Column

Het lijden van Malwina van de slachthuizen

Malwina in ‘Meisjes van de Vleesfabriek’.

Ook al heb je het relaas van Arthur Gotlieb, de modelambtenaar die door de Nederlandse Zorgautoriteit werd vermorzeld, ademloos in de krant gelezen, het werkt toch anders als je in Zembla (VARA) de bijbehorende beelden en geluiden ziet: foto's van personeelsuitjes, getuigenissen van ex-collega’s, de stem van een unit manager in een prutserig beoordelingsgesprek.

Juist wegens dat „indringende karakter”, dat film en televisie vaak wordt toegeschreven, moet je altijd uiterst voorzichtig zijn met het gebruik ervan. Maar als je het als maker zorgvuldig doseert, dan is het effect vele malen groter.

Zo weten we dat Polen in ons land slecht betaald worden om werk te doen dat hier niemand meer wil. Je ziet het echter zelden, zeker niet in zo’n voortreffelijk gemaakt beeldverslag als Meisjes van de Vleesfabriek (AVROTROS). Voor de zekerheid wordt de productie „van de makers van EenVandaag” aangekondigd als een reportage, maar wat mij betreft is het een echte documentaire: lang aan gewerkt, duurzame relatie met de hoofdpersonen, hecht gestructureerd en heel bewust vormgegeven door regisseur Simone Timmer.

Zij volgde drie jonge Poolse vrouwen die in de Nederlandse vleesindustrie werken en kreeg zelfs toestemming om in een varkensslachterij in Boxtel te filmen. Malwina (21) verdient 1.250 euro in de maand voor lange dagen. Het grootste deel stuurt ze naar haar familie op het Poolse platteland. Met de feestdagen zien we haar daar aan tafel voor het eerst vertellen hoe zwaar het werk haar valt. Aan het begin van de film laat ze de regisseur ruiken hoe haar armen stinken. Varkensvlees eten, dat doet ze nooit meer.

Dorota (19) houdt het niet meer vol in de vleeswarenfabriek en gaat gitaar spelen op straat. De iets oudere Justyna is dolblij met een jaarcontract in de kippenslachterij, in plaats van voor de komende drie maanden. Dan kan ze eindelijk haar bed in het Poolse bungalowpark in Uddel (82 euro in de week) verruilen voor een eigen kamer. De vader van Justyna was ook al gastarbeider, in Noorwegen. Hij kwam om het leven bij een brand, onder nauwelijks opgehelderde omstandigheden.

Timmer trekt alle middelen uit de kast om ons sensorisch te laten ervaren hoe het is om zes dagen in de week om vier uur op te staan. De lopende band met varkenskarkassen wordt begeleid door steeds weerkerende, mechanische muziek. Het ergst is nog de ontmenselijking van de werkers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. In onze samenleving moet je wel heel arm zijn om je dat te laten welgevallen. Heel sterk eindigt de film in de Poolse disco in het Brabantse dorp Loosbroek. Daar kun je jezelf zijn en weer mens worden. Iedereen rookt zich een ongeluk.

Uit de schoot van een actualiteitenrubriek komt soms een verslaggever voort die een documentairemaker wordt, zoals Geertjan Lassche van voorheen Netwerk (EO). Je herkent dat soort talent aan de behoefte om direct na afloop de documentaire opnieuw te willen bekijken. Dus genoteerd: Simone Timmer, afgestudeerd fotograaf aan de Rietveld Academie en al tien jaar redacteur van EenVandaag zonder speciaal op te vallen. Maar nu wel.