstelten ten deel omdat hij zonder oordeel van een rechter Nederlanders hun staatsburgerschap wil afnemen. Daar kwamen zijn verwarrende uitleg en rommelige definitie van de nieuwe wet bij. Hij moest de Kamer een brief met uitleg toezeggen, omdat de onduidelijkheid maar bleef bestaan.

Werkt zo’n maatregel niet contraproductief bij het tegengaan van terreur, vroeg GroenLinks-leider Bram van Ojik zich bovendien af: „Als iemand lid is van een terroristische organisatie, moet je hem niet het Nederlanderschap ontnemen, maar ervoor zorgen dat hij geen terroristische aanslagen kan plegen, waar dan ook ter wereld.”

Coalitiepartij PvdA steunt het voorstel van Opstelten. Al noemde fractievoorzitter Diederik Samsom het „vergaand” en benadrukte hij dat de gang naar de rechter open staat – achteraf.

2 Stel verheerlijking van jihad en geweld strafbaar

Niet het kabinet, maar CDA-leider Sybrand van Haersma Buma kwam met het plan om verheerlijken van geweld en terreur strafbaar te stellen. Het idee is niet nieuw binnen het CDA. Piet Hein Donner probeerde het in 2005 ook door te voeren, in zijn tijd als minister van Binnenlandse Zaken.

Van Haersma Buma vond in de Kamer amper steun. Toen en nu was de belangrijkste kritiek dat rechters te lastig kunnen vaststellen wanneer concreet sprake is van verheerlijking. D66, SP en GroenLinks en zelfs minister Opstelten noemden Buma’s voorstel een vorm van ‘gedachtepolitie’, omdat het strafbare feit niet alleen een directe oproep tot geweld hoeft te betreffen, maar ook om „de gedachte erachter” kan gaan.

3 Opslag vluchtgegevens

Minister Opstelten wilde het graag: alle reserverings- en incheckgegevens van vliegtuigpassagiers opslaan, om de jihadreizigers eruit te kunnen pikken.

Geen proportionele maatregel, vindt de Tweede Kamer. Ook Opsteltens eigen VVD is ertegen. Dus trok de minister zijn oorspronkelijke plan in. Hij gaat alleen beter gebruikmaken van een al bestaande lijst, zei hij, een beperkte variant waar ongeveer 130 jihadisten en de zwaarste criminelen op staan.

4 Een nieuw expertisecentrum

Een nieuw op te richten expertisecentrum moet radicalisering en maatschappelijke spanningen volgen. Het moet gemeenten praktische ondersteuning gaan bieden als die vragen hebben over hoe ze extremistische burgers tegemoet kunnen treden.

Tegelijk heeft het kabinet dit jaar de subsidie ingetrokken voor Forum, een kennisinstituut voor multiculturele vraagstukken met juist die zaken als kerntaak. Jojobeleid, concludeerde Alexander Pechtold (D66).

5 Maatregelen tegen teruggekeerde jihadstrijders

Het kabinet wil maatregelen kunnen nemen tegen ‘terugkeerders’ uit Syrië of Irak, om ronselen in of radicalisering van hun omgeving tegen te gaan. De ministers noemen zaken als meldplicht, contactverboden of meewerken aan verhuizen. Veel duidelijker dan dit werd het niet. GroenLinkser Bram van Ojik vroeg zich af of het kabinet niet juist „het gevaar loopt dat mensen er nog radicaler van worden”. Die vraag bleef onbeantwoord.

Ook de achterliggende vraag van fractievoorzitters – hoe is het mogelijk dat jongeren ontsporen en radicaliseren, en wat moeten we doen om dat te voorkomen? – lieten de twee bewindspersonen gisteren grotendeels liggen.

Vicepremier Lodewijk Asscher zei wel dat „het op de lange termijn een belangrijke opgave is om de voedingsbodem weg te nemen en om mensen weerbaar te maken”. Een analyse van de aantrekkingskracht van die gewelddadige extremistische jihad voor jongeren ontbrak. „Het blijft ook in dit debat zoeken”, concludeerde minister Opstelten monter.