Big Pharma is slecht in nieuwe geneesmiddelen

De innovatie komt van kleine bedrijven en universiteiten, betoogt Ad van Dooren.

Het pokerspel in de farmacie is weer losgebarsten: recent nam Roche Ide firma Intermune over voor 8,3 miljard dollar en lijfde Abbvie Shire in voor 54 miljard dollar. Lilly is bezig om de divisie Diergeneesmiddelen van Novartis over te nemen voor 5,4 miljard dollar, en enkele maanden geleden probeerde Pfizer het Britse AstraZeneca in te lijven, voor een bedrag van liefst 118 miljard dollar. Wie had gedacht dat zelfs een bedrijf als AstraZeneca, met een omzet van meer dan 25 miljard dollar, en in grootte het zevende farmaceutische bedrijf ter wereld, een overnameprooi kon worden? Die 118 miljard waren niet eens genoeg, maar de geruchten over nieuwe pogingen van Pfizer blijven rondzingen.

Vanwaar toch die kooplust? Is het omdat het geld – na de crisis – weer tegen de plinten klotst? Vanwege vermeende belastingvoordelen, zoals in het geval Pfizer? Of omdat de aandeelhouderswaarde van ‘big pharma’ uitsluitend wordt afgemeten aan de vulling van de pipeline? Immers, hoe meer (commercieel interessante) producten in ontwikkeling, des te interessanter zo’n bedrijf is als overnameprooi.

De vraag is of de farmaceutische industrie het predicaat ‘innovatief’ wel verdient. De meeste nieuwe geneesmiddelen van de laatste jaren komen niet uit eigen research, maar zijn overgenomen van kleinere (biotechnologische) ondernemingen, vaak met bedrijf en al, of van universiteiten. Voorbeelden zijn Taxol en Glivec. In Nature Reviews Drug Discovery werd in 2010 van alle 252 producten die in de VS waren goedgekeurd in de periode 1998-2007 de oorsprong nagegaan. Slechts 44 procent van geneesmiddelen met ‘scientific novelty’ kwam van de farmaceutische industrie zelf, de rest van biotechnologische bedrijven (25 procent) en van universiteiten (31 procent).

Wat de farmaceutische industrie wel goed kan, is die geneesmiddelen vervolgens uitontwikkelen tot en met de registratie die recht geeft op marketing. Hoewel: kan ze dat echt wel zo goed? De kosten voor zo’n ontwikkeling worden geschat op meer dan een miljard dollar (meer dan wat het kost om een nieuwe Boeing of Airbus te ontwikkelen en die zijn toch ook wel veilig), en op een jaar of tien ontwikkelingsduur moet je al gauw rekenen. En dat komt echt niet (alleen) doordat de registratie-eisen zo hoog zijn. Veel geneesmiddelen sneuvelen in klinisch onderzoek omdat ze niet werken. Elke onderzoeker zou zich dan afvragen waarom niet: is er niet een ‘genotypering’ aan te brengen zodat een (inderdaad kleiner) deel van de patiëntenpopulatie er wel baat bij kan hebben? Maar meestal sterven zulke stoffen een roemloze voortijdige dood: fail fast, fail cheaply.

Een recent artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Alzheimer Research & Therapy toont aan dat 99,6 procent van alle studies naar Alzheimer mislukt. Uit eigen ervaring weet ik dat de lange ontwikkelingsduur voor een groot deel te wijten is aan de industrie zelf. Er wordt door te veel mensen te vaak vergaderd, interne processen duren te lang, besluiten moeten door te veel mensen gezamenlijk worden genomen. Iedereen die in dienst treedt bij zo’n R&D afdeling wil ik de volgende tien geboden voorhouden:

1. Gij zult u strikt houden aan regels en registratie-eisen. 2. Gij zult meestal aan producten werken die al op de markt zijn. 3. Gij zult product-georiënteerd zijn, niet patiënt-georiënteerd. 4. Gij zult patent-georiënteerd zijn, niet patiënt-georiënteerd. 5. Gij zult niet kosten-georiënteerd zijn. 6. Gij zult specialist zijn, geen generalist. 7. Gij zult in (grote) teams werken. 8. Gij zult zekerheid boven snelheid plaatsen. 9. Gij zult de ontwikkeling van producten met zelfs maar het kleinste vlekje zo snel mogelijk staken. 10. Maar bovenal: gij zult niet innovatief of creatief zijn!

Cynisch? Misschien, maar wel met een kern van waarheid. Je vraagt je af of Big Pharma wel de meest geschikte organisatiecultuur heeft om geneesmiddelen te ontwikkelen. Contractorganisaties kunnen het vermoedelijk veel sneller, dat is ook hun bestaansrecht.

Ook marketing en sales kunnen tegenwoordig worden uitbesteed. De vraag is: wat hebben farmaceutische bedrijven dan wèl om succesvol te zijn? Simpel: Poen en Patenten, de 2 P’s van Pharma. Dus niet de P van Personeel, en evenmin de P van Patiënt.

Poen en patenten, leuker kunnen we het niet maken. Of toch: uiteindelijk is Big Pharma wel de enige die bewezen heeft dat ze in staat is geneesmiddelen überhaupt naar de markt te kunnen brengen. Dat doet niemand haar na!