Weinig topvrouwen; daarmee doen bedrijven zichzelf tekort

Vrouwen aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven zijn nog altijd relatief schaars. Dit blijkt uit de jaarlijkse Female Board Index, een overzicht van het aantal vrouwelijke leden van raden van bestuur en raden van commissarissen bij beursgenoteerde ondernemingen.

Het streven om minimaal 30 procent van de bestuurders en de commissarissen uit vrouwen te laten bestaan, wordt, met respectievelijk 6 en 19,5 procent, bij lange na niet gehaald. Deze doelstelling is vastgelegd in de Wet bestuur en toezicht, die vorig jaar in werking is getreden. Voorlopige conclusie: de wet werkt niet.

De sancties voor bedrijven die niet aan dit streven, in de wet als „een evenwichtige verdeling”aangeduid, zijn van betrekkelijke betekenis. Ze moeten in hun jaarverslag uitleggen waarom ze de 30 procent niet hebben gehaald, hoe ze dat desondanks wel hebben geprobeerd en wat ze er in de toekomst aan denken te doen. Daar komt een bedrijf wel uit.

Intussen is het wel een tegenvaller dat de mannelijke dominantie in de bedrijfstoppen zo groot is. Veel vrouwelijk talent blijft dus onderbenut. Waardoor bedrijven feitelijk tegen hun eigen belang in handelen. De cijfers uit de index of andere onderzoeken zijn traditioneel startsein voor een herhaling van de discussie of er wettelijk verplichte quota voor bedrijven moeten komen, waarin het aantal vrouwelijke bestuurders en commissarissen wordt vastgelegd. Quota die dan uiteraard slechts zullen werken als er ook echte sancties tegenover staan wanneer bedrijven in gebreke blijven.

In 2016 vervalt het onderdeel van de Wet bestuur en toezicht dat de de verdeling van de topfuncties tussen mannen en vrouwen behandelt. Het kabinet en het parlement zullen zich dus volgend jaar moeten beraden wat er dan moet gebeuren.

De Rijksoverheid is zelf een van de grotere werkgevers en het moet gezegd: de ‘raad van bestuur van Nederland’, het kabinet-Rutte II scoort met 40 procent vrouwelijke bewindslieden bovengemiddeld. Het kabinet heeft in zijn regeerakkoord verder vastgelegd dat ten minste 30 procent van de topambtenaren in 2017 uit vrouwen zal bestaan. Minister Blok (Rijksdienst, VVD) heeft vorig jaar een plan van aanpak hiervoor naar de Tweede Kamer gestuurd.

Maar daar kan de politieke bemoeienis ook maar beter ophouden. De overheid doet er goed aan de omstandigheden te scheppen of in stand te houden (denk aan kinderopvang) die het voor vrouwen aantrekkelijk maken fulltime in het bedrijfsleven actief te zijn. Maar met het individuele personeelsbeleid van een bedrijf moeten kabinet en parlement zich niet bezighouden. Laat bedrijven zelf wijzer worden en kiezen voor de beste bestuurders (v/m).