Yo-Yo Ma de wereldverbeteraar

Yo-Yo Ma’s carrière kreeg een beslissende duw toen hij 22 jaar geleden voor het Concertgebouw een programma mocht maken. „Dat heeft mijn leven veranderd. Het was een statement: je kunt dit, we geloven meer in jou dan jij in jezelf.” Dinsdag krijgt hij de Concertgebouwprijs, woensdag treedt hij er op.

Stercellist Yo-Yo Ma heeft in zijn cellokoffer een oranje poetsdoekje.

Grote Zaal, Concertgebouw. Tussen de toegiften van zijn recital begint Yo-Yo Ma opeens wild met een oranje doekje naar het publiek te zwaaien. Het is 25 april, de cellist viert alvast de aanstaande Koningsdag. Na afloop is het dringen bij de artiestenkamer. „Deze oranje stofdoek heb ik niet speciaal aangeschaft maar zit al jaren in mijn cellokoffer!”, verklaart hij uitbundig, te midden van tientallen fans en vrienden die hem willen begroeten.

Ma houdt veel van het Concertgebouw. „Het heeft een ongewone architectuur. Je maakt een theatrale entree via de statige trap, om vervolgens in een zeer informele sfeer en omringd door publiek muziek te maken. Dit is voor mij Nederland en Amsterdam in het klein: de omgangsvormen zijn informeel en op een goede manier populistisch, maar de rijke cultuur wordt wel actief van bovenaf op de inwoners overgebracht.”

Dinsdag 9 september krijgt Yo-Yo Ma de Concertgebouwprijs uitgereikt. Na onder meer Bernard Haitink en Cecilia Bartoli is het weer een passende keuze. Het Concertgebouw is voor Ma niet alleen een vertrouwd podium met veel fans, maar mede dankzij voormalig Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders is het ook de zaal waar de cellist cruciale ervaringen opdeed. „Ik denk veel na over educatie en motivatie”, zegt Ma vanuit zijn woonplaats aan de oostkust van de VS. „Mensen die interessante dingen doen in hun leven, kunnen vaak iemand aanwijzen die hen naar de juiste weg heeft geleid. Van Martijn Sanders mocht ik in 1992 de eerste Carte Blanche-serie inrichten. Dat heeft mijn leven veranderd. Het was een statement: je kunt dit, we geloven meer in jou dan jij in jezelf.” Ma nam alle ruimte die de carte blanche bood. Hij combineerde Bach met Ton Koopman, liet experimenteren met een elektrische ‘hypercello’ en improvisaties van Ernst Reijseger.

Mongoolse keelzangers

Tijdens een voorbereidende werklunch in het Concertgebouw liet Sanders bovendien het groepje Mongoolse keelzangers voorzingen, dat destijds soms in de fietstunnel van het Rijksmuseum te vinden was. Ma was verrast, door hun muziek en door hun verhaal. „Wat bleek? Een kind van een van hen studeerde in Nederland. Daarom ging elk jaar het groepje musici in een klein busje helemaal door Centraal-Azië en Oost-Europa naar Amsterdam om daar enkele maanden te spelen. De belangrijkste ervaring die ik hieraan overhield: wie luistert, thuis wordt uitgenodigd en begrip kweekt zorgt dat de ‘ander’ verandert in ‘ons’. Die mysterieuze keelzangers bleken bijvoorbeeld ook uitstekende automonteurs.”

De musici kregen meteen een uitnodiging om mee te spelen. En mede door deze ontmoeting geïnspireerd, richtte Ma in 1998 het Silk Road Project (later Silk Road Ensemble) op. „De wereld was aan het veranderen. De Koude Oorlog was afgelopen, iedereen nam het woord ‘mondialisering’ in de mond. ‘Wereldmuziek’ kwam in de mode. Maar ik vroeg mij af: als dat genre de hele wereld omspant, waarom wordt het dan apart gehouden van de klassieke muziek? Die tegenstrijdige terminologie was voor mij aanleiding om een eigen ensemble te beginnen. Met als basale aanname: overal ter wereld zijn mensen muzikaal aangelegd.”

Ma’s Oost-Westfascinatie heeft ook een biografische aanleiding: hij werd in 1955 geboren in Parijs, nadat zijn Chinese ouders (beide musici) het chaotische nieuwe China van Mao waren ontvlucht. Op zijn vierde begon hij met cellospelen, op zijn zevende verhuisde het gezin naar New York. Als 17-jarige onderbrak hij even zijn muzikale carrière, om geesteswetenschappen te studeren aan Harvard. „Twee geschenken leverde mij dat op: mijn vrouw, en een nieuwsgierige brede blik.”

De lichtheid van een cello

Durft Ma na 15 jaar Silk Road Ensemble conclusies te trekken? „Dat is een bijna onmogelijke vraag. Maar ik denk dat we betere antwoorden op grote problemen kunnen vinden. Antwoorden die niet alleen economisch of politiek van aard zijn, maar ook cultureel. Als een uitwisseling tussen die drie kan plaatsvinden, wordt de wereld hopelijk een iets betere plek.”

Bij de Concertgebouwprijs hoort de uitgave van het cd-boek In goed gezelschap. Daarin niets dan lof, want tsja, iedereen houdt van de open en hartelijke Yo-Yo Ma. Interessant is de observatie van celliste Quirine Viersen, die ooit een masterclass bij hem volgde. „Ma speelt met veel lichtheid en veel boventonen, veel meer de vioolkant van de cello.’

Herkenbaar? Ma: „Het is niet aan mij om te analyseren hoe mijn spel op anderen overkomt. Ik wil dus ook niet beweren dat ze het verkeerd heeft. Maar ik hoop wel dat ik in de loop der jaren een rijker palet heb ontwikkeld, meer wegen heb gevonden om mezelf uit te drukken. Want met een lichte toon Sjostakovitsj’ duistere Tweede celloconcert spelen, dat zou geen goed idee zijn. Of neem het sombere van Brahms, de complexe structuur waarin harmonie, ritme en melodie bij hem samenkomen – ik hoop dat dikke tapijt nu beter te bevatten. Alle evolutie gaat in kleine stappen, elk klein gesprekje is van invloed op wie je bent en wat je doet.”