Zorgelozen wonen in Berlijn, piekeraars in Oost-Duitsland

De bangste Duitsers wonen dit jaar in de noordoostelijke deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Dat blijkt uit de gisteren gepresenteerde jaarlijkse angstindex, ‘Die Ängste der Deutschen’, van verzekeraar R+V Versicherungen.

Uit het onderzoek, dat al twintig jaar wordt gedaan, blijkt dat de Duitsers gemiddeld genomen niet eerder zo ontspannen waren over de economie en de werkgelegenheid als nu. De ‘angstindex’, het gemiddelde van alle angsten in twintig jaar, is iets gedaald, afgaande op de antwoorden van 2.500 ondervraagden.

In het algemeen maakten de Duitse burgers zich het meeste zorgen om geld, het milieu en de eigen gezondheid. Meer dan de helt van alle ondervraagden gaf aan hier angstig over te zijn.

Voor het eerst is ook weer zichtbaar dat er verschillen zijn tussen het voormalige Oost-Duitsland en het westen: mensen in de voormalige DDR maken zich meer zorgen dan de West-Duitsers. Zo scoort angst om later afhankelijk te zijn van pleegzorg uitzonderlijk hoog in het Oost-Duitse Brandenburg: met tien procentpunten gestegen naar 67 procent. Ook zijn Branderburgers het meest van alle Duitsers bang om op oudere leeftijd te vereenzamen.

Angstkampioen Mecklenburg-Vorpommern (waar zich overigens het kiesdistrict van bondskanselier Angela Merkel bevindt) ligt met 50 procent ruim boven het nationaal gemiddelde. Het bangst is men in deze Oost-Duitse kustregio voor stijgende prijzen (79 procent), voor de toestroom van buitenlanders (57 procent) en hoge werkloosheid (58 procent).

Het meest optimistisch zijn de Berlijners. Nog maar 33 procent is bang voor de toekomst.