Wat zijn die Koerden leuk & tolerant. Toch?

Als je de krant openslaat, krijg je een positief beeld van de Koerden. Het volk wordt gesteund door Amerika en zou religie en politiek goed kunnen scheiden. Maar klopt dat wel? Meet Koerdistan. Het land waar iedere man bij familie woont of is getrouwd.

Nwenar is gespannen. Hij rijdt op het heetst van de dag in zijn zwarte autootje door Erbil op zoek naar een huis. Aan de grenzen van Iraaks Koerdistan wordt gevochten tegen jihadisten. In de regio gaat het dagelijks leven intussen gewoon door. Gisteren is hem de huur opgezegd.

De meeste makelaars die hij bezoekt, geven Nwenar geen enkele kans van slagen. De markt is totaal overspannen door tienduizenden vluchtelingen die ook in de stad willen huren. Prijzen gaan over de kop. Een eengezinswoning kost al snel een paar duizend dollar per maand.

Geld is een probleem, maar nog niet eens het voornaamste. Nwenar (24) is alleenstaand.

Een paar dagen geleden werd ’s ochtends vroeg bij hem aangeklopt door de muhtar. Een muhtar is een soort wijkbeheerder, een overheidsvertegenwoordiger met een sociale functie in een huizenblok. Nwenar deed schaars gekleed open, net wakker, en kreeg een afkeurende blik van de oudere man, die zelf een traditioneel Koerdisch kostuum droeg.

De man wond er geen doekjes om. Hij was gekomen om hem eruit te zetten, want ‘je bent alleenstaand’. Dat behoeft hier amper toelichting. Een alleenstaande die niet bij familie woont, noch verloofd is, is al snel verdacht in Erbil. De hoofdstad van de autonome Koerdische regio is uiterst conservatief. De sociale controle is groot.

Nwenar werkt in Erbil, maar komt uit Kirkuk, waar zijn familie ook woont. Hij maakt lange dagen als chef van een nieuwsredactie en heeft niet de energie om te forenzen. Hij heeft dus een eigen onderkomen nodig. „Als ik nou vrienden mee naar huis had genomen, een feest gegeven, of een meisje in huis had gehad,” zegt hij kwaad boven een lunch van pilav met bonen. „Maar niets van dat alles.” Hij is sowieso een buitenbeentje, want hij eet ook nog eens geen vlees.

De stad lijkt modern. Maar als je beter kijkt, denk je: waar zijn de vrouwen?

De eerste aanblik van Erbil is modern. Een strak vliegveld, nieuwe kantoren, glanzende hoteltorens en winkelcentra. Pas in tweede instantie valt het gebrek aan vrouwen op. Het openbare leven bestaat uit mannen. Mannen rijden in witte SUV’s en beige taxi’s door de straten. Obers zijn mannen en kappers zijn mannen. Zelfs de schoonmakers in mijn hotel zijn mannen.

Mannen zitten op lage plastic krukjes kebab te eten in Iskan, een drukke straat vol kleine eettentjes. Als een vrouw zonder hoofddoek langsloopt, draaien ze zich om. In een restaurant waar ik met een kennis ga eten, worden we subtiel naar het kleinere ‘familiegedeelte’ gedirigeerd.

Koerden benadrukken graag dat religie voor hen minder belangrijk is dan voor de meeste Arabieren in Irak. Ze zouden beter in staat zijn religie en politiek te scheiden en geven graag af op de sunnieten en shi’ieten, die elkaar naar de strot vliegen en ‘terug zouden willen naar de Middeleeuwen’.

Het is dan misschien niet de religie, maar de cultuur die maakt dat Koerdistan toch zo Midden-Oosters aandoet. Trots en eer zijn uiterst belangrijk. Mannen worden geacht strijders te zijn. Het zijn uitzonderingen, maar vrouwenbesnijdenissen komen voor. Kindhuwelijken ook. Het godsdienstonderwijs gaat alleen over de islam. En het bouwen van een moskee levert belastingvoordeel op. Een van de redenen waarom er hier zoveel bij elkaar staan.

„Bij ons is religie geen ideologie”, legt een hoge regeringsfunctionaris nog eens geduldig uit als ik mijn verwarring ter sprake breng. Je kunt in Koerdistan best christen of yezidi zijn, substantiële minderheden. Maar liever niet alleenstaand.