Een liberaal imago is alles voor Edith Schippers

Edith Schippers

Wat is er met de minister van Volksgezondheid? Anders zo doortastend, deze week tweemaal in het defensief.

Door Derk Stokmans en Frederiek Weeda

Foto’s ANP, Thinkstock, Bewerking Fotodiens NRC

Het viel op. Minister Edith Schippers was dinsdag niet bij de presentatie van het kritische rapport van de commissie-Borstlap. Haar ministerie, schreef de commissie, had zich te veel bemoeid met de zorgautoriteit NZa, op manieren „die schuren” langs de wet, zodanig dat het ministerie „de schijn van ongerechtvaardigde inmenging” wekte.

Haar afwezigheid werd afkeurend ontvangen. Ze had de commissie zelf ingesteld nadat Arthur Gotlieb, klokkenluider bij de NZa, zelfmoord had gepleegd. Een „verbouwereerde” Renske Leijten, Kamerlid voor de SP: „De familie liep daar rond. Schippers duikt.” Maar het was de commissie zelf die Schippers had gevraagd niet te komen.

Dat zo’n detail zo opvalt, tekent de situatie van de minister. Ze zit in het defensief.

En dat voelt ze zelf ook, bleek uit een persbericht waarin ze een ferme draai gaf aan de kritiek van de commissie. De NZa en haar ministerie van Volksgezondheid „handelen volgens geldende verantwoordelijkheidsverdeling”, zo begon het. Aan een lange rij misstanden in het personeels- en privacybeleid bij de NZa, die de commissie ook meldde, maakte Schippers weinig woorden vuil.

Het was niet de eerste defensieve manoeuvre van Schippers deze week. Op maandag liet ze weten dat niet zij, maar haar voorganger Ab Klink, in 2009 een „onterechte” financiële garantie aan het Rotterdamse Erasmusziekenhuis had verleend en dat dit waarschijnlijk „niet in overeenstemming met de regels” was gebeurd. Ook dat leek een poging een onwelgevallige onthulling te neutraliseren.

Veel leverde het pr-offensief haar overigens niet op. Wel ergernis bij de Tweede Kamer, die zoveel ontwijkend gedrag te ver vond gedaan. Ze moest als een soort strafwerk een brief met uitleg over de ministeriële verantwoordelijkheid – een minister is politiek verantwoordelijk voor besluiten van zijn voorgangers – schrijven.

Het ging zo goed

Voor een politicus die als Tweede Kamerlid en minister naam maakte als ‘no-nonsens’, direct, betrouwbaar en niet bang voor confrontatie, is het opvallend gedrag.

En het ging zo goed met minister Edith Schippers (50). Vriend en vijand erkennen dat haar langzaamaan lukt wat niemand eerder lukte: de kosten in de ziekenhuiszorg beheersen. Jarenlang stegen die met 6 procent, vorig jaar nog maar met 2 procent. Het gaat om grote bedragen: 50 miljard euro besteedde Nederland vorig jaar aan huisartsen- en ziekenhuiszorg, medicijnen, psychiaters, kraamhulpen en tandartsen. En nog eens 27 miljard aan langdurige zorg.

Ze loodste onlangs ook twee omstreden wetten door de Tweede Kamer: ziekenhuizen mogen voortaan winst uitkeren, waardoor ze investeerders kunnen gaan aantrekken. Schrikbeeld van critici is dat sommige ziekenhuizen dan echt commerciële bedrijven worden, waar marketing en financiën belangrijker worden gevonden dan de zorg voor de zwakste, duurste patiënten. Maar de Kamer ging akkoord. Banken, stelde Schippers, zijn zo voorzichtig geworden met geld uitlenen dat ziekenhuizen wel andere investeerders móéten aantrekken.

En artikel 13 van de Zorgverzekeringswet wordt aangepast. In een notendop: de zorgverzekeraar is voortaan vrij geen rekening te vergoeden van een dokter, of therapeut, met wie hij geen contract heeft gesloten. Die nota moet de patiënt dan zelf betalen en dat kan 95 procent van de bevolking niet. Artsen waren woest: alle macht gaat nu naar de zorgverzekeraars! De patiënt verliest zijn grondwettelijke vrijheid zélf een arts te kiezen. Maar de Kamer ging akkoord.

Dit is de enige manier, stelt Schippers, om zorgverzekeraars echt de rol te laten spelen die ze sinds 2006 hebben: zij sluiten namens hun klanten, de verzekerden, contracten met ziekenhuizen, klinieken en therapeuten die zij goed genoeg en efficiënt genoeg vinden. De verzekerde kiest een verzekeraar, niet zozeer een ziekenhuis.

Schippers en de zorgverzekeraars trekken „aan de dezelfde kant van het touw”, zegt Wim van der Meeren, voorzitter van de grote zorgverzekeraar CZ. Aan de overkant zitten medisch specialisten, ziekenhuizen, huisartsen en patiënten(verenigingen). „Iemand moet de boeman zijn”, zegt Schippers zelf over haar missie om de zorgkosten te drukken. Van der Meeren: „We komen elkaar vaak tegen in dit veld, ik zie haar om de paar weken, en dan zeggen we allemaal tegen elkaar: wat was het algemeen belang ook alweer? De kosten beheersen.”

Schippers, liberaal, poldert zich een ongeluk. Zij introduceerde drie jaar geleden zorgakkoorden: elk jaar spreken de koepels van ziekenhuizen, artsen, verzekeraars en patiëntenverenigingen met het ministerie af met hoeveel procent de uitgaven nog mogen stijgen (nu 1,5 procent).

Ze staat haar mannetje in dat veld, zegt Pier Eringa, directeur van het Dordtse Albert Schweitzerziekenhuis, vanuit de auto. Hij is op weg naar een congres met bestuurders en beleidsmakers: staatssecretaris Martin van Rijn is er, directeur-generaal van het ministerie Leon van Halder, oud-minister Ab Klink, nu bestuurder van zorgverzekeraar VGZ.

Eringa: „Ze is aangenaam koersvast. Zwabbert niet. Met de verzekeraars disciplineert ze ons. Prima. Ze durft ook de nadelen van de marktwerking die ze bepleit, te benoemen: zwakke ziekenhuizen die failliet gaan.”

Wat Schippers te weinig doet, vindt Eringa, is waardering uitspreken voor de duizenden artsen en verpleegkundigen die de zorg verlenen. „Ze wekt de indruk dat zij alleen maar moeilijk doen over hun inkomens. Dat is niet zo, ze zijn consciëntieus en betrokken.” En ze zou „haar maatjes de zorgverzekeraars” strenger mogen aanspreken. „Wij moeten elk jaar weer met ze onderhandelen over prijs en volume van behandelingen. We hollen van contract naar contract.”

Zoals Schippers de bezwaren van artsen wegwuift, zo wuift ze tegenwoordig ook de oppositie in de Kamer weg, zegt SP’er Leijten. „Wij staan natuurlijk ideologisch lijnrecht tegenover elkaar. Maar vroeger luisterde ze goed naar kritiek. Nu gaat ze categorisch niet op onze bezwaren in – omdat de SP ‘toch tegen het zorgstelsel’ is, zegt ze dan.” Die houding is vooral gevaarlijk voor de minister zelf, vindt Leijten. „Ja, ik zet het scherp aan, maar ik verzin die kritiek niet. Die komt uit de maatschappij.”

Leijten toont een brief van de belangenvereniging voor fysiotherapeuten. Daarin beklagen ze zich bij Schippers. Het verslag van een gesprek tussen de vereniging en de minister dat Schippers naar de Kamer stuurde, klopt niet, schrijven de fysiotherapeuten. Ze missen „de grote hoeveelheid kritiek die vanuit zorgverleners werd geuit op het optreden van de zorgverzekeraars”.

Imago

Schippers waakt zorgvuldig over haar imago en houdt niet van verrassingen. Ze wil zich tonen als liberaal, doortastend, voorvechter van zowel patiënt als premiebetaler. In elk geval níét als belangenbehartiger van ziekenhuizen en artsen. Ze belt journalisten en Kamerleden dan ook zelf op als een uitspraak, nieuws of analyse haar onwelgevallig is. Ze reist steevast af naar de televisiestudio’s om actie te beloven na bijvoorbeeld een opzienbarende medische misser of fouten van de inspectie.

Volgens Kamerlid Mona Keijzer van oppositiepartij CDA is Schippers een „buitengewoon handig politicus”, die „alles van zich af organiseert”. Daarmee schept ze het beeld, zegt Keijzer, dat ze een echte liberaal is: wij gaan er niet over, maar de markt. En zo ontloopt ze ook politieke problemen. Maar als het haar uitkomt, zegt de CDA’er, grijpt de minister wel degelijk in. Zoals toen de tandartsen hun tarieven opeens fors verhoogden. „Negatief geformuleerd is het opportunistisch. Je kan het ook ‘instrumenteel liberaal’ noemen.”

Schippers presenteert zich als dé voorvechter van marktwerking in de zorg, niet alleen uit overtuiging, maar ook omdat het aan haar „rechtse blazoen” bijdraagt, zoals CDA’er Keijzer het formuleert. Als daardoor de kosten te veel stijgen, grijpt ze in. Want het is haar opdracht om de zorgkosten te beteugelen. Maar wie dat omschrijft als het beperken van de marktwerking, kan op een boos telefoontje rekenen.

Kleine stapjes

Ophef was voor Schippers tot nu toe steeds een reden om beleid aan te passen. Jonge specialisten in opleiding (aio’s) waren vorig jaar boos toen het rijk zei dat ze voortaan hun eigen opleiding moesten betalen. Prompt bezocht de minister een landelijke aio’s-dag, om hen gerust te stellen. Het plan werd geschrapt. De huisartsen verzetten zich eind 2011 hevig tegen het plan om hen met elkaar te laten concurreren. Dat plan verdween. De huisarts, weet Schippers, kan op sympathie rekenen van de meeste Nederlanders. Ook vallen huisartsen en wijkverpleegkundigen straks niet onder het aangepaste artikel 13, omdat die groepen zich er fel tegen keerden.

SP’er Leijten ziet daarin het vermogen van Schippers ver vooruit te kijken. „Ze accepteert beperkingen van de marktwerking, omdat ze weet dat ze met duizend kleine stapjes meer bereikt. Ze heeft het principe van winstuitkering in de zorg ingevoerd. Nu is dat nog beperkt en streng bewaakt. Maar die beperkingen kan je de komende jaren gaan uithollen.”

Het belang dat Schippers aan imago hecht, maakt haar ook kwetsbaar. Deze week sloeg ze vooral van zich af. Leijten: „Ze was zo voortvarend in het aanpakken van de problemen bij de Inspectie [eind 2012 bleek uit onderzoek dat de inspectie amper iets deed met klachten van patiënten]. Maar nu? Het lijkt wel of ze de greep begint kwijt te raken.”

Dat ze haar imago bewaakt, vindt ziekenhuisdirecteur Eringa wel sterk. „Maar je mag het ook toegeven als iets gewoon niet goed is gegaan. Zoals met de NZa. Incasseren hoort bij het ministerssalaris, zou ik denken.”