Jane Eyre: feministe zonder pardon

Met open mond heeft Bas Heijne de knappe nieuwe vertaling van Jane Eyre gelezen. Een subversieve roman, waarin Charlotte Brontë het romantische realistisch maakt en het realistische romantisch.

TekeningPaul van der Steen

Dat de Engelse klassieker Jane Eyre (1847) door opname in de Perpetua-reeks een gloednieuwe vertaling krijgt, is mooi – maar behoort het boek werkelijk tot het beste van de wereldliteratuur? Zo’n keuze van honderd boeken is per definitie arbitrair, en wat maakt het uit, zolang het maar een prachtig verzorgde reeks meesterwerken oplevert. Maar de keuze voor Jane Eyre wordt omstreden wanneer een technisch superieure roman als Henry James’ The Portrait of a Lady daardoor buiten de boot vallen. Want terwijl Emily Brontës Wuthering Heights (eveneens 1847) een rauw en duister liefdesdrama is dat je nog altijd bij de strot grijpt, leunt de roman van haar meer wereldse zuster op-

zichtig aan tegen een literair subgenre – de zogenaamde Gothic Novel.

Alle melodramatische elementen zijn aanwezig: een weesmeisje dat als Assepoester wordt behandeld in een wreed pleeggezin, een hardvochtig regime op een kostschool, een betrekking als gouvernante in een spookhuis, een Byron-achtige landheer, die ruw is maar – heel gek – toch onweerstaanbaar, vreemde kreten in de nacht, een op het laatste moment verstoord huwelijk, de onthulling van een gruwelijk geheim, een redding op het laatste moment, een onverwachte erfenis, en zo nog even verder.

Aan het einde van de roman wordt de deugd beloond – Engelse, Victoriaanse deugd, want alles uit het buitenland in deze roman is of hopeloos frivool, zoals Adèle, het ‘pleegkind’ van Rochester en zijn Franse maîtresse, of buitengewoon ontaard, zoals Rochesters losbandige Creoolse eerste vrouw. Qua intrige komt in deze roman veel domweg uit de lucht vallen – het huisje waar een uitgehongerde, halfdode Jane midden in de nacht aanklopt, blijkt, zo wordt later onthuld, vol onbekende familieleden – met een hart van goud natuurlijk. Het romantische schema van de roman, arm meisje verovert rijke man door haar deugdelijkheid en geneest hem van zijn zondige, losbandige neigingen, behoort sinds jaar en dag tot het Bouquet-genre. Tijdgenoten van Brontë die zich van hetzelfde narratieve bordkarton bedienden, zijn we allang vergeten.

Na het voorafgaande klinkt het misschien wat vreemd als ik beken dat ik Jane Eyre grotendeels met open mond herlezen heb (de eerste keer was lang geleden). Wat maakt deze roman, ondanks alle vertelconventies, toch bijzonder?

Wat me bij het lezen van de knappe, strakke vertaling van Babet Mossel voor het eerst opviel, is hoe werkelijk subversief de roman is. Charlotte Brontë blaast de Gothic Novel en de damesroman als het ware van binnenuit op. Dat doet ze door de clichématige scènes die bij het genre horen, te bevolken met bij uitstek realistische personages, met emoties die allesbehalve clichématig zijn.

Onaantrekkelijk

Ten eerste zijn de hoofdpersonen in deze liefdesgeschiedenis uitgesproken lelijk. Talloze malen wordt er door de mensen die Jane tegenkomt, en door haarzelf wanneer ze in de spiegel kijkt, keihard op gewezen dat de achttienjarige Jane jammerlijk onaantrekkelijk is. Rochester, haar grote, alles verzengende liefde, is niet om aan te zien. Anders dan Lord Byron, wiens klompvoet een gebrek was die zijn prachtige verschijning alleen maar aantrekkelijker maakte, is het uiterlijk van Rochester, met zijn zwarte wenkbrauwen en knoestige kop, voor veel vrouwen in de roman gewoon een afknapper; en na de catastrofe die hem treft op Thornfield, is hij zelfs mismaakt en hulpbehoevend.

Uiterlijk spiegelt innerlijk, in de zin dat Jane in haar leven niets cadeau krijgt. De verweesdheid van het meisje, dat beide ouders op jonge leeftijd verloren heeft, groeit in de roman uit tot een metafoor van een vrouw die in alle opzichten haar eigen leven moet vormgeven. Haar instinctieve opstandigheid, eerst in haar gruwelijke pleeggezin, daarna op haar strenge kostschool, gaat precies daarover: het bevechten van autonomie, zowel in persoonlijk als maatschappelijk opzicht.

Ook de uiteindelijke overgave aan de liefde voor een man, gebeurt op haar voorwaarden. Die houding is feministisch zonder pardon; de innerlijke drang van Jane om zichzelf als vrouw te verwezenlijken, kan maatschappelijk niet zonder consequenties blijven: ‘Vrouwen worden algemeen geacht heel rustig te zijn, maar vrouwen hebben dezelfde gevoelens als mannen; zij hebben evenzeer de behoefte hun mogelijkheden te ontplooien en in praktijk te brengen als hun broeders; zij lijden precies zo onder de strakke beknotting, te volledige stilstand als mannen; en het duidt op bekrompenheid wanneer hun meer bevoorrechte medemensen beweren dat zij zich maar moeten beperken tot pasteitjes maken en kousen breien, pianospelen en beursjes borduren.’

Boezemvriendin

Go, girl! Alleen al door dit soort passages heeft Jane Eyre al vroeg de aandacht getrokken van de feministische literatuurkritiek. Maar Jane Eyre is meer dan Uncle Tom’s Cabin voor vrouwen. Jane Eyre is een heldin die de melodramatische situaties waarin ze belandt, steeds tegemoet treedt met een verbluffend bewustzijn. Er zijn tal van voorbeelden te geven – bijvoorbeeld de passage waarin het meisje Jane hoort dat haar boezemvriendin op kostschool op sterven ligt: ‘voor het eerst zag [mijn geest], na een snelle blik achter zich, opzij en voor zich, overal rondom een onmetelijke afgrond; hij was zich bewust van dat ene punt waar hij stond – het heden; al het andere was vormeloze nevel en ledige diepte.’

Iedere voorstelling wordt in deze roman getoetst aan Jane’s bewustzijn. Rochester dient zich aan als een romantische held, maar blijkt gewoon een lastige, hulpbehoevende man, gered door zelfspot en zelfinzicht – en zo heeft ze hem veel liever. Jane’s nieuw ontdekte neef, St John Rivers lijkt een bevlogen christen, die zichzelf opoffert voor een betere wereld, maar hij wordt door Jane afgewezen wanneer ze ziet dat hij de gevoelens van anderen ondergeschikt maakt aan zijn idealisme – hij blijkt een hardvochtige egoïst.

Brontë maakt het romantische realistisch, en het realistische romantisch – dat moet het geheim van de blijvende populariteit van haar bekendste roman zijn. Meer dan alleen een vroeg-feministisch traktaat is Jane Eyre een zoektocht naar authenticiteit in een samenleving die van onechtheid aan elkaar hangt. Wanneer je je eigen leven moet maken, kun je jezelf gemakkelijk verliezen in schijn – heel de wereld nodigt je daartoe uit. Wie kan zeggen dat hij een authentiek leven leidt? Het staketsel van deze roman mag uit clichés en melodrama bestaan, de schrijfster plaatst daar een compleet zelfstandige heldin tegenover. Dat maakt het tot zowel een brave als een door-en-door anarchistische roman.