Ik dacht: dit is mijn einde. Er is niets meer te vrezen

Op wonderbaarlijke wijze overleefde Ali Kadhim de massa-executie van honderden militairen in Irak.

Ali Hussein Kadhim overleefde een executie van IS en zit nu werkloos thuis. „Ik ga me met mijn boomgaard bezighouden.” Foto Bryan Denton/The New York Times

„Dat ben ik”, zegt Ali Hussein Kadhim terwijl hij naar videobeelden van een veld met lijken kijkt. Jonge Iraakse militairen in burger liggen gekneveld in het zand, een schotwond in het hoofd. De 23-jarige soldaat overleefde op wonderbaarlijke wijze een massa-executie van honderden militairen in Tikrit door strijders van de Islamitische Staat.

Hij doet zijn verhaal in een videoreportage van The New York Times. Nadat de jihadisten op 11 juni Tikrit hadden veroverd op het regeringsleger, werd Kadhim samen met zijn collega’s afgevoerd naar een oud paleis van Saddam Hussein dat aan de rivier de Tigris ligt.

„Een, twee, drie. Ik was de vierde in de rij”, zegt hij. „Toen ik me omdraaide zag ik dat de eerste door zijn hoofd werd geschoten. Het bloed spatte op. Ik dacht: dit is mijn einde, er is niets meer te vrezen. Maar toen dacht ik aan mijn familie. Dat was een erg moeilijk moment.”

Ook de tweede en de derde persoon werden doodgeschoten. Nu was het Ali’s beurt. „Hij schoot, ik zweer het. Maar ik weet niet waar de kogel heen ging.” Toen zijn collega’s levenloos op de grond vielen, liet Kadhim zich ook vallen. Hij hield zich dood. „Mijn mond lag open, onder het bloed, overal liepen vliegen.”

Kadhim is een van de weinige overlevenden. Zijn verhaal is onderdeel van een rapport dat Human Rights Watch deze week publiceerde over het bloedbad. De mensenrechtenorganisatie vond nieuwe massagraven en concludeert dat het dodental drie keer zo hoog ligt dan eerder gedacht. Tussen de 560 en 770 soldaten – veelal shi’itische moslims – zijn standrechtelijk geëxecuteerd door de radicale sunnieten van de Islamitische Staat. Die zien hen als afvalligen.

Eten van wurmen

Toen het donker werd, wist Kadhim te ontsnappen. Maar het gebied was in handen van de Islamitische Staat, dat op de ene oever van de Tigris een basis had. Hij besloot dat hij de andere oever moest bereiken. Drie dagen lang verstopte hij zich – hij hield zichzelf in leven met het eten van wurmen – tot hij erin slaagde tegen de sterke stroming in de rivier over te zwemmen.

Aan de overkant werd hij opgevangen door de lokale boeren – sunnieten – die hem nog eens drie dagen lang verborgen voor de jihadisten, tot hij uit de stad kon wegglippen. „Het waren eerbare sunnieten”, zegt Ali. „Geen mensen die doen alsof.”

De getuigenis van Kadhim en het HRW-rapport passen in het patroon van bruut geweld, waarvan de Islamitische Staat zijn handelsmerk heeft gemaakt. Die wrede reputatie zorgde ervoor dat mannen als Kadhim bij de komst van IS hun uniform uittrokken nog voor er een schot was gelost. „We wisten dat IS eraan kwam”, zegt Kadhim. „Het moreel was erg laag. We hebben burgerkleren aangetrokken en we hebben de kazerne verlaten.”

HRW zegt dat het vijf plekken in Tikrit heeft geïdentificeerd waar massa-executies hebben plaatsgevonden. Uit beelden van de Islamitische Staat zelf blijkt dat de slachtoffers met bulldozers in massagraven zijn begraven.

Het Iraakse regeringsleger is de voorbije dagen een tegenoffensief begonnen om Tikrit, de geboortestad van Saddam Hussein, te heroveren op de Islamitische Staat. Het leger zou al zijn opgerukt tot in de buitenwijken en doelen in de stad zelf bestoken met artillerie en mortiergranaten.

Eerder werd de Islamitische Staat al verdreven uit de steden Suleiman Beg en Amerli. Dat was mogelijk dankzij samenwerking tussen het regeringsleger, de Koerdische peshmerga’s en shi’itische milities van ervaren vrijwilligers. Daarbij hadden Amerikaanse luchtaanvallen de posities van de Islamitische Staat verzwakt. Maar de verwachting is dat de jihadisten het veroverde terrein niet zonder slag of stoot zullen opgeven.

Omdat het Iraakse leger sterk is verzwakt door corruptie en incompetentie, mikken westerse landen vooral op het bewapenen van de Koerdische peshmerga’s in de strijd tegen IS. Groot-Brittannië zei gisteren dat het ook rechtstreeks wapens gaat leveren aan de Koerden. De VS, Frankrijk, Italië, Australië en andere landen namen die beslissing al eerder. Nederland beperkt zich voorlopig tot het leveren van helmen en kogelwerende vesten.

Volgens Peter Bouckaert van Human Rights Watch is „de barbaarsheid van de Islamitische Staat een schending van het internationaal recht en een affront voor ieders geweten”. De VN hebben een onderzoek geëist naar de misdrijven in Tikrit.

Dat zal weinig indruk maken op de jihadisten. Anders dan bij schendingen van de mensenrechten door traditionele staten ontkent IS de aantijgingen allerminst. Integendeel, Islamitische Staat claimt dat het veel méér shi’itische militairen heeft geëxecuteerd dan HRW zegt: maar liefst 1.700.

Killing fields

Eerder deze week kwam Amnesty International al met een rapport waarin het IS beschuldigt van „systematische etnische zuivering” in het noorden van Irak. Amnesty zegt bewijzen te hebben dat in augustus vele massamoorden plaatsvonden in de regio Sinjar, waar veel yezidi’s wonen. Tientallen mannen en jongens zouden in trucks zijn opgehaald en buiten hun dorpen zijn geëxecuteerd.

De Islamitische Staat heeft „het platteland van Sinjar veranderd in killing fields”, aldus Amnesty, waarmee de organisatie verwijst naar de massamoorden in Cambodja eind jaren zeventig door de Rode Khmer. Ook zouden „honderden, misschien wel duizenden” vrouwen en kinderen uit minderheidsgroepen zijn ontvoerd.

Ali Hussein Kadhim is inmiddels terug thuis in Diwaniya, in shi’itisch gebied. Van het leger kreeg hij een bonus van zo’n 300 euro, de helft van zijn maandsalaris als soldaat. Maar naar het leger wil Kadhim niet terug. „Ik ben werkloos nu; ik ga mij wat met de boomgaard bezighouden.”