Geweldsporno? Dimitri Verhulst vindt de term om twee redenen ‘pijnlijk’

Dimitri Verhulst Foto ANP

Dimitri Verhulst is geen schrijver die ‘zwarte balkjes op de werkelijkheid zet’. Maar de suggestie dat hij zich te goed zou doen aan ‘geweldsporno’, noemt hij vandaag in een interview met NRC Handelsblad ‘pijnlijk’.

Boekenredacteur Arjen Fortuin uitte vorige week vrijdag in een recensie in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad kritiek op het tweede deel van Kaddisj voor een kut, de nieuwe roman van Verhulst. In dat tweede deel, ‘De aankomst in de bleke morgen’, wordt op plastische wijze de moord op een jongetje en een meisje beschreven. ‘Geweldsporno’, schreef Fortuin. Die door Verhulst ook nog eens te ver wordt doorgevoerd:

‘Als de geweldsporno tot deze paar zinnen beperkt was gebleven, dan kon je misschien doen alsof je er overheen had gelezen. Maar de moord op het meisje wordt door Verhulst later tot in details uit de doeken gedaan - waarna het effectbejag een dieptepunt bereikt wanneer het jongetje zijn ‘slapende’ zusje probeert wakker te krijgen.’

Pijnlijk

Verhulst, die zijn passage over de kindermoord op een waargebeurd verhaal baseerde, noemt de term geweldporno ‘pijnlijk voor de werkelijkheid’:

“Hier is een recensent aan het woord die met zijn kop onder de dekens kruipt om het allemaal niet te hoeven zien en noemt het dan effectbejag. Man, je zou eens moeten weten, denk ik dan. Ik heb nota bene de moord op het jongetje niet beschreven, terwijl hij gruwelijker is vermoord dan zijn zusje. Ik schrijf alleen dat hij een mes in zijn rug krijgt. Hoe het het baby’tje is vergaan toon ik wel, omdat die moord tamelijk steriel is: je legt een baby neer en gaat er op zitten. Uit de officiële stukken blijkt dat het ventje een lange doodstrijd had, maar ik heb dat niet opgeschreven. Ik zie de geweldsporno dus echt niet, het spijt me. Het jongetje heeft vanwege de pijn zo hard in zijn moeder geknepen dat ze achteraf klaagde dat ze onder de blauwe plekken zat. Dát is geweldsporno, toch? En dat beschrijf ik niet.”

De term is volgens Verhulst ook niet zozeer pijnlijk voor hem als schrijver, maar voor de mensen die in een instelling zitten:

“Hun handelen wordt op die manier te hard weggezet. Voor geweldsporno in de literatuur moet je bij Bret Easton Ellis of Markies de Sade zijn, niet bij mij. Normaal zou ik gaan twijfelen bij zo’n recensie, maar nu niet. Mijn zelfkritiek is voldoende ontwikkeld om te weten dat ik blij mag zijn met dit boek.”

Vanmiddag staat in NRC Boeken een uitgebreid en exclusief interview van boekenredacteur Toef Jaeger met Dimitri Verhulst.