De Nederlandse vader bungelt vér onderaan

, zelf moeder, is vanaf deze week de eerste Nederlandse hoogleraar Vaderschap.

Renske Keizer, hoogleraar Vaderschap: „Er heerst ook een sterke moederschapsideologie in Nederland.” Foto Merlijn Doomernik

‘Ik denk dat sommige mensen bij het Vader Kennis Centrum even hebben moeten slikken, dat ik een vrouw ben”, zegt Renske Keizer. „Ik denk dat ze eigenlijk een vader in het hoofd hadden, bij het schrijven van de vacature.”

Familiesocioloog Keizer (31) is per 1 september aangesteld als de eerste Nederlandse hoogleraar Vaderschap aan de Universiteit van Amsterdam. De nieuwe leerstoel is een deeltijdaanstelling, één dag per week, vertelt ze in een vergaderkamer in het Rotterdamse faculteitsgebouw sociale wetenschappen, waar ze vanaf nu dus nog maar vier dagen per week werkt. Het initiatief komt van het Vader Kennis Centrum, een stichting die ervoor ijvert vaders meer te betrekken bij de opvoeding van en zorg voor hun kinderen. Het VKC komt voort uit de werkgroep Kind en Omgangsrecht, die opkwam voor vaders die na een scheiding hun kinderen niet meer mochten zien. „Voor mij de uitdaging”, zegt Keizer, „om de leerstoel breder te trekken dan gescheiden vaders.”

Al vindt ze ook dat interessant. Ook persoonlijk: ze heeft een zoon van 6 uit een eerdere relatie en een zoon van bijna 3 en een dochter van 1 jaar met haar huidige partner.

Wat is het doel van de leerstoel vaderschap?

„Dat is tweeledig: versterking van het onderzoek naar vaders en het helpen verbeteren van beleid omtrent vaderschap. We weten uit onderzoek dat als vaders vanaf het begin betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen de kans op echtscheiding lager is en dat het goed is voor het welbevinden van het kind. Een van mijn eigen studies heeft laten zien dat zoons van betrokken vaders ook minder probleemgedrag vertonen. Maar er is geen Nederlands beleid dat betrokken vaderschap stimuleert.

„De Europese Commissie adviseerde anderhalf jaar geleden om vaders bij de geboorte van een kind minstens twee weken betaald verlof te geven. Heel veel landen hebben daar gehoor aan gegeven, maar Nederland niet. Lodewijk Asscher [minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA – red.] deed nog een halfslachtige poging door ervoor te zorgen dat vaders nu naast hun twee dagen betaald verlof nog recht hebben op drie dagen extra verlof, maar onbetaald. Daarmee geef je nou niet het signaal af dat vaders belangrijk zijn bij de opvoeding van een kind. En alleen rijke gezinnen kunnen het zich veroorloven om onbetaald verlof op te nemen, dus alleen kinderen van rijke ouders profiteren van de betrokkenheid van hun vaders.

„Nu bungelen we helemaal onderaan in Europa. Voor elk uur dat een Nederlandse moeder met haar kinderen doorbrengt, staan 27,6 minuten van de vader. Alleen Oostenrijk zit wat dat betreft nog onder ons.”

Hoe kan dat, we zijn toch een modern land?

„Maar vooral een atypisch land. Veel vrouwen werken parttime, zeker als ze moeder zijn. Een kwart van de Nederlanders vindt dat vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen dan mannen, slechts vier procent vindt dat mannen dat beter kunnen dan vrouwen – ook onder hoogopgeleiden. Het is nog steeds vaak zo dat kinderen na de scheiding worden toegewezen aan alleen de moeder. Er heerst ook een sterke moederschapsideologie in Nederland: als vrouw moet je een ‘oerbevalling’ meemaken, borstvoeding geven, je bent een slechte moeder als je je kind meer dan drie dagen per week naar de opvang brengt... Dan word je echt aangestaard op het schoolplein. Laatst werd ik door een andere moeder gevraagd mee te helpen een high tea op school voor te bereiden, en dan krijg je bijna medelijdend zo’n hand op je arm: ‘Oh nee, jij werkt full time, hè?’”

Wat zou een ideale taakverdeling tussen vaders en moeders zijn?

„Als wetenschapper zeg ik: kies voor het Scandinavische model. Een tweeverdiendersmodel waar iedereen toegang heeft tot kwalitatief goede kinderopvang, met universitair geschoolde leiders. Het eerste jaar vinden ze het daar belangrijk dat beide ouders thuis zijn, dus het ouderschapsverlof is voor vader en moeder samen ruim 16 maanden. Asscher zegt dat het hier niet mogelijk is om drie dagen extra betaald verlof te organiseren; ik denk dat als meer vaders gaan zorgen, vrouwen meer op de arbeidsmarkt gaan participeren, waardoor je de investering op de lange termijn terugverdient.

„Alleen: door onze cultuur zal het lastig zijn dat te organiseren. Veel Nederlandse vrouwen willen parttime werken. En er is onderzoek waaruit blijkt dat Nederlandse kinderen het gelukkigst zijn ter wereld. Toch zou ik kiezen voor het Scandinavische model: dan maak je het voor iedereen mogelijk een betrokken vader te zijn. Dertig procent van de Nederlandse vaders zegt dat ze meer tijd aan hun kinderen willen besteden maar dat dat financieel niet haalbaar is.”

Willen Nederlandse moeders wel dat papa zich met de opvoeding bemoeit?

„Niet alle vrouwen staan er even open voor. Er zijn vrouwen die zeggen: je komt op mijn terrein, je moet het op mijn manier doen. Terwijl er ook andere manieren zijn. We weten bijvoorbeeld dat stoeiend spelen, wat vooral vaders doen, belangrijk is om kinderen te leren grenzen te verkennen en om te gaan met agressie en competitie. Maar de rol voor vaders is veel breder.

„Ik zou bijvoorbeeld graag de invloed van vaders op de taalontwikkeling van kinderen onderzoeken – we weten dat vaders meer actieve werkwoorden gebruiken, meer abstracte woorden en vaker de gebiedende wijs. Zien we dan ook dat kinderen van betrokken vaders een betere taalontwikkeling doormaken?

„Lastig is om te ontrafelen of kinderen van betrokken vaders bijvoorbeeld betere schoolresultaten halen omdat hun vader betrokken is of omdat betrokken vaders eigenschappen hebben die samenhangen met goede schoolresultaten, zoals een hoger opleidingsniveau. Dat kun je pas goed onderzoeken als betrokken vaderschap minder selectief wordt, bijvoorbeeld wanneer het beleid voor vaders genereuzer is.”

In hoeverre helpt uw eigen partner mee in de opvoeding?

„Heel actief, dat vind ik heel belangrijk. Hij heeft ook een papadag.”

En wat doet hij verder?

„De helft van alle zorg- en opvoedtaken: ophalen van en brengen naar de kinderopvang...”

Ik bedoelde qua werk?

„Oh, haha! Hij is data scientist, hij ontwikkelt algoritmes voor de verhandeling van reclameruimte op internet.”

En uw eigen vader, leeft die nog?

„Ja, maar ik heb geen goede band met hem. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee was en ik zie hem niet meer. Ook daarom vind ik het interessant om te onderzoeken wat de invloed is van het al dan niet hebben van een betrokken vader: hoe vormt dat je, wat is zijn rol?”