Wie bedenkt nou dat rare woord: talentontwikkeling

Net succesbereikzekerheid, aldus Jeroen van Merwijk.

Weer zo’n woord: ‘talentontwikkeling’. Daar gaat onze minister voor Cultuur de komende jaren een paar miljoen voor uittrekken. Typisch zo’n woord dat is bedacht door mensen die geen talent hebben.

Ik vind het op een bepaalde manier wel ontroerend. Het heeft iets van een utopie en dat is altijd sympathiek. Het zou namelijk geweldig zijn als er zoiets zou bestaan als: „talentontwikkeling”.

Dus dat je talent hebt en dat je dan naar mensen zou kunnen gaan, die zelf hun talent al hebben ontwikkeld en die je gaan helpen om jouw talent verder te ontwikkelen. En dat je dan een zeer goede kunstenaar zou gaan worden, die overal ter wereld wordt uitgenodigd om te exposeren. Kortom: het is lief bedoeld. Alleen slaat het nergens op.

‘Talentontwikkeling’ is net zo’n woord als ‘succesbereikzekerheid’ of ‘topkunstklimaatbevordering’. Het klinkt op zichzelf goed, maar het is volstrekte onzin. Talent laat zich namelijk niet ontwikkelen, talent ontwikkelt zichzelf. Dat is het verschil tussen talent en geen talent. Mensen met weinig of geen talent laten zich ontwikkelen, ze zullen wel moeten. Ze lopen als kippen zonder kop rond in een onbegrijpelijke wereld. Dus die gaan naar cursussen of vervolgopleidingen om hun ‘talent’ te laten ontwikkelen. Uit ‘arren moede’, het woord zegt het eigenlijk al.

Echt talent is daar niet mee bezig. Echt talent roeit tegen de stroom in en gaat zijn eigen pad, vaak weggehoond en uitgelachen door de mensen die weten wat talent is en hoe het zich hoort te gedragen. Totdat het echte talent, na lange jaren van zwoegen en keer op keer afgewezen te zijn, ineens wordt geaccepteerd door de gevestigde orde.

Door de mensen die weten wat ‘talentontwikkeling’ is. En die elkaar daarna op de schouders slaan en zeggen dat het toch maar mooi aan hen te danken is dat er nu eindelijk weer eens een echt talent tot ontwikkeling is gekomen. Die lieverds.